IK BEN GAAN DENKEN DAT ALLES KAN

Componist Merlijn Twaalfhoven organiseert grootschalige muziekevenementen, over de grenzen van klassieke muziek heen. Hij weigert zich te ergeren aan een mobiele telefoon die afgaat tijdens een muziekstuk. ‘Het kan juist prachtig zijn als het misgaat.’

Componist Merlijn Twaalfhoven organiseert grootschalige muziekevenementen, over de grenzen van klassieke muziek heen. Hij weigert zich te ergeren aan een mobiele telefoon die afgaat tijdens een muziekstuk. ‘Het kan juist prachtig zijn als het misgaat.’ FOTOGRAFIE Krijn van Noordwijk Noordwijk, Krijn van

Dit interview zou niet op papier moeten staan. Nu lijkt het af: een begin, een middenstuk en een slot – en als je het uit hebt weet je wat je moet denken. En dat kan niet. Althans, het klopt niet met hoe Merlijn Twaalfhoven (32), componist maar vooral organisator van ongewone, grootschalige muziekevenementen, aankijkt tegen het overbrengen van ervaringen. Voor hem geen concert met een begin, een middenstuk en een slot, een publiek dat zich stilhoudt en na afloop applaus. In La nuit n’est pas un chocolat bijvoorbeeld, waren de muzikanten verspreid over de zaal opgesteld. Het geluid kon overal vandaan komen. Zomaar beginnen, zomaar weer ophouden. Bij het geluid kon ook een kinderstemmetje vanaf het balkon horen. En waarom zou alleen het gehoor aan bod komen? In dezelfde zaal waarin werd gemusiceerd kon worden gesoupeerd. Er waren masseurs. Kappers.

Of neem Traffique, waarmee de Uitmarkt in Amsterdam opende in 2004. Rond het plein stonden vierhonderd blazers, verdeeld over tachtig groepjes die allemaal wat anders speelden. Het geluid was overal en nergens – als muzikale regenbuitjes, maar dan geregisseerd: voor de coördinatie waren tachtig stopwatches aangekocht. En dan was er nog Long Distance Call, een in 2005 uitgevoerd muziek stuk, dat door vierhonderd Turks-Cypriotische en Grieks-Cypriotische muzikanten, scholieren en zangers aan beide kanten van de grenslijn werd gespeeld vanaf daken en balkons. Vorige maand liet Merlijn Twaalfhoven een tiental Palestijnse muzikanten en zangers overkomen naar Nederland. Met Nederlandse scholieren speelden ze zijn Symphony Arabica. Twee maanden daarvóór had hij de symfonie laten uitvoeren in Jordanië, met kinderen uit Palestijnse vluchtelingenkampen.

Waarom ben je niet gewoon altviool gaan spelen, wat je eigenlijk wilde?

‘Omdat ik niet goed genoeg was. Ik zat op het conservatorium op de vooropleiding voor altviool en ik mocht niet door. Ik vond dat toen frustrerend, maar uiteindelijk is het mijn redding geworden. Altviool is: jaren studeren, precies weten wie er beter is dan jij en uiteindelijk op zijn best achterin een orkest terechtkomen. Ik moest toen bedenken wat ik echt wilde. En dat was: muziek maken. Bij compositie werd ik meteen aangenomen.’

Bij componisten is het niet: de één is beter dan de ander?

‘Nee. Een compositie is helemaal van jezelf. En je kunt ook zelf je concerten organiseren. Mijn eerste concert was in de duinen, mijn afstudeerproject op een oud haventerrein met de muzikanten verspreid over de werf. Ik weet nu dat muziek geen abstractie hoeft te zijn. Toen ik altviool wilde leren spelen, dacht ik dat nog wel. Ik dacht: eerst de techniek. Maar als je zo denkt, ben je je hele leven bezig met het perfectioneren van je kwaliteit. Terwijl je juist zou moeten weten waar je die kwaliteit voor in wilt zetten. Want dat is ook een techniek die je moet leren.’

Kun je uitleggen waar jij je kwaliteit voor inzet?

‘Eigenlijk zou ik het liever niet uitleggen. Wat ik het liefst zou willen is dat mensen het gewoon ervaren. Dat ze naar een concert van mij komen en na afloop denken: ‘dit komt nooit meer terug, maar dat is niet erg’. Mijn blik is verruimd, ik heb dingen gevoeld, meegemaakt en ervaren die ik nooit eerder heb gevoeld, meegemaakt en ervaren. Dan is wat ik doe geslaagd.’

