Invloedrijke foto’s van twee Hongaarse hartsvriendinnen

Uit ‘Dromen in het woud’, A. Kandó Kandó, Ata

‘Als ik als kind de trap opwandelde, hoorde ik het al: Hongaars geklets in de keuken. Dan was Ata er en werd alles besproken: politiek, fotografie, mannen.” Iara Brusse, de dochter van de in 2003 overleden Hongaars-Nederlandse fotografe Eva Besnyö, opende afgelopen vrijdag met een ontroerende speech in de HUP Gallery in Amsterdam Ata & Eva, een kleine overzichtstentoonstelling met het beste uit het oeuvre van de fotografen Ata Kandó en Eva Besnyö.

De twee fotografen ontmoetten elkaar voor het eerst in 1952 en sinds die tijd zijn ze hartsvriendinnen gebleven. Het was een langgekoesterde wens om ooit een gezamenlijke expositie maken. Uitzonderlijk was het, dat Brusse haar woorden kon richten tot de 94-jarige Ata. Met haar volle witte haardos en haar laatste restje energie was ze speciaal voor de gelegenheid vanuit haar verzorgingsflat in Bergen naar de opening gekomen.

Los van hun Hongaarse afkomst zijn er veel overeenkomsten tussen Kandó als Besnyö. Beiden kregen les van fotograaf József Pécsi en sloten zich, eenmaal in Nederland, aan bij de Gebonden Kunsten Federatie (GKf). Beiden waren geëngageerd fotograaf maar moesten hun ambities ook indammen vanwege het moederschap. En beiden hebben invloed gehad op de Nederlandse fotografie, maar wel ieder op een verschillende manier.

Besnyö toont zich vooral als een zuiver en vakbekwaam fotograaf. Ze vertrok in de jaren dertig naar Berlijn en werd daar gegrepen door de ‘Nieuwe Fotografie’. In HUP zijn haar beste foto’s uit die periode te zien, samen met nog andere beelden uit haar ‘keurcollectie’ – een selectie van haar beste grafische zwart-wit voorstellingen en kunstenaarsportretten.

Pronkstukken zijn de ‘jongen met de cello’ (1931), een foto van een zigeunerjongetje bij het Balatonmeer en het prachtige ‘Starnberger Strasse’, een in licht en schaduw gevangen beeld van een straathoek met een reclamezuil, een taxi en een aantal wandelaars.

Van Kando, die het talent had om de perfecte zwart-witafdruk te maken, worden beelden uit haar hele loopbaan getoond. Haar werk is veel associatiever dan dat van Besnyö. HUP heeft gekozen om veel zwart-witfoto’s op te hangen uit Dromen in het woud en Kalypso en Nausikaä, poëtische beeldsprookjes die ze op vakanties met haar kinderen maakte. Ook zijn opnieuw de beelden te zien die Kandó maakte van de Hongaarse vluchtelingen aan de Oostenrijkse grens in 1956. Die serie vormt nog altijd de meest basale en eerlijke vorm van documentairefotografie die Nederland heeft voortgebracht. En daar was waarschijnlijk het oog van een migrant voor nodig.

T/m 30 aug in de HUP Gallery, Tesselschadestraat 15, Amsterdam. Di, do en vr 10-17u. Inl: www.hupgallery.com