Schijn en werkelijkheid rond Daphne du Maurier

Justine Picardie: Daphne. Bloomsbury, 405 blz. € 25,–

Justine Picardie: Daphne. Bloomsbury, 405 blz. € 25,–

Wie Justine Picardies veelzijdige derde roman gaat lezen in het vertrouwen dat een redelijke beheersing van de Engelse taal genoeg zal zijn om er de weg in te vinden, moet al gauw ervaren dat het niet zomaar gaat. Zonder enige kennis van de literatuurgeschiedenis wordt het moeizaam om waarheid van fictie te onderscheiden en te begrijpen waarom het er staat zoals het staat.

Om te beginnen moet de Daphne van de titel herkend worden als Daphne du Maurier (1902-1987), die zonder ooit een ereplaats te krijgen in de Engelse literatuur beroemd is gebleven als schrijfster van de roman Rebecca, ‘Last night I dreamt I went to Manderley again’ is de openingszin, nog altijd aan veel lezers bekend: Manderley is de naam van het huis waar het verhaal zich afspeelt, een kostbare en geromantiseerde versie van Menabilly dat tientallen jaren het zomerhuis was van Du Mauriers gezin. Daphne brengt er in de periode dat het boek speelt, van 1957 tot 1960, het grootste deel van haar tijd door.

Het is bij dit boek ook zinvol om enigszins vertrouwd te zijn met het leven in de jaren 1840 van Branwell Brontë, de jongere broer van de zusters Brontë, die hun ambitie deelde maar te vroeg stierf om zijn talent te bewijzen. Over hem was Du Maurier in de jaren vijftig bezig aan een boek waarin zij hoopte aan te tonen dat hij onderschat was.

Als een zijtak van de geschiedenis van de Brontës presenteert Justine Picardie de historische figuur van J.A. Symmington (overleden in 1960), een archivaris en bibliothecaris die in Leeds woonde met veel manuscripten om zich heen van onder anderen Branwell Brontë, die Du Maurier graag had willen bekijken. Een aantal hoofdstukken is aan hem besteed: een verongelijkte, treurige man die onder verdenking stond van knoeien met de signatuur op sommige manuscripten.

De roman speelt zich ook voor een belangrijk deel af in Hampstead, Noord-Londen, in een niet precies aangeduide recente tijd. Daar treedt als vertelster een jonge vrouw op die zich bezighoudt met leven en werk van Daphne du Maurier. Zo komt zij – net als Du Maurier destijds – terecht bij het onderwerp Branwell Brontë. En zij bezoekt Howarth in het gezelschap van de eerste vrouw van haar echtgenoot, de man van wie zijzelf alweer bijna gescheiden is; en die vrouw heet Rebecca! De twee Rebeccas lijken een beetje op elkaar, die van Du Maurier was mooi en donker met fonkelende ogen; de tweede is het ook en nog dichteres bovendien.

Picardie heeft haar roman gecomponeerd uit allerlei gegevens en indrukken en verzinsels die de schrijfster verzamelde toen zij haar aandacht was gaan richten op Daphne du Mauriers 50ste levensjaar. Het is het verhaal van een reis door haar verbeelding, samengesteld uit hoofdzaken en bijkomstigheden die opkwamen op de momenten dat zij zichzelf de vrijheid gaf en zich vervolgens weer tot de orde terugriep.

Dat alle onderdelen net zo levend in de verbeelding van de lezer zouden werken als bij haarzelf zou te veel gevergd zijn. De fragmenten over het leven van de droge Symmington zijn vaak moeizaam om te lezen. Even later loopt het dan weer wat beter :wanneer het over Daphne zelf gaat en over Hampstead, ontstaan er karakter, kleur en emotie.

Wel krijgt de relatie van Daphne met Symmington een gedenkwaardig besluit. Wanneer zij na jaren correspondentie eindelijk een afspraak met hem heeft gemaakt en 600 kilometer naar Leeds is gereisd, wordt zij aan zijn voordeur begroet door een saaie man die meedeelt dat hij assistent Morrison is en dat Symmington tot zijn leedwezen ineens weg moest, maar wel toestaat dat zij in de collectie kijkt. Zij gelooft het niet, en terecht: het is de bibliothecaris zelf, te treurig en onzeker om zich te laten kennen.

Dit is maar een kleinigheid, een mooie anekdote die zich vlug laat navertellen. Het boek in zijn geheel legt een langzamer tempo op aan een lezer die alle paden en zijpaden volgt en wil onderscheiden hoe waarheid en fictie samenwerken. Er moet tijd aan besteed worden: dan blijft er veel van in de herinnering.

    • J.J. Peereboom