Ik bied vrede en rust voor nul euro

Jan Wolsheimer is voorganger bij een evangelische gemeente.

Hij was verkoper bij een bedrijf, nu zit hij tussen de kathedralen van deze tijd.

Foto Mieke Meesen Meesen, Mieke

De Rijnstraat 77 in Woerden is een A-locatie: middenin de stad, aan een winkelpromenade. Tot voor kort zat er een reisbureau. Maar het reisbureau is verhuisd. Sindsdien kun je op dezelfde plek terecht voor koffie, thee en gebed. Of, zoals het heet op een papier dat vooral vanwege de laatste toevoeging steeds meer mensen naar binnen lokt: ‘gratis koffie, gratis thee, gratis internet, gratis gebed en gratis toilet’.

De Gebedswinkel is een idee van Jan Wolsheimer (38), voorganger bij een evangelische gemeente. Het idee ontstond toen hij vorig jaar zomer met zijn vrouw en drie kinderen (12, 8 en 5 jaar) met vakantie was in Frankrijk, moe na een inspannend kerkelijk jaar. „Ik dacht: als het zo doorgaat kan ik dit werk niet nog tien jaar doen.” Terwijl hij nog maar een paar jaar daarvoor zijn baan bij KPN Wholesale had opgegeven om voorganger te worden.

Wat deed u niet goed?

„Dat wist ik zelf niet. Maar ik ging erover nadenken en stuitte toen op een bijbelboek dat het antwoord leek te bevatten: Haggai, een boek uit het Oude Testament. Haggai was een profeet die rond 500 voor Christus zijn uit ballingschap teruggekeerde volk aanmoedigde de tempel van Salomo te herbouwen. Ze hadden de fundamenten gelegd en een offeraltaar gebouwd, maar daarna vonden ze het wel mooi geweest. Toen gingen ze hun eigen huizen bouwen. Haggai moest namens God tegen de mensen zeggen dat ze de verkeerde prioriteiten stelden: ‘jullie zijn teveel met jezelf bezig’. Ik besefte toen ik het las: dit geldt ook voor ons. Voor mij. Gods prioriteit is: de mensen opzoeken. En wat doen wíj? We zitten in de kerk te wachten tot er mensen naar ons toekomen.”

U dacht: mijn werk is zwaar omdat ik geen contact heb met de buitenwereld?

„Ja. Ik denk dat wij als christenen een reservaat binnen de samenleving hebben gemaakt, zonder dat we dat bedoelden. Ons gedachtengoed, ons samenzijn, onze clubs: we hebben het apart gezet. We hebben ook een jargon ontwikkeld. Als je niet uitkijkt, is er op een dag geen connectie meer tussen de mensen die nooit naar een kerk gaan en mensen die dat elke week doen. Als iemand bij ons in de kerk komt, weet hij niet wat daar gebeurt. Dat is altijd een beetje mijn angst, dat wij een kerktaal spreken en dat de mensen denken: ‘waar gáát dit over’?”

Van die gedachte naar een gebedswinkel is nog een hele stap.

„Inderdaad, de vraag was: hoe moet ik de mensen van deze tijd dan bereiken. Wat ik wist was: de mensen van deze tijd zijn druk, druk, druk en intussen ontzettend op zoek naar zingeving en verdieping. Je hoort het om je heen en je ziet het ook aan het succes van een blad als Happinez, dat ik zelf ook graag lees. Maar in zo’n blad kom ik maar weinig tegen over ons geloof. Het gaat over oosterse religie en mediatie, terwijl vanuit het christendom toch veel valt te zeggen over vrede vinden.

Toevallig hadden we in dezelfde tijd dat ik hierover nadacht op een zaterdag een gebedsactie op straat. Iemand van onze gemeente had gezegd: laten we dat een keer proberen. Je gaat dan in tweetallen de straat op met een oranje wegwerkershesje aan waarop staat: ‘mag ik met u bidden?’ Ik vond het doodeng. Ik dacht: wie zit daar nou op te wachten. Tot mijn stomme verbazing hebben we gebeden met iedereen die we aanspraken. Het waren wildvreemde mensen, maar het ging meteen over de zin van het leven: dingen waar ze moeite mee hadden, waar ze mee zaten of die ze niet aankonden. Het was prachtig. Ik fietste naar huis en ik dacht: wat zou het mooi zijn als je een winkel had waar je elke dag binnen zou kunnen lopen, koffie drinken, bidden, praten, zwijgen. Ik heb toen een website gemaakt om een beetje met het idee te spelen, gebedswinkel.nl. Uiteindelijk hebben we als kerkgemeente besloten er geld voor uit te trekken.”

