Europa moet ophouden met betuttelen

De veroordeling door het Europees Parlement van het kastensysteem in India is culturele propaganda en past alleen in koloniale tijden, zegt Jakob de Roover.

Europa moet ophouden met betuttelen Westerlingen die India berispen om het kastensyteem gaan door met hun beschavingsmissie Tekening Ruben L. Oppenheimer kaste kastensysteem Oppenheimer, Ruben L.

De afgelopen weken braken rellen uit in India over de sociale status van de Gujjars, een achtergestelde klasse (NRC Handelsblad, 19 juni). Het Europese Parlement debatteerde begin deze maand over kastendiscriminatie in Zuid-Azië waarbij parlementsleden stelden dat „India geregeerd wordt door kasten, niet door wetten”. Ze eisten rechtvaardigheid, want er is „een onaanraakbaar India” verborgen achter het ‘Incredible India’ van de reclameslogan. Een Europees parlementslid stelde zelfs dat deze „barbaarsheid moet eindigen”.

Het is niet de eerste keer dat Europa zich zo laatdunkend uitlaat over India. Maar het Europarlement doet er goed aan eerst eens de volgende vijf feiten in ogenschouw te nemen.

1De dominante opvatting over het kastensysteem is ontstaan uit de verhalen van christelijke missionarissen, reizigers en kolonialen. Die opvatting was allesbehalve neutraal, want ze ontwikkelde zich binnen een christelijk kader. Het christendom vertelde de Europese bezoekers aan India al op voorhand dat ze daar valse religie en duivelaanbidding zouden vinden, en dat die valse religie zich ook zou uiten in sociale wantoestanden.

Vooral de protestanten waren niet te spreken over de „boosaardige hindoepriesters”. Ze vertelden de Indiërs dat bekering tot het protestantisme ook een bekering tot de gelijkheid was. Zo zouden ze zielen redden van de eeuwige verdoemenis en van de kastendiscriminatie.

2Dat christelijke verhaal over de hindoereligie vormde de basis voor het koloniale beleid in Brits India. Verder bouwend op het theologische verhaal schreven geleerden wetenschappelijke traktaten over het hindoebijgeloof en haar kastensysteem.

De christelijke bekeringsmissie vond haar seculiere tegenhanger in de koloniale beschavingsmissie, die vertelde dat Europa de Indiërs moest redden van bijgeloof en kasten. Men streefde niet langer naar religieuze bekering, maar het koloniale onderwijs wees voortdurend op „de verschrikkingen van de hindoesamenleving”.

3Het koloniale onderwijs had een diepe impact op de Indiase intelligentsia. Er kwamen hindoe-hervormingsbewegingen en anti-kastenbewegingen tot stand, die het protestantse verhaal over het hindoe-kastensysteem herhaalden alsof het een zuivere beschrijving was van India.

Deze bewegingen namen dat verhaal niet passief over, maar gebruikten het actief om de socio-economische belangen van bepaalde kasten te verdedigen. De elites van deze groepen richtten kastenverenigingen op, die financiële en morele steun kregen van de missionarissen en andere kolonialen.

4De dalit-beweging van vandaag is het product van die koloniale tussenkomst. Het begrip zelf van dalits, voorheen kastelozen, is alleen betekenisvol binnen het koloniale verhaal over India, dat beweerde dat er één groep van ‘kastelozen’ of ‘onaanraakbaren’ bestond, die zou uitgebuit zijn door de hogere kasten. In de realiteit gaat het om een veelheid aan kastengroepen, die slechts één kenmerk gemeenschappelijk hebben: de bewering dat ze onderdrukt zijn.

Inderdaad, veel van deze groepen zijn arm en worden gediscrimineerd door andere kasten. Maar hun socio-economische belangen zijn gekaapt door de elites die voortkwamen uit het westerse onderwijs in India.

In de naam van de onderdrukten begonnen deze elites organisaties te bouwen die volop steun krijgen vanuit het Westen. Nu reizen ze van conferentie naar conferentie en land naar land om de toestand van de dalits te openbaren aan een gewillig westers publiek en zo nog meer steun te krijgen van donororganisaties.

5Als hedendaagse westerlingen India berispen voor de „barbaarsheid” van haar kastensysteem, dan reproduceren ze het verhaal van de Europese beschavingsmissie.

Een dergelijke houding van superioriteit werkte misschien in de koloniale periode. Maar vandaag – terwijl Indiase bedrijven de giganten van de Europese industrie opkopen en de EU meer samenwerking nastreeft met India – is het af te raden om deze culturele propaganda verder te zetten.

Eigenlijk klinkt deze propaganda alleen maar plausibel, omdat ze een reeks veronderstellingen maakt die niemand expliciet zou verdedigen. Ze schrijft alle socio-economische wantoestanden in de Indiase samenleving toe aan haar fundamentele structuur. Het gevolg is dat er maar één manier is om de wantoestanden daar tegen te gaan: men moet zowel de sociale structuur als de hindoebeschaving vernietigen.

De tijden zijn veranderd. Wij Europeanen moeten nadenken over ons diepgeworteld gevoel van meerderwaardigheid en hoe dat ons moralistische discours bepaalt over mensenrechten in andere delen van de wereld.

Stel je een wereld voor waarin de Indiase regering geregeld de EU berispt voor de discriminatie tegen Zuid -Aziaten in Engeland, die tegen Turken in Duitsland en België, die tegen vrouwen in Roemenië, die tegen de Baskische onafhankelijkheidsbeweging in Spanje en die tegen de zigeuners in Italië.

Stel je voor dat Indiase parlementsleden er telkens op zouden wijzen dat het in Europa onvermijdelijk fout gaat door de fundamentele aard van haar samenleving en cultuur.

Europa moet wakker worden. En snel. De koloniale overheersing is voorbij. Als we onze houding niet aanpassen, zal de irritatie naar de EU in landen als India en China alleen maar groeien. Men zal gewoonweg weigeren om verder samen te werken. In de wereld van vandaag zou dat nefaste gevolgen hebben voor de toekomst van Europa.

Jakob de Roover is postdoctoraal onderzoeker aan het Onderzoekscentrum Vergelijkende Cultuurwetenschap, Universiteit Gent, België.