O, wat heerlijk Nederlander te zijn

Nog minstens een etmaal heeft Nederland om zich te wentelen in het grote geluk. 24 uur om te genieten, te lopen door oranje gekleurde straten, gek te doen. Nog in elk geval één zaterdag voor Blokker, Albert Heijn en De Telegraaf om munt te slaan uit het bijna tastbare verlangen om met zijn allen één te zijn. Tijdens dit EK wordt Oranje breder gedragen dan ooit, lijkt het, voetbal is letterlijk ons nationale spel geworden. De tijd dat iemand die van voetballen hield zich moest verantwoorden, is omgeslagen in het tegendeel: wie níet meedoet, heeft iets uit te leggen. Wat ooit een hobby was voor mannen die geen boeken lazen, is uitgegroeid tot een haast religieuze verplichting voor het hele gezin.

Noem het een natte vinger, maar ik heb het gevoel dat Nederland op het gebied van patriottisme een nieuwe fase is ingegaan. Hadden de Nederlanders altijd een knipoog nodig om hun chauvinisme te belijden, nu lijkt de noodzaak van een ludieke houding plaats te maken voor dodelijke ernst. Zo kan ik me niet herinneren dat Nederlanders hun stoelen naar achteren schoven om het Wilhelmus staande mee te zingen. De helden in het gelid, wij ook in het gelid. Soms, echt waar, met de hand op het hart. Als Zuid-Amerikanen, waar je tot voor kort altijd wat lacherig naar keek. Voor wie op school heeft geleerd dat nationalisme vooral iets is voor de ongelukkigen, niet voor welvarende naties als de onze, is dat wennen.

Misschien schuilt het fijnste opium voor het volk nog wel in de internationale media. Voor het eerst in jaren kun je buitenlandse kranten met een gerust hart openslaan. Je vindt er geen scepsis meer over Holland, maar blijde bewondering. Dankzij Wesley Sneijder en Rafael van der Vaart staan we er op als vanouds. De wereld houdt weer van ons; van ons voetbal en daarom van ons. Heel Engeland staat achter Oranje, bij de BBC raken ze niet uitgepraat over de wedergeboorte van ons total football. Duizenden Zwitsers hullen zich in oranje – wie had dat gedacht? Dat komt niet alleen door die drie zeges, het komt ook door de schoonheid van de Nederlandse aanvallen, de supergoals. Mooi voetballen wordt gezien als typisch Nederlands, net als vroeger. Een boodschap die de euforie in de polder alleen nog maar vergroot. O, wat heerlijk een Nederlander te zijn.

Dikke kans dat morgenavond een nieuw kijkcijferrecord wordt gebroken. Waarna het, mocht Oranje winnen van Rusland, opnieuw zal sneuvelen. Om vervolgens tijdens de eventuele finale op 29 juni de hoogst denkbare top te bereiken van zestien miljoen televisiekijkers. Ja, waarom niet? Ik kijk nergens meer van op.

Auke Kok blogt op nrc.nl/ek