Werkt de voetgangersknop van verkeerslichten echt?

Wachten op het groene mannetje kan eeuwig duren – zelfs als je als voetganger de knop op het stoplicht hebt ingedrukt. „Wérkt die knop wel?”, vraagt Laila Parina uit Rotterdam. „Of is -ie gemaakt om ons geduldiger te laten wachten?”

Eerst even uitleggen hoe verkeerslichten voor auto’s werken. Een deel springt van rood op groen in een vast ritme en een ander deel versnelt tijdens de spits.

De meeste stoplichten zijn echter „voertuigafhankelijk”, legt Peter-Jan Kleevens, hoofd stedelijke verkeersbeheersing bij de gemeente Utrecht, uit. Lussen koperdraad in het asfalt vormen een grote spoel, die een elektrisch signaal afgeeft als er een metalen massa zoals een auto overheen rijdt. Een schakelkast of computer langs de weg regelt vervolgens wanneer het groen of rood wordt. Kleevens: „Hoe meer voertuigen er zijn, hoe langer de verkeerslichten op groen blijven.”

Voetgangers zijn niet van metaal, vandaar dat zij op een knopje moeten drukken. Het licht springt alleen op groen als je drukt. En helaas, vaker drukken maakt niet dat je eerder mag oversteken. Hoeveel tijd scheelt dat? De vuistregel is dat voetgangers niet langer dan dertig seconden moeten wachten, zegt Ruud Hornman, opleidersmanager Verkeerskunde aan de NHTV internationale hogeschool Breda. Verder verschilt de wachttijd per gemeente, afhankelijk van het beleid. „Sommige gemeenten zijn erg pro-auto, en laten voetgangers en fietsers langer wachten ten gunste van auto’s.”

Tilburg is door Hornmans studenten onlangs uitgeroepen tot ‘Verkeerslichtenstad van 2008’. Ze deden onderzoek naar de wachttijd voor auto’s (11 seconden), fietsers (12) en voetgangers (15). „Tilburg heeft goede groene golven voor auto’s”, zegt Hornman. „Bovendien heeft Tilburg zeer korte wachttijden voor fietsen en voetgangers”.

Bij stoplichten voor fietsers is de knop overigens wel eens nep, volgens Hornman. Net als bij stoplichten voor auto’s hebben sommige fietspaden koperen draden in het asfalt om fietsers te detecteren. Fietsers gaan er alleen weleens naast staan, maar niet als een nepknop ze precies naar de juiste plek lokt.

Toon Beemsterboer