Niet à la Glenn Mills

Onmenselijke en vernederende behandeling van burgers is verboden. Net als lijfstraffen. Die norm ligt vast sinds de 16-jarige Britse Anthony Tyrer, in 1972 bij het Hof in Straatsburg bezwaar aantekende tegen ‘judicial birching’, klappen met een bamboerietje. De overheid heeft in het algemeen de plicht om burgers tegen mishandeling, verwaarlozing en wreedheid te beschermen. Deze rechten zijn internationaal gegarandeerd. De overheid moet ze dus eerbiedigen.

Bij minderjarigen die direct onder toezicht staan van de overheid, staat bovendien hun welzijn voorop. De overheid heeft volgens de Beijing-rules (VN, 1985) steeds de macht en de plicht om de tenuitvoerlegging van sancties te staken als dat in het belang is van hun ontwikkeling. Sociaal rechtvaardige bejegening van delinquente jongeren betekent volgens het Nederlandse handboek Jeugd & Strafrecht ook dat „voorkomen moet worden dat een te fijnmazig net van sociale controle over jongeren wordt geworpen”. Respect voor het individu dus. Proportionaliteit staat daarbij voorop. De behandeling mag niet zwaarder zijn dan de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de dader eisen.

Het Nederlandse jeugddetentieregime trok vorig jaar internationaal de aandacht. Een inspectieteam van de Committee for the Prevention of Torture (CPT) van de Raad van Europa bezocht de gesloten jeugdinrichting De Hartelborgt in Spijkenisse. Het leverde een lijst kritische vragen op, onder meer over de regels voor het vastbinden van kinderen en het te routineuze gebruik van handboeien. In De Hartelborgt waren de regels veel te ruim. Om het gevaar van verstikking te beperken adviseert het CPT om een kind alleen in aanwezigheid van een staflid gekneveld te houden. Toezicht door een bewakingscamera vindt men te mager. Volgens de CPT mogen jongeren bovendien alleen bij uitzondering worden vastgebonden, en niet langer dan een paar minuten. Terechte adviezen.

Vorig najaar constateerde de Inspectie voor de Jeugdzorg ook misstanden binnen de Glen Mills-school, een open jeugdinrichting voor jongens met ernstige gedragsproblemen. Daar blijkt dat het tegen de grond drukken van een kind „de basis vormt van de behandelmethodiek”. Er zijn geen richtlijnen die bepalen hoe lang een jongere gekneveld mag zijn, noch richtlijnen voor het maximum aantal medewerkers dat een jongere mag knevelen. De kinderen konden er niet over klagen, niet met hun ouders over praten en hadden geen toegang tot een vertrouwenspersoon.

Deze week bundelde de SP alle klachten over Glen Mills en nam minister Rouvoet (Jeugd & Gezin) een aantal zeer beperkte maatregelen. De school krijgt wettelijke bevoegdheden om een jaar met de ‘holding’-techniek door te gaan, mits ‘terughoudend’ en beter gecontroleerd.

Het is treurig dat de minister harder is voor de jongeren die de wet overtreden, dan voor de instellingen die grondrechten schenden. Het knevelen van delinquente kinderen mag alleen het allerlaatste en uiterste redmiddel zijn.