Want het moest een winkel aan een winkelpromenade worden.

„Ja. En dat kost wat. Maar we wilden tussen de kathedralen van deze tijd zitten. De religie van deze tijd is: ik ben wat ik koop. Mensen zijn op zoek naar rust en vrede en met hun voortdurende aankopen proberen ze dat gevoel de mond te snoeren. Wij willen laten zien dat je rust en vrede kunt vinden voor nul euro.”

En dan te bedenken dat u drie jaar geleden nog verkoper was bij een bedrijf.

„Waar ik met veel plezier heb gewerkt. Maar het was ook leeg. Je had targets en als je die had gehaald, kreeg je weer nieuwe targets. En zo ging het maar door, jaar na jaar. Ik merkte de leegte ook aan de mensen om me heen. Ze verdienden veel, kregen laat kinderen en hadden een duur huis. Maar als je met ze doorpraatte, besefte je dat ze niet echt gelukkig waren. Ik ben kerkelijk opgevoed en toen ik in de twintig was, tot geloof gekomen. Ik dacht toen: het geloof is goed nieuws, maar waar ik in mijn werk mee bezig ben is helemaal geen goed nieuws. Toen ben ik naast mijn werk theologie gaan studeren. En daarna ben ik voorganger geworden.”

Kunt u mij uitleggen hoe ik moet bidden, als ik uw winkel binnenstap?

„Als iemand mij vraagt hoe je moet bidden dan leg ik uit dat bidden bestaat uit een aantal elementen, waaronder spreken. Een gebed is een gesprek, zoals jij dat nu met mij hebt. God is een persoon met wie je kunt praten. Hij zegt ook wat terug. Maar, ga ik dan verder: bidden is niet alléén praten. Bidden is ook zijn. In onze gebedsruimte kun je wat lezen, je kunt iets opschrijven, naar muziek luisteren, even gitaar spelen, een kaars aansteken. Dat zijn van oudsher de rituelen waarmee je een moment heiligt. Want daar gaat het om: een moment van ontmoeting met jezelf – in aanwezigheid van God. We zeggen vaak tegen mensen: als je wilt kun je gebruik maken van de gebedsruimte, hij is nu vrij. Dan loopt er één van onze vrijwilligers mee, om uit te leggen wat je zou kunnen doen. En of je dan wilt praten of een tekening maken, dat maakt niet uit.”

Dat kan thuis toch ook?

„Natuurlijk. Maar het is mooi om in een ruimte te zijn waar vóór jou iemand heeft gezeten die óók met God heeft gepraat. En die bijvoorbeeld het briefje heeft opgehangen: ‘Ik wil gebeden vragen voor Mirjam en André. Ze kunnen tot nu toe geen kinderen krijgen.’ Of: ‘Ik wil vragen of er voor mij gebeden kan worden om mij te helpen een keus te maken wat te doen na mijn afstuderen.’ Je leest het briefje en denkt: daar wil ik wel voor bidden. Je komt in een situatie van rust waarin je beseft dat je alles wat in je wezen zit, uit kunt drukken: met praten, met luisteren, met schrijven, met tekenen, met musiceren. Bidden is heel breed, the sky is the limit.”

Niemand zegt: ‘Hij praat niet terug’?

„Het luisteren is inderdaad het moeilijkste. Daar is oefening voor nodig. Net zoals er oefening voor nodig is om te leren mediteren. Het is een weg naar binnen die je moet afleggen. Dus het begint niet met het horen. Maar het is wel mooi om dat te ontwikkelen. Om momenten te hebben waarop je denkt: nú wil God mij iets duidelijk maken.”

En hoe gaat het met uzelf, aan het einde van dit kerkelijk jaar?

„Ik ben lang zo moe niet als vorig jaar. En dat komt denk ik doordat ik de afgelopen maanden allemaal interessante mensen heb ontmoet van buiten de kerk. Mensen die moeite hebben hun bestemming te vinden. Terwijl je met het leven zou moeten omgaan als met een reis. Als je op reis gaat, zoek je eerst je zakken na: heb ik wel een portemonnee bij me, zit er nog een strippenkaart in, waar zijn mijn sleutels. Dat zou je ook moeten doen voordat je gaat leven: op zoek gaan naar wat er in je zit.”

De gebedsruimte van de Gebedswinkel is online te boeken op www.eenuurmetgod.nl