Het recht voorspellen met behulp van Orwell en Dickens

Jan Leijten: De glorie van het recht. Balans 308 blz. € 22,50

Jurist Jan Leijten (1926) neemt afscheid van zijn lezers, zo lijkt het. In de inleiding van De glorie van het recht noemt hij dit boek ‘mijn laatste’. En dan niet in de zin van het nieuwste. Het is een selectie van wat er zoal in de afgelopen tien jaar verscheen: korte verhalen, kronieken, beschouwingen en cursiefjes.

Leijten heeft een wat omslachtige stijl waarin de juridische betoogtrant makkelijk is te herkennen. Maar hij is lang niet zo droog als de meesten van zijn vakgenoten. Knapper ook en meer belezen. Hij staat boven de dogmatiek en formuleert en argumenteert helder. Daarvoor put hij bovendien uit veelal Britse literatuur en dat is zeldzaam in het Nederlandse taalgebied. Leijten las niet alleen Orwell en Dickens, maar hij doet er ook wat mee. Daardoor steekt hij ruimschoots boven het landschap uit en steek je dus nogal wat op – een te lezen boek, een nieuw personage, een onbekende geschiedenis. Voor een verder weinig samenhangende publicatie is dat essentieel. De zwakste stukjes zijn cursiefjes waarin Leijten over zichzelf of anderen keuvelt. De sterkste zijn die over het recht en over de toekomst.

Jan Leijten, hoogleraar, raadsheer en tot 1996 advocaat-generaal bij de Hoge Raad, schreef adviezen voor dit hoogste rechtscollege: betogen waarin steeds werd geprobeerd om over de horizon heen te kijken om daar het recht te vinden. In zijn aardigste stukken doet hij dat ook, maar nu voor leken. De ‘glorie’ van het recht uit de titel gaat daarover: het fysiek vormgeven van een goed oordeel.

In deze bundel vallen twee bijdragen op, waarin Leijten de toekomst van het strafrecht voorspelt. Op zich is dat al bijzonder omdat in het rechtsbedrijf vrijwel iedereen zich met het verleden bezig houdt. Juristerij is altijd reflectief en qualitate qua historisch. Rechtsgeleerden kijken achteruit en beschouwen het rechtssysteem nogal eens als cultureel erfgoed, dat vooral voorzichtig moet worden bejegend. Veel wijsheid op de vierkante millimeter en weinig visie op de toekomst.

Leijten daarentegen kiest het ruime sop. Het leukste stuk, ‘Voorspelling in vijfvoud’ (1994), is inhoudelijk vrijwel bewaarheid. Sindsdien is Leijten radicaler geworden, zegt hij zelf. In een nieuw stuk werkt hij zijn gedachten van toen verder uit. Nu voorspelt hij het strafrecht in 2050, reëel gezien na zijn tijd, met een frisheid en originaliteit waar politiek en bestuur nog lang mee vooruit kunnen. Als ze er tenminste over durven nadenken.

Al in 1994 zei Leijten dat de rol van het slachtoffer sterk in belang zou toenemen. De abstracte ‘geschokte rechtsorde’ legt het af tegen het belang van het geschade individu. Er zou een roep klinken voor minimumstraffen en voor juryrechtspraak. Van dat laatste is hij overigens nog steeds voorstander. Leijten gelooft niet dat rechters beter dan leken kunnen beoordelen of iemand iets gedaan heeft of niet, maar juryrechtspraak moet wat hem betreft wel beperkt blijven tot zaken waarbij acht of tien jaar celstraf of meer mogelijk zijn. In dergelijke gevallen zou de rol van de officier overgenomen moeten worden door een advocaat ‘namens de staat’. De rechter zou de strafmaat moeten blijven bepalen.

Dat een verdachte bij het politieverhoor nog steeds geen bijstand van een advocaat heeft, vindt Leijten overigens schandelijk en onbegrijpelijk. Drugshandel en -gebruik is volgens hem door het strafrecht niet te beheersen – persoonlijke zonden zijn geen staatszaak, meent hij. Het is een verzuchting die meer rechters zich aan het einde van hun loopbaan veroorloven. Maar daarom niet minder het overdenken waard.