En zo gaat het niet bij een gewoon klassiek concert?

‘Nee. Een klassiek concert gaat over perfectie. Er mag niks misgaan: de muzikanten mogen geen fouten maken, het publiek moet stil zijn. Maar het kan juist prachtig zijn als er iets misgaat: een telefoon die afgaat en dan in dezelfde toonsoort blijkt te staan als het muziekstuk. Als er zoiets gebeurt, weiger ik me te ergeren. Er gebeurt iets bijzonders, waar ik me over wil kunnen verwonderen. Net zoals ik me verwonder over het kabaal in de stad: je fietst langs een tangosalon en hoort een flard muziek, daarna in een café een half couplet van een levenslied en dan komt er ook nog een open auto langs, kaboem kaboem kaboem. Dan heb je een collage van dingen zoals ze in het echte leven in elkaar overvloeien: mooie momenten te midden van momenten van chaos. Voor mij is kunst geen afgerond, perfect ding dat losstaat van de werkelijkheid. Ik denk dat kunst mensen moet helpen de werkelijkheid intenser waar te nemen. Zodat ze de schoonheid van het alledaagse leren ervaren.’

Voor zijn composities laat Merlijn Twaalfhoven ‘zich vooral inspireren door archaïsche en niet-westerse muziek, waarbij een balans tussen ruwe natuurgeluiden en verfijnde melodieën zorgt voor een organisch en verfijnd klankpalet’. Zo staat het tenminste op de site van Donemus, het instituut voor de gecomponeerde hedendaagse muziek dat zijn werken tegenwoordig publiceert. Maar zijn verhouding tot de officiële muziekwereld is ingewikkeld. Regelmatig worden subsidieaanvragen afgewezen.

Hoe kan dat nou?

‘Ik ben tegenwoordig bekender dan in het begin. Soms heb ik een kunstredacteur aan de telefoon en die zegt dan dat ze mij wel kennen op de kunstredactie. Dan ben ik echt superblij. Een paar jaar geleden moest ik altijd overtuigen, overtuigen, overtuigen: ik ben bezig met een project, zou je daar niet eens over willen schrijven. Nu weten de professionals wie ik ben. Maar met fondsen is dat vaak een nadeel. Die zijn gericht op vernieuwing.’

En daar kom jij weer aan...

‘Ja. Er is ook veel verschil tussen wat ik doe en wat een gewone componist doet. Ik ken collega’s die een paar jaar werken aan een project. Terwijl, ik heb een team waarmee we drie, vier keer per jaar iets neerzetten. Dat kan ook heel goed. Maar voor die fondsen is dat veel te vaak. Die zeggen: daar heb je hem weer, we moeten nu anderen een kans geven. Vorig jaar moest ik mijn hele team ontslaan. Nu heb ik weer voor een paar maanden geld en hebben we ons kantoortje terug. Ik zie mezelf als een vrij iemand, maar ik heb wel geleerd dat vrijheid verbonden is aan de middelen om iets waar te kunnen maken.’

Wat betekent vrijheid voor jou?

‘Ik ben gaan denken dat alles kan. He-le-maal alles. Dat project op Cyprus, bijvoorbeeld. Daarvan zeiden mensen: dat is veel te moeilijk, daar krijg je problemen mee. Maar ik ben ernaartoe gegaan, heb er rondgekeken en een jaar later stonden er vierhonderd muzikanten. Toen dacht ik: dit kan dus. Je moet het gewoon doen.’

Wat is ervoor nodig om te denken dat alles kan?

‘Geen angst. Dat is het enige. Je moet bedenken dat je er zelf bij bent. En van jezelf weet je dat je nooit echt stomme dingen zult doen. Natuurlijk, je maakt fouten. Maar dat is niet erg. Je zorgt wel weer voor een uitweg. In maart was ik voor Symphony Arabica op de Westbank en stond ik bij ‘de muur’. Dat zou een gevaarlijke plek kunnen zijn. Maar er is geen gevaar op het moment dat je beslist om naar zo’n plek toe te gaan. Op het vliegtuig stappen is ook niet gevaarlijk. Met mensen daar gaan praten is niet gevaarlijk. Eigenlijk zijn al die stapjes niet gevaarlijk. Het concept als geheel lijkt gevaarlijk. En dat geldt ook voor artistieke risico’s: één slechte recensie die je hele carrière ruïneert, daar zijn veel musici bang voor.’

