Volksziekte nummer 1

Piekeren is je overdreven zorgen maken en jezelf uitlachen, veroordelen en uitschelden zoals je grootste vijand dat graag zou doen. Zonder dat je dat wil, dus dwangmatig, blijven die negatieve, zelfsaboterende monologen, soms dialogen, in je hoofd rondtollen als een kapotte langspeelplaat.

Sommige therapeuten noemen piekeren volksziekte nummer 1.

Wat te doen?

Het barst van de theorieën en boeken hierover. Na veel lezen en nog meer ervaring (járen en járen!) is de conclusie: piekeren stopt nooit helemaal. Onze primitieve hersenen denken dat we nog steeds in grotten leven en van alle kanten bedreigd worden. Onze geest is zó ingesteld: pas op, wat kan er allemaal fout gaan? Dus stop met piekeren dat je zoveel piekert. Onze beste hoop is om het een beetje te minderen. Net zoals de belofte van 100 procent gelukkig worden een desillusie oplevert en zo paradoxaal genoeg dus voor ongeluk zorgt, zo ook de belofte van nooit meer piekeren.

Nu de oplossing. Ga niet de opsomming van negatieve dingen vermijden (want dan blijf je dààraan denken), maar stel er iets anders voor in de plaats: ga je zegeningen tellen. Hoe?

Ga op een stoel zitten, zet je telefoon uit en haal drie keer diep adem. Noem nu kalm al je zegeningen op. Je geest dwaalt constant af want positieve dingen opnoemen is veel moeilijker dan negatieve. Haal steeds opnieuw je chaotische geest terug naar je zegeningen. Dit doe je elke ochtend, een kwartier lang. Bravo, je kan mediteren.

Intellectueel verschillen we erg maar emotioneel lijken we op elkaar als tien-euro-biljetten. Bij ons allemaal gaat het zó: als we niet elke dag opnieuw onze zegeningen tellen, dan tellen we elke dag, elk uur, onbewust, dwangmatig en uiterst repetitief onze verdrietigheden, boosheden, mislukkingen en vernederingen.

Het is het één of het ander; als je niet je zegeningen telt, tel je je ellende, kies maar. Als je niet kiest, dan kies je helaas voor wat je tot nu toe altijd deed.

Televisiemaker François de Waal doet onderzoek naar no-nonsense spiritualiteit.