‘Ik schaam me voor mijn generatie’

Louis de Bernières laste na zijn bestsellers een tijd van hedonisme in. Nu is zijn nieuwe roman ‘Een partizanendochter’ verschenen.

Louis de Bernières: ‘Toen de Berlijnse muur viel, huilde ik’ Foto Flickr Flickr

Zijn welluidende Franse naam en de uitbundige stijl van zijn romans doen anders vermoeden, maar Louis de Bernières is een echte Engelsman. Hij bloost als hem bij het Internationale Literatuurfestival in Amsterdam gevraagd wordt om voor te lezen uit zijn nieuwe roman, Een partizanendochter (Boeken, 22.04.08). Een passage over de mannelijke behoefte om prostituees te bezoeken slaat hij over, onder verlegen gemompel dat deze niet geschikt is om voor te dragen. Maar zodra hij leest zorgt hij voor theater, humor en gedrevenheid.

Louis De Bernières (1954) woonde in Londen tot het overweldigende succes van zijn vierde roman Kapitein Corelli’s mandoline (1994) hem uit zijn geboortestad verdreef. „Ik kon de deur niet uit of ik werd gestalkt door de pers. Daarom verhuisde ik naar Norfolk, en sindsdien werd ik met rust gelaten, want godzijdank waren zij te lui om Londen uit te komen.”

U had een stormachtige start met in vier jaar tijd vier succesvolle romans: eerst de ‘Latijns-Amerikaanse trilogie’ en toen ‘Kapitein Corelli’. Daarna bleef het tien jaar stil. Werkte het succes verlammend?

„Nee hoor, ik heb daarna Vogels zonder vleugels (2004) geschreven, dat ik zelf mijn beste boek vind. Maar ik heb er inderdaad lang over gedaan. Het publiciteitscircus nam me in eerste instantie erg in beslag. En in die vier eerste boeken had ik al veel van mijn verhalen opgebruikt. Ik had tijd nodig om te leven, nieuwe verhalen op te doen. Nu had ik voor het eerst tijd, maar ook geld, dus ik heb het er goed van genomen.’’ Hij wijst op zijn niet onaanzienlijke buik: „Ik bedreef hedonisme.’’

Het vlees is zwak, lijkt een van de motto’s van De Bernières. Zijn grote kracht ligt in de ironie en het mededogen waarmee hij karakterzwakheden van zijn personages tegemoet treedt. Hoe slecht of zwak ze ook zijn, ze verdienen sympathie, want hun gebreken zijn maar al te menselijk. Chris, de mannelijke hoofdpersoon in Een partizanendochter, is een uitgebluste veertiger die klaagt over zijn slechte huwelijk. Hij is te passief om hier zelf iets aan te doen, en te onzeker om de door hem begeerde, twintig jaar jongere Roza het hof te maken. Dus dan luistert hij maar naar haar verhalen in de hoop dat dat hij haar in bed zal krijgen. Hij is wat je noemt een slapjanus, maar in al zijn sociale onhandigheid ook ontroerend en tragisch.

In zijn eerdere, omvangrijke romans voerde De Bernières talrijke personages op, tegen de achtergrond van oorlogen, drugshandel of andere woelige gebeurtenissen in exotische landen. Een partizanendochter is veel soberder van opzet: hierin doen alleen Chris en Roza hun verhaal, tegenover elkaar gezeten in Roza’s huis.

Waarom bent u zo dichtbij huis gebleven?

„Dat valt wel mee. Roza’s verhaal speelt zich deels af in Joegoslavië, waar zij vandaan komt. De rest vindt in Londen plaats, tijdens de winter van 1979. Het was de ‘Winter of Discontent’, naar Shakespeare. Iedereen staakte, het huisvuil stapelde zich op in de straten, en in Liverpool lagen zelfs de lijken boven de grond te rotten. Het land was niet te regeren. De inflatie was gigantisch. We moesten geld lenen van het IMF, volslagen krankzinnig.

