vluchten, verzetten, of verslaan

De mens is onvrij, en doet er goed aan zich daar gewoon bij neer te leggen. Toch lukt niet iedereen dat. Drie rebellen laten zien hoe zij zich vrij vochten.

Illustraite Ruchama Noorda Noorda, Ruchama

De aarde draait om zijn as, maar de wereld draait om geld. En de mens draait mee. Jaar in jaar uit verzet hij arbeid, voegt hij waarde toe aan een productieketen, krijgt hij salaris en betaalt hij belasting. Zelfs zijn vakanties en pensioen bestaan bij gratie van die arbeid. You are a slave to the money then you die, zoals de zanger van de Britse band The Verve tien jaar geleden zong.

Gelukkig zijn veel mensen vergeetachtig. Hoe langer zij meedraaien, hoe minder ze zich bewust zijn van de tralies van het systeem. Ze werken zich vijfenveertig jaar een slag in de rondte, gaan vijfenveertig zomers naar een camping en evenzoveel winters naar een skioord en voelen zich vrij als een vogel. Prima.

Maar er zijn ook mensen die slecht kunnen vergeten. Mensen bij wie die songtekst van The Verve altijd in het achterhoofd rondzingt. Zij kunnen zich niet vrij voelen, want zij weten dat ze het niet zijn. Voor deze rebelse zielen bestaan eigenlijk maar drie ontsnappingsroutes. Je kunt je onttrekken aan het systeem, je verzetten tegen het systeem, of het systeem verslaan (en stinkend rijk worden).

next.one sprak rebellen uit alle drie de categorieën, ter inspiratie.

ROUTE A: VERLAAT HET SYSTEEM

Een man met afritsbroek, sokken in sandalen en warrig grijsbruin haar staat voor de loods. ‘Ik ben Joep Bijnen en hier woon ik’, zegt de man en hij loopt zijn loods in. De loods is enorm, een uitgestrekte vlakte vol onalledaagse objecten. Een glitterende kinderwagen bungelt aan het plafond schuin boven een gemeente-urinoir met engelenvleugels. Naast een grote witte circustent prijkt een reusachtig ei op poten. ‘Heb ik gebouwd voor mijn zoon’, zegt hij.

Joep Bijnen (57) kraakt de loods nu bijna anderhalf jaar. De gemeente dreigde hem deze maand eruit te zetten, maar hij heeft geluk. Er is een prijsvraag uitgeschreven voor architecten voor het ontwerp van een nieuw kantorenpand op de plek van de loods. Hij haalt in elk geval het einde van 2008.

Bijnen is circusdirecteur. Die witte tent daar is circus Nomadome en moet ooit een reizende vrijplaats worden waar artiesten uit alle windstreken kunnen optreden. Of niet, en dan is het ook best. Bijnen heeft de vrijheid elke dag af te wijken van zijn planning. Goed, hij moet iets verdienen voor de kost dus maakt hij meubels, repareert aanhangwagens of helpt eens iemand verhuizen. Dat is wat werk moet zijn: een manier om te overleven. ‘We zijn een beetje van die oerdwang afgeraakt.’

Joep Bijnen geeft niet om geld of zekerheid. Van zekerheid roest je maar vast. Vernieuwing, dat is vrijheid. Hij wil moeten zoeken naar een stopcontact. Met beperkte middelen zijn doel nastreven maakt hem creatief. ’Wat langzaam groeit, is mooier.’

Bijnen studeerde aan de Sociale Academie in Eindhoven, dacht dat de revolutie voor de deur stond. Hij associeerde zich met derdewereldbewegingen, was solidair met de onderdrukten. Hij switchte naar geschiedenis, werd docent en bracht zijn leerlingen de Internationale bij. Op zijn 27ste, of 28ste stopte hij. Hij had last van spit, problemen met zijn darmen, was niet gelukkig. Hij besloot met zijn handen te gaan werken. ‘Sindsdien heb ik geen gezondheidsklachten meer.’ Hoe meer conventies hij van zich afschudde, hoe gelukkiger hij zich voelde. Een relatie heeft hij niet, van zijn vrouw is hij jaren terug na bijna 25 jaar huwelijk gescheiden. Toen verbreedde hij zijn horizon, trok naar Amsterdam, en woont nu hier, langzaam en met de seizoenen.

Zijn tip aan de lezer: Zoek het zelf uit (en daar bedoelt hij niets onvriendelijks mee).

ROUTE B: VERZET JE TEGEN HET SYSTEEM

Rymke Wiersma (54) wil de wereld mooier maken. Niet voor haarzelf, want haar vrijheid valt samen met die van een ander. Sinds 1982 is Wiersma veganist en sinds 1983 eet zij bovendien biologisch. Zij eet vlees noch vis, noch boter, kaas en eieren. Zij reist per openbaar vervoer, fiets of te voet. Gevlogen heeft zij nooit. Per jaar zit ze vier keer in een auto, schat ze. Laatst nog, toen ze naar een familiebijeenkomst ging en de bussen niet reden. De winkel voor huurfietsen was ook dicht. Toen stapte ze maar in de auto bij haar broer. Dat langs haar uit ecologische materialen opgetrokken huis een autosnelweg ligt, is ironisch.

Haar huis maakt deel van Het Groene Dak, een ecologisch woonproject in Utrecht-Noord. Het water dat door haar douche en gootsteen stroomt, wordt gezuiverd en stroomt dan de tuin in, waar de brandnetels welig groeien.

Is dit nu vrijheid? Ja, zegt Wiersma, terwijl ze een mok met kruidenthee omklemt. Het is haar vrijheid om zo afwijkend te eten, drinken en reizen. ‘Ik ben voor soberheid, want er is een gigantische overconsumptie.’

