Gronduitgifte ging jarenlang ondershands

In Amsterdam is nauwelijks aandacht voor de vraag of ambtenaren bestand zijn tegen verlokkingen als vriendjespolitiek of corruptie, blijkt uit onderzoek naar de Zuidas.

Ambtenaren die verantwoordelijk zijn voor het Amsterdamse Zuidasproject kunnen, bewust of onbewust, speelbal zijn van corrupte vastgoedontwikkelaars en investeerders. Integriteitsbesef speelt in de ambtelijke organisatie voor de ontwikkeling van deze duurste kantoorlocatie van Nederland nauwelijks een rol. ‘Scoren’ bij het uitgeven van grond geldt als de belangrijkste prioriteit. De vraag of ambtenaren zelf bestand zijn tegen verlokkingen als smeergeld, vriendjespolitiek of corruptie, heeft nauwelijks aandacht.

Dat beeld schetst het gemeentelijk Bureau Integriteit in een onderzoek naar het integriteitsgehalte van het projectbureau Zuid-as. Het onderzoek werd op verzoek van de directeur van dat projectbureau ingesteld na de start van een groot strafrechtelijk onderzoek vorig jaar november naar fraude met vastgoed van Philips Pensioenfonds en Bouwfonds, onder meer op de Zuidas.

Met de ontwikkeling van het Zuidasproject zijn miljarden gemoeid, de gronduitgifte gebeurde de afgelopen jaren nagenoeg geheel ondershands, en dus nauwelijks controleerbaar. Aanvankelijk moesten ambtenaren nog ‘leuren’ om investeerders voor de Zuidas te vinden, maar de laatste jaren overstijgt de vraag het aanbod. De ambtelijke organisatie is daar, als het om integriteit gaat, onvoldoende op toegerust, zo blijkt uit het onderzoek. Met als gevolg dat kwaadwillende ambtenaren ongehinderd in de fout kunnen gaan en goedwillende collega’s onvoldoende beschermd worden tegen structurele verleidingen van buitenaf of onterechte beschuldigingen van malversaties.

Binnen de gemeente kampt het projectbureau inmiddels met een slechte reputatie wegens vermeende schimmige operaties van medewerkers en onduidelijkheid over gevolgde procedures.

Recentelijk trok Joop van den Ende de stekker uit een project op de Zuidas. Met voormalig zakenpartner Hans van Tartwijk zou hij woningen, kantoren, winkels en een hotel ontwikkelen. Maar Van den Ende wilde niet verder met Van Tartwijk, die verdacht wordt van betrokkenheid bij de vastgoedfraude. Uitgerekend de directeur van het projectbureau was bevriend met Van Tartwijk, zo gaven ondervraagde ambtenaren in het onderzoek aan. Die banden waren „te innig”. De manier waarop hij Van Tartwijk binnen de gemeente introduceerde als zakelijk partner, werd door zijn collega’s als „onplezierig” ervaren.

De afgelopen jaren heeft het bij gronduitgiften voor kantoor- en woningbouw aan waakzaamheid ontbroken, aldus de onderzoekers. De top van het ambtelijk apparaat, inclusief de verantwoordelijk wethouder, was de afgelopen jaren bij het project betrokken, maar niemand had oog voor de risico’s die individuele ambtenaren liepen. De nadruk lag uitsluitend op het „halen van operationele doelen”. Daardoor is het Zuidasproject kwetsbaar geworden met „ernstige gevolgen” voor de betrokken ambtenaren, verantwoordelijke bestuurders én de gemeente als geheel.

Amsterdam kwam er al eerder achter dat het ambtelijk apparaat onvoldoende opgewassen is tegen de praktijken van corrupte of frauderende bouwers en vastgoedontwikkelaars. Tijdens de parlementaire enquête over de bouwfraude bleken meer dan 300 ambtenaren voor te komen op de smeerlijst van bouwondernemer Koop Tjuchem. Bij de bouw van de Noord/Zuid-lijn (de metrolijn van CS naar de Zuidas) waren meerdere bouwbedrijven betrokken bij prijs- en kartelafspraken.

Sinds eind jaren negentig heeft de gemeente een intern bureau dat corruptie en fraude onder ambtenaren onderzoekt en een Bureau Screening en Bewaking dat bouwbedrijven en andere bedrijven onderzoekt op betrouwbaarheid en criminele antecedenten.