Levensmoe alsmede onderbetaald en tweeëntachtig jaar oud

New York verlaten is moeilijk, na dagenlang plezier en verse bagels. Daarom is het goed dat het John F. Kennedy-vliegveld een plek is die de hel zo dicht mogelijk benadert. Als je daar vandaan wegvliegt, ben je zo opgelucht dat het niet erg is om New York achter je te laten.

Nadat je de gebruikelijke incheckvernederingen hebt doorstaan – je schoenen uittrekken, waarop je de hele dag door New York gesjokt hebt. Ze laten betasten en beruiken door een beveiligingsagent, aan wie je ook alle hapjes en drankjes die je in de stad had gekocht moet afstaan, omdat hapjes en drankjes (en schoenen) in Amerika gelijkstaan aan mini-weapons of mass destruction – na die vernederingen ga je op zoek naar een nerinkje waar je wat kunt consumeren.

Qua nerinkjes blijk je te kunnen kiezen uit de driemiljardste Starbucks die je op je reis bent tegengekomen, en een Sbarro. Sbarro is een restaurant waar je stukken pizza kunt kopen. Op de stukken pizza liggen blokjes in verschillende gradaties van bruin, en aan die gradaties moet je kunnen zien of het bijvoorbeeld kip of worst is.

Deze etablissementen worden bestierd door één persoon. Deze persoon heeft heel weinig uren geslapen en is daarnaast sowieso al jaren levensmoe, alsmede onderbetaald en tweeëntachtig jaar oud, en moet nu een rij van minstens honderd gejaagde reizigers afwerken die allemaal nog snel een stuk pizza met bruine blokjes willen. Of een kop slappe koffie.

Met deze heerlijkheden mag je plaatsnemen in een kantine vol Sbarro- en Starbucksvuilnis, waar een dikke duif die op het vliegveld woont intiem langs je been schuurt om een bruin blokje van de vloer te pikken.

Eenmaal bij de gate blijkt je vlucht twee uur vertraagd en komt een mannetje dat nog veel ouder is dan die van de Sbarro vragen of je dat ene groene immigratieformuliertje nog hebt dat een douaneman een week geleden aan je instapkaart heeft geniet. Met tranen in je ogen zie je dat mannetje het hele vliegveld doorstrompelen met een stapel groene formulieren van wie niemand eigenlijk weet waar ze voor dienen, hijzelf ook niet.

Dan loop je nog even naar de dames-wc – nee, die beschrijving doe ik niemand aan.

Mijn vriendin Iliana, die uit de krochten van Mexico-City afkomstig is en met wie ik ooit een jaar in New York studeerde, zei het al: Amerika is in het geheim een derdewereldland.

Aaf Brandt Corstius