Vermoord of doodgegaan

In de bespreking van Het geval Calmeyer (Boekenbijlage 20.05.08) spreekt Jan Blokker zijn waardering uit voor het boek van Geraldien von Frijtag Drabbe Künzel over de Duitse `Judenreferent` Calmeyer. Deze ambtenaar moest van zo`n vijfduizend Nederlandse joden vaststellen of ze aan de anti-joodse wetten voldeden. Blokker concludeert dat Calmeyer verantwoordelijk was voor het feit dat een paar duizend joden `via Westerbork in Bergen-Belsen of Auschwitz terecht kwamen, en daar dood gingen`. Een dag later staat in de bijlage `Sport Exa` een reportage over het Ernst Happel stadion van Wenen. Daar werden in 1938 duizend Oostenrijkse joden in de catacomben gevangen gezet, bij gebrek aan ruimte in de gevangenissen (!). Deze geschiedenis werd onthuld door David Forster, een Weense historicus. Op zijn initiatief werd een paar jaar geleden in het Prater een gedenksteen aangebracht met als laatste zin: `Fast alle wurden ermordet`. Het kostte hem acht maanden om dit gedaan te krijgen. Forster: Op het laatste moment moest ik zelfs nog vechten voor het woord `ermordet`. Men wilde liever dat ik ervan maakte dat de gevangenen `stierven` na hun deportatie.” Het onderscheid tussen `doodgaan` en `vermoord worden` moet ook hier in herinnering blijven.