‘Ik componeer voor het volk’

Het Holland Festival sluit zondag met La Pasión según San Marcos van de Argentijnse componist Osvaldo Golijov. Zijn stijl is eclectisch. ,,Je moet de muziek maken die je voelt.’’

Osvaldo Golijov foto Sébastien Chambert componist Het Holland Festival sluit zondag met La Pasión según San Marcos van de Argentijnse componist Osvaldo Golijov. Chambert, Sébastien

La Pasión según San Marcos van de Argentijnse componist Osvaldo Golijov (La Plata, 1960) klinkt nauwelijks als een klassiek oratorium. In zijn ‘Marcus Passie’, waarmee het Holland Festival zondag afsluit, wisselen flamenco, Piazolla-verwijzingen, Braziliaanse ballades en folkloristische percussieklanken elkaar af, met een kaddisj (joods gebed voor de doden) als sluitstuk.

„Ik wilde in de eerste plaats een passie voor het volk schrijven”, vertelt de componist vanuit Boston over de telefoon. „Ik wilde geen barrières doorbreken, geen commentaar leveren op Bach, evangelie of Christendom. Ik heb alleen maar gedacht aan de mensen van het koor in Caracas, die mijn passie zouden gaan zingen. Het lijdensverhaal van Christus is voor hen springlevend. Ik wilde hún emotie weerspiegelen. Toen ze erom moesten huilen, wist ik dat ik het goed had gedaan.”

Aan Bach probeerde Golijov – joods, opgegroeid in het katholieke Argentinië – zo min mogelijk te denken, toen hij zijn werk in opdracht van de grootschalige Bach-herdenkingen in het jaar 2000 componeerde. „Daarom koos ik het evangelie van Marcus, dat een droog, bijna journalistiek verslag van het lijdensverhaal geeft”, zegt Golijov. „Een nieuwe Matthäus Passion componeren, dat is net zoiets als een toneelschrijver vragen om een nieuwe Hamlet.”

Een groter contrast dan tussen de muzikale wereld van Bach en Golijov is nauwelijks denkbaar. De emotionaliteit en ongebondenheid waarmee hij in zijn muziek schaamteloos langs verschillende stijlen zapt, maakt Golijov omstreden. „In de VS wordt Osvaldo Golijovs vrolijk eclectische stijl omarmd als de toekomst van de nieuwe muziek. Laten we dat niet hopen”, noteerde The Guardian. De Volkskrant ging vorige week nog een stapje verder, en kwalificeerde zijn suite uit Youth for Youth (de soundtrack voor de gelijknamige film van Francis Ford Coppola) als ‘Bouquetreeksmuziek zonder smaak, originaliteit of samenhang’.

„Hmm”, zegt Golijov. „Coppola is zeer muzikaal en vroeg specifiek om ambigue, laat-romantische muziek à la de jonge Schönberg en Liszt. Dat paste bij het onderwerp van zijn werk, dat gaat over het illusionaire van de werkelijkheid; over de sensatie dat je soms zelf niet meer weet waar droom begint, en werkelijkheid ophoudt.”

In de Verenigde Staten is Golijov bemind

en beroemd, vooral door de met twee Grammy’s (‘beste opera’, ‘beste eigentijds klassieke compositie’) bekroonde flamenco-opera Ainadamar. De uitersten in de ontvangst van zijn muziek vervelen hem, zegt hij. „Ik wil niet dat mijn werk ‘de redding van de nieuwe muziek’ is, net zo min als ‘het failliet’. De maand dat mijn moeder overleed, werd mijn eerste kind geboren. Vanaf dat moment dacht ik: als ik maar het gevoel heb dat ik op de juiste weg ben. Voordien was ik, denk ik, nog te sterk bezig modernistische componisten te behagen. Maar daarvoor is het leven te kort, je moet de muziek maken die je voelt.”

