Fragmenten

Bij alles wat ik maak, gaat er iets kapot. Vaak gebeurt dat per ongeluk, maar ook met opzet vernietig ik alinea’s, omdat ze uiteindelijk niets te maken hebben met het stuk dat ik aan het schrijven ben. Zo zit mijn prullenbak op dit moment vol met fragmenten over een steen die ik onlangs zag in de tentoonstelling The Heroic van studenten van het Piet Zwart Instituut in Rotterdam. David Stamp speelt de hoofdrol in zijn film waarin hij voorbijgangers op straat vraagt hem te helpen een steen – met een hoogte van 2 meter en een omtrek van 5,25 meter – van zijn sokkel te duwen.

Het gaat om de Amersfoortse kei, die ooit in de stad terechtkwam als gevolg van een weddenschap. Jonkheer Everard Meyster beweerde dat hij zijn stadsgenoten zo gek kon krijgen de kei vanaf de Leusderheide naar de stad te slepen. In de maand juni van 1661 werd de steen door vierhonderd man op een slee naar de Varkensmarkt getrokken. Maar toen de Amersfoorters beseften dat ze zich letterlijk voor het karretje van de jonkheer hadden laten spannen, hebben ze uit schaamte de steen begraven. Latere generaties dachten anders over het voorval en de kei werd opgegraven om in 1953 zijn voorlopig definitieve plek aan de Stadsring te krijgen.

Voorlopig definitief, want mocht Stamp er nog in slagen genoeg mensen te verzamelen, dan zal de kei van zijn sokkel rollen. Zijn film is een aandoenlijk verslag van hoe de kunstenaar, als een bedelaar om geld, voorbijgangers om duwkracht vraagt. Vaak lopen mensen verschrikt door; een enkele keer krijgt hij iemand zover om met hem tegen de steen te duwen. Vier handen duwen tevergeefs tegen de zware steen; het doet denken aan een tweekoppige Atlas die het hemelgewelf torsen moet.

Omdat de fragmenten over de steen als voorbeeld moesten dienen in mijn verhaal, heb ik ze aan elkaar gelijmd, en nu zie ik dat ze hier eigenlijk wel degelijk een plaats hebben. Ik wilde het namelijk hebben over Simon Starling, die in april van dit jaar drie beelden van een sokkel stootte. Hij was uitgenodigd door Het Nieuwe Rijksmuseum om een werk te maken voor de hal van Het Ateliergebouw, waar restauratieonderwijs en -onderzoek is gehuisvest. Starling maakte replica’s van de terracottastudie die Artus Quellinus (1609-1668) gebruikte ter voorbereiding van de bronzen Atlas die de achtergevel van het Paleis op de Dam siert.

Starling maakte deze beelden om ze aan diggelen te gooien en vervolgens – gerestaureerd – terug te plaatsen in Het Ateliergebouw. Het is een opmerkelijke houding van een kunstenaar om niet zozeer iets te willen maken als wel om het proces van destructie en reconstructie – dat mogelijk aan elke schepping ten grondslag ligt – te willen regisseren en tonen. Het breken is in Starlings werk even belangrijk als het opbouwen; de kracht van dit werk schuilt in het feit dat het onmogelijk is om te zeggen in welk stadium het zijn voltooiing vindt. Zelfs na restauratie zijn de beelden nog niet ‘af’, omdat er altijd een variant op het getoonde denkbaar zal zijn. Want hoe nauwkeurig de beelden ongetwijfeld ook gerestaureerd zullen worden; je kunt je altijd afvragen of een andere restaurateur niet met andere oplossingen was gekomen. Elke restauratie is tenslotte een interpretatie. En daarbij zal menigeen die de geschiedenis van deze gehavende replica’s kent in de verleiding komen er nog een laag aan toe te voegen door de beelden een zetje te geven.