Over zichzelf in ‘Mens’

Cover Mens

Bent u zich bewust, Mens? U schijnt hier in het welvarende westen op een uitzonderlijk moment te leven. Dat wilt u horen natuurlijk, want u voelt zich graag uitverkorene. Luister: u bent verlost na eeuwenlang enkel gedreven te zijn door overlevingsinstincten en kunt zich nu wentelen in overdaad en ongekende luxe. En het onherroepelijke gevoel van leegte, de knagende ontevredenheid die u tart, dat is binnenkort verleden tijd. Zo voorspelt Eric Bartels in Mens (Bruna, € 24,95), het boek waarin hij door middel van veel herhaling en een rotsvast geloof de weg naar ultieme verlichting uitstippelt.

Want tot nu toe was u geen volwaardig mens. U was „geketend aan de belemmerende overtuigingen van het eigen onderbewustzijn en de fysieke en emotionele tekort-behoeftebevrediging.” En u staat nu op het punt werkelijk Mens te worden: fysiek en mentaal volledig vrij om eigen keuzes te maken en de eigen potentie volledig te ontwikkelen en gebruiken, aldus Bartels.

Misschien was het een verkeerde locatie – de Rotterdamse dierentuin op de eerste dag van de juni-schoolvakantie – om me in dit boek te verdiepen. Omringd door hele hordes mensen die eerst de apen hebben uitgelachen, op aquaria-ruiten hebben getikt en ‘niet gillen-bordjes’ hebben genegeerd om vervolgens mopperend over lange kassarijen waar ze zich ellebogend naar voren drongen, massaal kilo’s patat te gaan verslinden nadat ze hun kinderen hadden losgelaten tussen de speeltoestellen, die elkaar daar vervolgens vanaf pestten.

Dát is ook de Mens. De Mens die ik meestal tegenkom en die mijn angstige vermoeden bevestigt dat de Mens helemaal niet zo’n verlichtend wezen is, als Bartels in al z’n goeiigheid en boeddhistische vertroebeling mag wensen.

Natuurlijk, we leven hier in het Westen nu toevallig in een relatief rustige periode. Zonder dat er een beroep wordt gedaan op onze overlevingsinstincten. De leegte die we daardoor ervaren, dempen we met ongebreideld consumentisme, geëxalteerde bewijsdrang en hysterische geldingsdrift. De meeste mensen worden er naarmate de welvaart stijgt niet per definitie leuker (of slimmer) op. Ik zou graag willen geloven in een zingeving, een weg, een doel. Een leven waar we helemaal Mens kunnen zijn, totaal ontstegen aan evolutionaire en natuurlijke processen.

Maar hoe meer Kant, Hegel, Aristoteles en Descartes ik voorgeschoteld krijg door Bartels en hoe meer ik me worstel en door zijn oeverloze uiteenzettingen van ‘de rede’ naar aanleiding van de quantumtheorie, hoe meer mijn hoop dooft. Hoop op een antwoord, een snelle cursus naar geluk, wijsheid en de zuiverheid in jezelf.

„Lees dit boek als een handleiding. Geloof niks, kies je eigen weg,” zo waarschuwt Bartels. Tja, dit boek bevestigt mijn stemming. Het is inderdaad een uniek moment waarin we leven. Want was de wereld van de westerse Mens al eerder zo leeg en oppervlakkig? Maar helaas, ik geloof niet in een verlichtende weg naar onszelf. Ik geloof niet in geluk. Ik geloof ook niet in God. Ik geloof zelfs helemaal niet in de Mens.