Golijovs achtergrond verklaart iets van zijn brede muzikale belangstelling. Van zijn Duitse vader, een arts, kreeg hij de liefde voor Astor Piazolla en de tango overgedragen. In de synagoge, thuis in Argentinië, verbaasde hij zich als kind over de chaos tijdens het bidden. „De één bidt in stilte, de ander verliest zich in extase en dan opeens valt alles weer samen; een beetje als een orkest.”

Zijn Roemeense moeder was pianiste, zoals ook Golijov zelf begon met een studie piano en compositie, totdat hij naar Israël verhuisde, en zich daar de joodse volksmuziek – klezmer, sefardische liederen – eigen maakte. Later, in de Verenigde Staten waar hij nog steeds woont, voltooide Golijov zijn studie bij de componisten George Crumb en Oliver Knussen, en werkte als arrangeur voor het Kronos Quartet – waar hij ook weer met allerlei muziekstijlen in aanraking kwam.

„Mijn muziek is zeker de weerslag van mijn achtergrond”, erkent Golijov. „Wie mijn muziek slecht of niet authentiek noemt, respecteert de bronnen niet. Ik ben geen Mozart; ik ben veel onbeduidender. Maar in de veelomvattende stijl die ik voor mezelf gevonden heb, vind ik mezelf vrij goed. Ik citeer niet, ik verdiep me in verschillende stijlen en neem die op in mijn muzikale idioom. Mijn muziek is ‘ klassiek’ door de architectuur, door de reis waarop ik de luisteraar meeneem door die verschillende stijlen heen. Maar het is mijn muzikale wereld.

„Voor de Marcus Passie ben ik een jaar bezig geweest met het bestuderen van al die stijlen. Vervolgens bouw ik, met die kennis als bouwstenen, mijn eigen melodieën. Als ze ‘authentiek’ klinken, des te beter! Maar ik ben degene die voor de structuur zorgt en ik gids de luisteraar door die verschillende stijlen. Veel contemporaine componisten in West-Europa hebben een eenduidiger achtergrond dan ik, en zij componeren ook in een homogenere stijl.”

Het aantal werken van Golijov

dat wereldwijd wordt opgevoerd, is relatief klein. Veel van de composities die hij heeft geschreven zijn „currently unavailable”. „Die vind ik nu gewoon slecht”, zegt Golijov. „Van al mijn werken weerspiegelen de Pasion en de liederencyclus Ayre het best wie ik ben. Dat zit hem in technische dingen; de vloeibare overgangen tussen hoog en laag, en de juiste mix van humor en tragiek. Het gevoel dat de noten bondig zijn, maar niet verkrampt. Wat mijn muziek van mij maakt is een gevoel, een instinct. Het is moeilijk die eigenheid te vinden. Dan troost ik me met Dylan, The Beatles, Stravinsky of Janacek – allemaal doorliepen die diepe stilistische transformaties om te komen tot een puur eigen geluid.”

Golijov – die zelf Björk, David Bowie en Paul Simon onder zijn fans heeft – noemt deze tijd een „slechte” voor de klassieke muziek; de belangstelling en de weerklank bij het publiek zijn immers onvergelijkbaar veel kleiner dan bij popmuziek. „Maar dat betekent niet dat ik pessimistisch ben. De muziek zelf is niet in gevaar, maar of zij zal voortleven in de traditionele concertvorm, weet ik niet. Er komen andere narratieve vormen bij – games, bij voorbeeld. Veranderingen maken de kunst als zodanig niet stompzinniger, of minder interessant. De essentie – het oproepen en uitdrukken van emotie – zal nooit verdwijnen.”

Golijov beklemtoont het met Latijnse pathetiek. „Deze week ben ik vrij. Ik speel Schubert en Beethoven op de piano. Schubert blijft in mijn hoofd doorzingen, de hele dag. En dan ben ik oprecht dankbaar dat die muziek bestaat. Ik hoop dat er ook af en toe iemand dankbaar is voor mijn muziek.”

Osvaldo Golijov: La Pasión segun San Marcós op 22 juni in Carré, Amsterdam. Aanvang 21 uur. Live-uitzending via Nederland 2.

    • Mischa Spel