Is theuneel een ambacht of een kunst?

Honderden beginnende toneelspelers en dansers komen deze week naar Amsterdam om zichzelf voor de eerste keer aan de wereld te laten zien. Het ITs Festival voor theaterscholen, gisteravond geopend, is de jaarlijkse gelegenheid om de talenten van morgen te spotten. Bijzondere aandacht krijgen de negen regiestudenten die meedingen naar de Ton Lutz Prijs. Iedereen fluistert alvast de naam van student Lucas de Man.

Afgelopen seizoen debuteerde de 29-jarige Thibaud Delpeut in de eredivisie van het toneel. Delpeut regisseerde één klassieker bij Toneelgroep Amsterdam, en twee zelfgeschreven werken bij het Nationale Toneel. Opmerkelijk genoeg kreeg dit talent bij zijn afstuderen in 2006 niet de Ton Lutz Prijs. Kon hij het toen nog niet? Jawel hoor. De jury vond dat Delpeut het vak zo goed beheerste, dat hij meteen door kon naar een conventionele toneelgroep met een breed publiek, zoals het Nationale Toneel. Maar de prijs kreeg hij niet want die is voor kunstenaars, niet voor de vaklui. Vond de jury.

Die beslissing was geen ongelukje. Ook de jury van 2007 was onder de indruk van het vakmanschap van de regiestudenten, maar zag te weinig „urgentie”, en werd te weinig „onthutst”. Mikpunt van deze kritiek is de Regie Opleiding te Amsterdam, die sinds enkele jaren inderdaad meer nadruk legt op het ambacht. Wat de opleiding nastreeft, wordt door studenten smalend „theuneel” genoemd; naar Theu Boermans, de grote man van het teksttoneel, die de laatste tijd inderdaad vooral indruk maakt met zijn on-experimentele regies van klassiekers.

Uit Delpeuts eerste seizoen blijkt dat de scheiding tussen de conservatieve vakman en experimentele kunstenaar niet is vol te houden. Hij regisseerde de klassieke Franse tragedie Britannicus (conventioneel), en plaatste deze in een koelhuis met te identificeren slachtoffers van een massamoord (experimenteel). Vervolgens regisseerde hij twee eigen teksten (kunstenaar). Deze conventionele teksten regisseerde hij op experimentele wijze: de onbevredigende schets Entr’act en een mooie variatie op ‘Virginia Woolf’: Naar Schotland. In het tweede geval waren dat deels mislukte experimenten (huiskamer vol water laten stromen zonder verdere noodzaak) zodat je zou willen dat hij wat conventioneler had geregisseerd. In alle gevallen blonk hij uit in spelregie: glasheldere tekstbehandeling en overtuigend, ingeleefd spel (vakman), en drukte hij een duidelijke visie uit (kunstenaar).

Is die nadruk van de Regie Opleiding op „theuneel” verkeerd? Louter vakmanschap is niet genoeg. Rien Poortvliet kon beter schilderen dan Vincent van Gogh, in ieder geval paarden. En Marco Borsato kan beter zingen dan Lou Reed. Toch zijn Van Gogh en Reed grotere kunstenaars. In iedere kunstvorm kwam in de twintigste eeuw het moment dat het ambacht werd losgelaten, en een gebrekkige techniek juist een stijlmiddel werd. Zo ontstond de conceptuele kunst, punk, Dood Paard.

Maar juist als regisseur, zeker voor de grote zaal, heb je bepaalde vaardigheden nodig, of je nu experimenteel bent of conventioneel. Tot voor kort moesten regisseurs dat zichzelf aanleren, in de praktijk. Fijn dat ze dat nu eindelijk alvast op school krijgen. Daarna kunnen ze altijd nog gekke dingen gaan doen, mét vakmanschap. (Dit jaar komt alles goed want ik zit zelf in de jury.)