En jij niet?

‘Nee. Ik heb het gevoel dat als je iets wilt doen omdat je erin gelooft, je project een goede basis heeft. Daarna komen de consequenties. En die kunnen ingewikkeld zijn. Ik wil graag iets doen op de grens tussen Noord- en Zuid-Korea: een project aan beide kanten van het mijnenveld, met echo’s, toeters en versterkers. Ik noem dat het ooit-project. Het ooit-project staat voor mij symbool voor iets dat eigenlijk gekkenwerk is, maar waarvan ik toch denk: het gaat misschien niet door maar het is een goed plan. En het realiseren van zo’n plan is een lang traject. Maar Cyprus was óók een lang traject. En de Symphony Arabica óók. Voor vrijheid geldt: het is niet makkelijk om er gebruik van te maken. Als je je angsten laat varen doe je dingen waar je misschien niet meer bang voor bent, maar waar je wel veel zorgen om hebt. Ik maak me vaak zorgen of een project wel door kan gaan.’

Terwijl we praten gaat de telefoon. De visa voor de Palestijnse muzikanten van Symphony Arabica (die wordt uitgevoerd in de week nadat dit interview plaatsvond – red.) zijn afgegeven. Op het laatste moment: vliegtickets, hotels en concertzalen waren al geboekt.

Bij volledige vrijheid hoort het in de hand houden van alle details?

‘Mensen vragen mij weleens of ik een controlfreak ben, ja. Maar het is nodig. Het is nu een week voor het concert. Als ik niet aan de programmaboekjes denk, dan zijn die er straks niet. En ik weet dat er muzikanten met cd’s komen. Dus moet er een tafeltje staan met een kleedje erop waar ze die cd’s op kunnen leggen. Ik denk daaraan. En ik vind het fijn als anderen daar ook aan denken, maar in principe doen de anderen alleen de dingen die ik ze gevraagd heb. Natuurlijk denk ik weleens: mijn god, waarom moet ik me nou ook nog met die tafel bemoeien, dat daar een kleedje op moet en een bos bloemen. Terwijl het een enorm project is. Ik heb nog niet eens alle muzikanten rond. En de dichter die een voordracht zou doen heeft net afgezegd. Moet daar iemand anders voor komen of zal ik het laten zitten, dat moet ik ook nog beslissen. Geen dichter scheelt wel tweehonderd euro. En ik heb geen geld meer, we zitten in de min. Zo zit ik vervlochten in alles. Het is een onvermijdelijk gevolg van het feit dat ik buiten de gebaande paden ben gaan lopen.’

Gaat het nooit mis?

‘Soms gaat het bijna mis. Vorig jaar hadden we in Zaandam een uitvoering van A Midsummer Night’s Dream. Twee dagen voor de uitvoering zegde de acteur af die de hoofdrol zou spelen. Die heb ik toen gespeeld. Het moest wel, maar het voelde als totale overmoed. Ik regelde het hele project, fietste met affiches de buurthuizen af, componeerde de muziek en ging ook nog een beetje de hoofdrol spelen. Ik dacht toen: dit is geen vrijheid meer, dit is roekeloos en straks val ik door de mand. Leuke jongen, leuke ideeën, maar hij moet niet gaan acteren. Uiteindelijk heb ik de rol omgevormd door als dirigent zo nu en dan even de hoofdrol te staan spelen. Dan zei ik tegen het orkest: wacht even – en ging ik me mengen met het toneelstuk. Het werd anders dan we hadden gedacht, maar het kon wel.’

Wil je als componist iets nalaten?

‘Ik heb niet het idee dat ik een stapel partituren na zal laten die op het standaardrepertoire van orkesten zullen komen. Ik hoop het natuurlijk wel. Maar dan gaat het puur over het vak van componist. Wat ik echt graag wil is: een stimulans geven aan het openbreken van het concept kunstwerk. Kunst is een manier om mensen intens te laten waarnemen. En door die waarneming de wereld te laten zien zoals die echt is, niet zoals je denkt of vindt dat die is. Het klinkt misschien abstract, maar door mijn projecten wil ik mensen een blik laten werpen op de rijkdom om hen heen. En op de vrijheid die je hebt om die rijkdom te ervaren.’

Stel dat Merlijn Twaalfhoven dit artikel had geschreven. Dan had het er zo uitgezien: http://deveelte.twaalfhoven.net <