„Wij dachten dat we de wereld veranderden door met een groepje hippies in een verwaarloosd huis te wonen. We deden niets anders dan naar muziek luisteren. ‘Zij’ van de gevestigde orde deden alles fout, en ‘zij’ zouden er wat aan moeten doen, al wisten we niet wie ‘zij’ dan waren. Terugkijkend schaam ik me voor mijn eigen generatie. Al mijn vrienden kregen uiteindelijk geweldige banen en ik bleef als een van de laatste hippies over.

„Toen de Berlijnse muur viel, huilde ik. Ik zag al mijn dromen in duigen vallen. Ik had me verzet tegen mijn conservatieve familie. Ik las Marx en Engels en verdiepte me in alles wat links was. De kritiek op Oostbloklanden deden wij af als negatieve propaganda, maar toen bleek alles waar te zijn. Dat was ontluisterend. Toen moesten we het communisme wel opgeven.”

U heeft zo te horen veel autobiografische elementen in dit boek verwerkt.

„Ja, dat klopt. De BDU (Bob Dylan Upstairs) uit het boek – dat ben ikzelf. Er woonde in dat huis ook echt een Servische vrouw die me voortdurend verhalen vertelde. Ik vond haar razend interessant. Zij ging er prat op dat haar vader een partizaan was geweest. Het maakte haar stoer, alsof zij zijn heldhaftigheid had geërfd.

„Zij vertelde me ook dat ze in een hostessclub had gewerkt. Ze beweerde dat ze een kist vol met geld onder haar bed had. Pas later ben ik gaan twijfelen of ze wel de waarheid sprak. Haar levensverhaal bleef door mijn hoofd spoken, ik schreef het op vanuit haar perspectief, maar het was te mager voor een roman, het had geen plot.

„Ik bleef mijn redacteur er jaren over aan zijn hoofd zeuren, terwijl ik intussen andere romans publiceerde. Op een bepaald moment zei hij: je lijkt wel geobsedeerd door die vrouw. Dat was niet zo, maar die opmerking bracht me op een idee: ik besloot Chris toe te voegen, een man die door haar geobsedeerd was. Zo kreeg dit boek na vele jaren eindelijk gestalte. In feite is het mijn eerste roman.’’

Roza choqueert Chris graag. Ze vertelt dat ze op haar initiatief seks had met haar vader.

„Ze is een soort Lolita. Nabokovs personage intrigeerde mij omdat zij, een kind nog, degene is die het initiatief neemt tot seks met een veel oudere man. Ik had zelf ook een keer een vriendin die zei dat ze met haar vader had geslapen, en dat ze daar geen probleem mee had. Zij wilde zelfs dat ik een snor liet groeien zodat ik op hem zou lijken. Dat heb ik toen maar gedaan, maar het stond me helemaal niet.’’

Geloofde u wat die vriendin u vertelde?

„Ja. Misschien was dat wat naïef.”

Waarom vertelt Roza leugens, voor zover het inderdaad leugens zijn?

„Soms maken leugens een verhaal interessanter, en soms zijn leugens beter te verteren dan de waarheid. Ik laat in het midden of het leugens zijn, ik suggereer alleen dat Roza een onbetrouwbare verteller is.’’

De echtgenote in het boek, met de bijnaam ‘The great white Loaf’ (Gesneden Melkwit), is het prototype van gefrustreerd wijf.

„Vind je? ‘The great white Loaf’ is ook gebaseerd op een bestaand persoon. Ze heette Pam, en deed niets anders dan op de bank zitten en dikker worden. Ik heb het personage niet verder uitgewerkt, omdat ze geen rol van belang speelt in het verhaal. Vrouwen roepen wel eens dat ze ondervertegenwoordigd zijn in de literatuur. Ik ben het daar niet mee eens. Weet je wie ondervertegenwoordigd zijn? Oude mensen, kinderen en dieren. Hoofdpersonen in de Engelse literatuur zijn altijd dertigers of veertigers, dezelfde leeftijd als hun scheppers.”

Bij De Arbeiderspers: ‘De oorlog van Don Emmanuels edele delen’, ‘Het vrouwenleger van Señor Vivo’, ‘Het lastige kroost van kardinaal Guzman’, ‘Kapitein Corelli’s mandoline’, ‘Vogels zonder vleugels’, ‘Een partizanendochter’.

    • Judith Uyterlinde