Heeft het gymnasium inderdaad geen bestaansrecht meer? 3

Het verslag van de onderwijsinspectie 2006/2007 is voor een aantal columnisten en journalisten aanleiding geweest aandacht te besteden aan de klassieke talen en het gymnasium.

Zo suggereert Maarten Huygen in zijn column dat de cijfers van het schoolexamen voor Latijn of Grieks op het gymnasium de `beroerde cijfers van het centraal examen omhoog moeten krikken`.

In het kader van hun kwaliteitszorg verzamelen de zelfstandige gymnasia de onderwijskundige resultaten van hun leerlingen. Deze gegevens bieden een overzicht van de gemiddelde gymnasiale cijfers voor het schoolexamen en het centraal examen.

In het inspectierapport wordt gesteld dat voor alle vwo-vakken het gemiddelde cijfer voor het schoolexamen over een reeks van jaren 0,4 punt hoger dan het gemiddelde cijfer voor het centraal examen ligt. Voor Latijn en Grieks is het verschil groter, namelijk 0,8 respectievelijk 0,5 punt.

Deze waarneming spoort niet met de verzamelde gymnasiale gegevens. Hieruit blijkt dat het verschil tussen het schoolexamen en het centraal examen de afgelopen drie jaren voor Latijn gemiddeld 0,6 punt en voor Grieks 0,3 punt was. De jaren daarvoor was dat verschil met name voor Latijn beduidend kleiner. Het door de inspectie genoemde verschil wordt dus niet door de gymnasia veroorzaakt.

Ook is op de zelfstandige gymnasia het verschil tussen het schoolexamen en het centraal examen over alle vakken aanzienlijk kleiner dan gemiddeld voor het vwo. De oorzaak daarvan zijn de hogere cijfers voor het centraal examen. Desalniettemin zijn de gymnasia niet tevreden over deze resultaten bij de Klassieke Talen. Daarom hebben zij eind 2007 het initiatief genomen een onderzoek naar bovengenoemde problematiek te laten uitvoeren. In september wordt de uitkomst gepresenteerd.