‘ Turangalîla’ klinkt bij Jansons wat ruig

Klassiek Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons, met Jean-Yves Thibaudet, piano, en Cynthia Millar, ondes martenot. Messiaen: Turangalîla-symfonie. Gehoord: 19/6 Concertgebouw. Herh.: 20, 21/6. Radio 4: 29/6, 14.15 uur.

Geel, rood en blauw zijn de drie grote panelen die boven het podium van het Concertgebouw hangen. Ze doen denken aan Mondriaan, maar verwijzen naar de synesthesie van componist Olivier Messiaen: zijn vermogen om kleuren te ervaren bij klinkende muziek.

Toch zijn de panelen met hun vaste kleuren gedoemd het rijke, veranderlijke koloriet van Messiaens muziek tekort te doen. Belichter Kees van de Lagemaat lijkt dat al vooraf te hebben beseft, want ook het lichtplan dat hij ontwierp, en dat zaal en panelen in wisselende tinten hult, is erg bescheiden en onveranderlijk, wat halfslachtig zelfs. Het speelt zich vooral af tegen het plafond, dat voor het publiek op de begane grond deels zichtbaar is via opgehangen spiegels.

Onder deze gekleurde hemel speelt het Koninklijk Concertgebouworkest als derde Nederlandse orkest in dit Messiaenjaar de Turangalîla-symfonie uit 1948.

Chef-dirigent Maris Jansons kiest daarbij voor een ruwe, elementaire orkestklank. Dat werkt vooral wanneer Messiaen iets van de ongebreidelde kracht van de liefde wil laten horen – de energieke wervelingen van de eerste Chant d’amour bijvoorbeeld. Maar er zijn ook momenten waarop het wringende klankbeeld doorslaat, en de muziek verzandt in incongruentie en gebrek aan definitie.

De vrolijkste delen, Joie du sang des étoiles en de Finale, neemt Jansons relatief rustig en gelijkmatig. Enerverend willen ze daardoor niet worden. In het statische Jardin du sommeil de l’amour probeert hij daarentegen onnodig beweging te brengen met eigenaardige accentjes en inhoudingen.

Pianist Jean-Yves Thibaudet speelt perfect en voegt zich goed in het geheel. Dat geldt ook voor Cynthia Millar op de elektronische ondes martenot. Zij was eerder dit jaar al ‘ondiste’ bij het Nederlands Philharmonisch Orkest, maar klonk toen te hard. Nu is ze in balans: goed hoorbaar, maar toch onderdeel van het orkest. Het instrument blijkt bovendien een groter klankbereik te hebben dan gedacht: van blokfluit tot rinkelende telefoon tot zoete liefdesfee.

Lees over twee eerdere uitvoeringen op nrc.nl/kunst