Op een dag ben je wel klaar met Napoleon

De Napoleon-geschiedschrijving verandert. In plaats van de kleine keizer zelf staan zijn soldaten nu vaker centraal; die bezweken massaal op de slagvelden van Egypte tot Waterloo.

Martin Bril: De kleine keizer. Verslag van een passie. Bart Bakker, 196 blz. € 14,95

‘Marie-Louise lustte er wel pap van; zij was onverzadigbaar, een altijd hitsige, romige vleespot. Ja, de keizer bofte maar met haar.’ Over de Franse veroveraar Napoleon zijn miljoenen pagina’s geschreven, maar de manier waarop Martin Bril in zijn nieuwe boek De kleine keizer. Verslag van een passie Napoleons tweede vrouw karakteriseert, zou best wel eens uniek kunnen zijn.

Vier jaar geleden raakte Volkskrant-columnist Bril in de ban van de Corsicaan. Sindsdien las hij honderden boeken over hem en reisde naar belangrijke en minder belangrijke plekken uit het leven van Napoleon Bo-naparte. In De kleine keizer, gedeeltelijk gebaseerd op reportages die hij maakte voor de Belgische krant De Morgen, deelt Bril zijn fascinatie met de lezer.

Bril heeft ervoor gekozen zijn boek chronologisch in te delen, zonder dat hij zich door het tijdspad laat insnoeren. De reis van geboorte op Corsica tot aan dood op Sint Helena wordt regelmatig onderbroken als Brils associaties met hem aan de haal gaan. Geen moment lijkt het erop dat hij geschiedenisles aan het geven is.

Van een beroepscauseur als Bril mag je een boek verwachten waarin de smakelijke anekdotes over elkaar heen buitelen, en daarin stelt hij niet teleur. Zelfs voor een doorgewinterde Napoleonliefhebber heeft hij feitjes in de aanbieding die verrassen. Dat maakt de alinea’s goed waarin hij wel heel erg diep door de hurken zakt, bijvoorbeeld wanneer hij het inleidende bombardement van de slag bij Waterloo beschrijft. ‘Een artilleriebombardement in de negentiende eeuw was geen zorgvuldige kwestie. Men richtte op het oog en schoot met enorme loden ballen.’

Afgezien van dit soort uiterst laagdrempelige passages, is het boek ook niet zonder fouten. Over de cavaleriecharges van maarschalk Michel Ney bij Waterloo schrijft Bril dat het ‘de grootste ooit gezien op een negentiende-eeuws slagveld’ waren. Dat klopt niet. Aan de charge van Joachim Murat bij Eylau op 8 februari 1807 namen meer ruiters deel.

Dat zijn details waaraan alleen militair-historici zich zullen ergeren. Voor hen heeft Bril zijn boek niet geschreven. De kleine keizer is een ideaal Napoleonboek voor mensen die geen tijd of zin hebben zelf bibliotheken vol informatie te verstouwen.

Minder geslaagd is De kleine keizer als verslag van een passie, zoals de ondertitel belooft. Bril blijft wel heel erg op een afstand van zijn eigen liefhebberij, observerend en relativerend. Alsof de columnist in hem meewarig de liefhebber aanschouwt. Hebzucht, onredelijkheid, onrust: de gevoelens waarmee de oprechte fanaat worstelt, spatten niet bepaald van de pagina’s af.

Wat dat betreft kwam de bijkans schuimbekkende aanbidding die iemand als Boudewijn Büch ten opzichte van zijn helden, onder wie ook Napoleon, tentoonspreidde, een stuk waarachtiger over. Het is tekenend voor Brils houding dat hij zijn passie opgeeft na een relativerende opmerking van zijn vrouw. Hij verlaat de zijde van de keizer met net zoveel graagte als diens generaals na de verloren Slag bij Waterloo. Een fascinerende man die Napoleon, maar op een gegeven moment ben je kennelijk helemaal klaar met hem.