Wiersma is tegen het systeem. Het kapitalisme zorgt ervoor dat alles gierend uit de hand loopt. Iedereen wil drie keer per jaar op vakantie, met de auto of het vliegtuig. Het systeem is fout, maar de grote meerderheid van de mensen moet aan de rem trekken. Wiersma is zo vrij om die mensen te laten inzien dat het zo niet langer kan.

Haar wereld is er één zonder bezitsdrang. Eigenlijk wil ze een samenleving zonder geld. Een mooie tussenstap is een basisinkomen voor iedereen, wereldwijd. Dan zullen de mensen vrijwillig gaan werken, want mensen willen zich nuttig maken. Als de vrijwilligers zouden stoppen met werken, zou Nederland nu al economisch op zijn gat liggen.

Wiersma was zelf jaren ‘bewust baanloos’. Twintig jaar ontving zij een uitkering. Ideaal vond zij dat niet, maar wel beter dan het meeste betaalde werk: ‘Ik teerde minimaal op de samenleving, terwijl er altijd werknemers zijn van wie ik me afvraag hoe nuttig hun bijdrage is. Slagers bijvoorbeeld.’ Sinds 1980 runde Wiersma met haar vriendin Weia Reinboud een uitgeverij van anarchistisch werk, vaak van eigen hand. Sinds twee jaar levert die uitgeverij genoeg op om zichzelf te bedruipen. Werkt ze nu dus toch nog in loondienst. ‘Het voelt rustiger zo. Ik hoef niet meer bang te zijn dat mijn inkomen wordt afgepakt.’

Tip: Zet je in voor die dingen waar je helemaal achter kunt staan, en neem de tijd om te bedenken welke dat zijn.

ROUTE C: VERSLA HET SYSTEEM

Een jongeman opent de deur. Zijn haar is kortgeschoren, zijn tint bruin. Hij draagt een zwart T-shirt, en witte sneakers onder een van hipheid vale spijkerbroek. ‘Let maar niet op de troep. De werkster komt morgen pas’, zegt Leon Planken (33) terwijl hij de woonkamer binnenloopt, die geen troep bevat. De kamer is groot, licht en luxe. Van het zes meter hoge plafond hangt een kroonluchter naar beneden, die de keuken van het woongedeelte scheidt. Achter de grote ramen loopt een kamerbreed terras langs het water. In de hoek van de kamer staan twee leren fauteuils en een bankstel op een wit tapijt: de tv-hoek, inclusief beamer.

Planken heeft geld. 15 miljoen euro, volgens de nieuwste cijfers van maandblad Quote. Rijk worden wilde Planken al toen hij tien was. Op zijn vijftiende verliet hij school en ging hij werken in de computerwinkel van zijn vader. Drie jaar later zette hij zijn eigen zaak op. Hij importeerde computeraccessoires – muizen, speakers, headsets – uit Azië en verkocht ze door in Europa. Zijn zaak ging Sweex heten en werd almaar groter. En Planken bleef werken, want hij wilde rijk worden. Twaalf jaar lang was hij elke dag om zeven uur op kantoor. Hij werkte op zaterdag en op zondagmiddag, en miste de begrafenis van zijn opa. Per jaar nam hij vijf dagen vakantie, en zelfs dan beantwoordde hij tientallen telefoontjes per dag. Ziek was hij nooit en als hij het was werkte hij toch. Als de rest ermee stopt, dan ga ik door, zei hij in die dagen, en hij voelde zich trots. Zo werd hij rijk, en toen hij nog rijker werd, ging hij zich afvragen waarom hij eigenlijk al die tijd rijk wilde worden. ‘Wat ik eigenlijk wilde, was vrijheid’, zegt Planken. ‘Toen besloot ik niet meer te gaan voor het geld, maar voor het leven.’

Planken is nu oud-directeur, maar nog steeds eigenaar van Sweex. ‘Vergeleken met vroeger doe ik nu niets meer.’ Nu reist hij, graag en veel. Naar Manhattan, het strand van Bali, het Colosseum in Rome. Hij vliegt business class en slaapt in de beste hotels. ‘Nooit in de op één na beste.’ En toch noemt hij dat geen vrijheid. Het is comfortabel, dat wel. Maar rijkdom went, vertelt hij. Vroeger kocht hij nog weleens impulsief een auto, maar het euforische gevoel van het ophalen van de wagen was na een paar dagen weer weg. ‘Dan is het gewoon je auto.’

Nee, vrijheid moet je zoeken in jezelf. Planken leeft bewust, zorgeloos en in het nu. Hij probeert elke dag drie kwartier te mediteren. Hij loopt hard, doet aan motorcrossen, bezoekt zijn oma en kan enorm genieten van het voeren van de eendjes vanaf zijn terras. Financiële vrijheid geeft hem meer mogelijkheden zichzelf te ontwikkelen, mensen te ontmoeten, dingen te beleven. Vervelend kan de luxe ook zijn, een beetje. Bijna elke dag komen er mensen over de vloer om iets in het huis te repareren. Doen de sensoren van de kraantjes het weer niet, of is de afstandsbediening van de gordijnen stuk. Dat het stuk gaat is niet erg, maar dat zo’n monteur dan niet op tijd komt. En dan zijn ze er, en dan hebben ze het goede gereedschap niet bij zich. Maar dat zijn luxeproblemen.

Planken vindt het leven fantastisch. Hij geniet en voelt zich vrij. Maar geestelijke vrijheid geeft geld niet, zegt hij. ‘Ik voel me er niet verlicht door.’

Zijn tip: Zoals de Amerikaanse mediamagnaat Ted Turner zei: early to bed, early to rise, work like hell and advertise.

En bedenk, er is altijd nog route D: gewoon weer vergeten dat je onvrij bent.<