Voetbalfeest met getoeter in plaats van bier

Turkse Nederlanders kunnen kiezen bij het EK: steun voor Nederland of Turkije. Vaak gaat het samen, maar Turkije staat voorop. Met veel lawaai.

Mercatorplein, zondag na Turkije-Tsjechië. Foto Bram Budel Turkse fans wapperen met een enorme vlag ze vieren op het Mercatorplein in Amsterdam dat Turkije met 3-2 van Tjechi‘ won op het EK. Op het plein verzamelden zich na de wedstrijd zo'n 10 duizend fans ook reden er honderden auto's toeterend door de stad, het gevolg hiervan was dat het verkeer rond mercatorplein volledig vast kwam te staan. FOTO: BRAM BUDEL voetbal supporters Euro 2008 Turkije - Tsjechie vlaggen minderheden Turken Budel, Bram

Niet oranje maar rood is vanavond de overheersende kleur in stadsdeel de Baarsjes, in Amsterdam-West. Althans, als het Turkse elftal de kwartfinale wint van Kroatië. Auto’s met rode vlaggen zullen uit alle windrichtingen toeterend naar het Mercatorplein komen. Net als afgelopen zondag, toen duizenden Turkse Nederlanders hier tot diep in de nacht de onverwachte overwinning op Tsjechië vierden. Ook in andere grote steden reden Turkse fans nog lang na de wedstrijd toeterend door de straten.

Overdag is het Mercatorplein vrijwel verlaten. Nasibe Tamer (17) zit op een bankje met vriendinnen te kletsen. Ze kijkt alle EK-wedstrijden. Thuis. „Ik ga niet in een café tussen de mannen zitten.” Maar als Turkije wint, gaat ze de straat op. „Bij een overwinning kan niemand je tegenhouden. Het is een eer voor ons om zo te feesten.” Toeteren hoort volgens Nasibe net zo bij voetbal als bij bruiloften. „Het is een gebaar naar buiten, zodat iedereen weet dat er iets leuks is gebeurd.”

„Nederlanders gaan los met bier, wij met toeteren”, vertelt Tufan Arikan (18) in de sigarenboer annex videotheek annex Turkse muziekinstrumentenwinkel Akdeniz. Tijdens het EK verkoopt Tufan ook vlaggen. De Turkse zijn allemaal uitverkocht. De Nederlandse vlaggen die in de winkel hangen, zijn niet te koop, maar „voor support”: hij woont tenslotte in Nederland. Als Turkije wordt uitgeschakeld, steunt Tufan het Nederlandse elftal. Maar voor Oranje gaat hij de straat niet op. „Ik voel me in Nederland meer Turk dan Nederlander.”

Musa Bozagac (26) is, net als Nasibe en Tufan, in Nederland geboren. „Maar wij zijn opgevoed met de boodschap: vergeet niet waar je vandaan komt. Wij zijn heel nationalistisch. En we zijn ervan overtuigd dat het Turkse elftal doorgaat.” Autochtone Nederlanders zijn volgens Musa veel onzekerder, en ook minder fanatiek. „Zij vinden een potje voetbal wel leuk om te zien, maar bij ons draait alles om voetbal.”

Nationalischer, zelfverzekerder, fanatieker. Erik-Jan Zürcher, hoogleraar Turkse talen en culturen in Leiden, kan het beamen. „Daarbij zijn Turken mediterraan, dus uitbundiger.” Grieken toeteren volgens Zürcher ook.

Malle hoofddeksels, zoals Oranjefans die dragen, hebben Turken niet nodig. In Turkije wordt tijdens wedstrijden onophoudelijk gezongen en gedanst, zegt Zürcher. „Daarbij vergeleken is het Nederlandse publiek net bioscooppubliek.”

Volgens Zürcher feesten Turkse Nederlanders hier net als Turken in Turkije. Met als enige onderscheid dat ze hier op twee paarden kunnen wedden. Voetbal als motor achter integratie? Zürcher denkt van niet. „Dit EK laat zien hoe oppervlakkig die integratie is. Turkse Nederlanders voelen zich in de eerste plaats Turk.”

Musa woont in Hoofddorp, maar rijdt bij elke Turkse overwinning toeterend naar het Mercatorplein. Het plein is tijdens het WK in 2002 een verzamelplek geworden, vertelt hij. „Onder ons is dit plein de plek om een feestje te bouwen. Zoals het Leidseplein dat voor Ajaxfans is.”

In de Baarsjes is de helft van de inwoners allochtoon. Marokkaanse Nederlanders maken 13 procent uit van de buurtbevolking, een op de tien is van Turkse komaf. Van alle Amsterdammers voelen zij zich het meest verbonden met de eigen etnische groep.

Autochtone Nederlanders sloegen het Turkse voetbalfestijn vorige week met enige verbazing gade. Arie Haage (61) woont al 41 jaar aan het Mercatorplein. Vanuit zijn stamcafé Brasserie Berlage wijst hij trots naar de overkant, naar zijn balkon vol geraniums. Hij vindt het „leuk” dat de Turken de kwartfinale hebben bereikt. „Maar het is abnormaal dat ze tot twee uur ’s nachts doorgaan. Wij krijgen meteen een boete, maar die klanten mogen alles.” Hij noemt het „wel een pluspunt” dat het feest zonder noemenswaardige incidenten verliep.

Grinnikend: „Als wij feest hebben, gaan de bankjes de gracht in.”

„Het zijn nette mensen”, zegt ook de kroegbaas van een café verderop aan het plein. De Turkse voetbalfeesten vindt hij „heel gezellig”. Maar hij wil niet met zijn naam in de krant. „Als ik zeg dat ik die Turken leuk vind, komen ze hier allemaal binnen.” En dat moet hij niet hebben. „We zijn een Oranjecafé, dat moet je niet mengen.”

Nasibe is het daar niet mee eens. Zij wijst op een auto waar zowel een Turkse als een Nederlandse vlag uit het raam steekt. „Zie je, geen scheiding.” Ze hoopt op een finale tussen Nederland en Turkije. Dan moet Turkije vanavond eerst winnen. „Dat wordt moeilijk”, zegt Nasibe, „maar we gaan ervoor.” Als Turkije verliest, blijft ze binnen. „Dan zijn we verdrietig. Maar dan toeteren we morgen voor Nederland.”