DE EERSTE DAG BUITEN

Wat doe je op je eerste dag in vrijheid? next.one stond voor de gevangenis en wachtte af.

FOTOGRAFIE Lars van den Brink voor Next one, Vrij uit de bijlmer bajes krijgt de gedetineerde zijn kleding mee in een blauwe vuilniszak. Brink, Lars van den

Bijlmerbajes, vrijdagochtend negen uur. In de poortopening een donkere jongen in felrood trainingspak. Klein postuur, lange zwarte krullen, gouden oorbellen en een baseballcap.

Met ferme pas richting uitgang. Borst vooruit, brede glimlach, twee gouden tanden. In beide handen een volle blauwe vuilniszak. In zijn kielzog een voorovergebogen man die, eenmaal buiten, direct een biertje opentrekt. Het biertje dat hij eerder had moeten inleveren.

De jongen in het rood heet Ishje en is 19 jaar oud. Het regent, maar dat kan hem niets schelen.

Liever buiten regen dan binnen zon. Nog even zwaaien naar z’n oude buurman achter het tralieraampje op de achtste, en dan: wegwezen! Vrij! Chillen!

Op metrohalte Spaklerweg haalt hij een zwart folie uit z’n broekzak. Een korrel hasj, niet veel, de rest heeft hij onder de jongens verdeeld. Gratis. Zijn afdeling was niet zo kapitaalkrachtig. Vandaar. Smokkelen is een eitje. Bij bezoek geeft zijn vriendin hem een kusje of stopt iets in z’n glas. Drie bolletjes à vier gram. Dat bewaar je in je mond. Roken doe je bij de luchtroosters. Liever hasj dan wiet, dat ruikt minder sterk.

Op weg naar Holendrecht. Metro 54 richting Gein. In z’n achterzak het Bewijs van Ontslag, tevens geldig vervoerbewijs. Ishje zit helemaal achterin. Uitkijkend over het gangpad. Aan weerszijden de zakken vol kleding. Meer dan noodzakelijk. Hij had gedacht voor jaren te zijn opgeruimd.

Nu is-ie met zestien dagen plotseling vrij. Of nee, twintig. Twintig? Even natellen. Twintig ja. Gisteren hoorde hij dat-ie naar huis mocht. Hij kon er slecht van slapen, zo blij. Ze zullen wel schrikken thuis. Niemand die het nog weet.

Wat Ishje nu gaat doen? Luieren, beetje chillen, beetje bellen. Geld ophalen bij vrienden en de buurt in. ‘De jongens moeten weten dat ik er weer ben.’

Waarom hij vastzat? ‘Ik weet het niet.’

Waarom hij nu weer vrij is? ‘Mijn advocaat zal wel goed werk hebben verricht.’

Wil hij dan niet weten hoe? ‘Wat niet weet wat niet deert, toch?’

Ach, die twintig dagen, Ishje haalt er z’n neus voor op. Eerder kreeg hij al eens tien maanden, waarvan drie voorwaardelijk. Voor andere delicten zat hij vorig jaar vier maanden in Almere. Ishje heeft in diverse jeugdgevangenissen gezeten, liep maandenlang met een enkelbandje en zegt te zijn weggelopen bij Glen Mills.

De metro stopt in Holendrecht. Ishje belt aan waar het naambordje ontbreekt. In het portiek brieven aan de muur met ‘Laten we het alsjeblieft netjes houden’ en ‘Als je moet plassen doe dat dan tegen een boom’. Op éénhoog de vinger voor het kijkgaatje, een schop tegen de deur en ‘Politie!’ Moeder doet open, kijkt verbaasd, glimlacht vriendelijk. Twee zinnen in een mix van Guyaans-Creools en Engels, daarna weer verder met de schoonmaak. Een half oog naar As The World Turns.

De woonkamer in. Bij het neerploffen van de blauwe zakken schiet een jong blank meisje van de bank. Even kijkt ze Ishje met grote ogen aan, daarna verdwijnt ze in een kamer ergens achter. Ishje’s vriendin.

Ishje loopt naar de kinderwagen naast de tv. Liefkozend wrijft hij met zijn vinger over het handje van z’n acht maanden oude neefje Ishairo. Toen Ishje was opgepakt heeft Ishairo veel gehuild, vertelt moeder. Ishje loopt alweer ongedurig door de kamer, werpt een blik uit het raam en draait een joint aan tafel.

Aan de keukenmuur het omlijste SHV Keukenmedewerker Diploma van moeder. In de woonkamer foto’s van vader, woonachtig in Buitenveldert, van Ishje’s oudere broer, woonachtig op Saint Lucia, van z’n twee zussen en van moeder, op bezoek bij Ishje in de gevangenis. Op de grond een speelgoedmobiel. Aan de andere muur veel houtsnijwerk. Een uitgesneden Superman, stierenkop, Winnie de Poeh en een fleurig gedecoreerde fotolijst waarin baby Ishairo prijkt. Allemaal werk van Ishje, gemaakt in de gevangenis.

‘Ben je met de metro gekomen’, vraagt moeder. Ishje kijkt in de spiegel en heft z’n armen. ‘Met two big bags mam.’

Als moeder uit de vitrinekast een 21 jaar oude Chivas Regal voor zoon op tafel zet - editie exclusief, gekregen van een collega op het werk - neemt Ishje een glaasje en trekt een vies gezicht. Even wennen weer, alcohol. Je kunt het zelf maken in de gevangenis (appelsap en bruin brood enkele weken laten gisten in een fles, om de paar dagen openen om ontploffing te voorkomen), maar echt drinkbaar is het niet. ‘Véél te zoet.’

Ishje pakt de telefoon. ‘Hé Jaïr, wat ga je doen vandaag, bitch? Hoe laat ga je komen, moneymaker?’

Niet veel later staat hij buiten. ‘Mijn buurt. Hier kan ik gratis eten, gratis drinken, alles.’ Twee flessen Tennessee whiskey en 50 gram wiet. Dáár heeft hij nu zin in.

Het is tien uur ’s ochtends. In het winkelcentrum is het stil. De snackbar is al open. De bedrijfsleider, een Pakistaan, schudt hem de hand. Ishje bestelt patat, geeft geld en koopt twee losse sigaretten. De Pakistaan licht toe. ‘Twee sigaretten, dat kan niet elders hè. Terwijl het beter is, de mensen roken minder. Maar de regering houdt het tegen. Klote regering.’ Wijzend naar het pleintje: ‘Alle bankjes hebben ze hier weggehaald. Zodat de mensen minder buiten hangen. Stuur eens wat sociaal werkers!’

Regen klettert op de witte tegels van het winkelcentrum. Ishje vervolgt zijn weg. Langs Snackbar Holendrecht, langs een gesloten café (‘Als ik hier blijf staan is er binnen twee minuten politie’), langs een geparkeerd busje van SEON (‘Ah, misschien gaan ze wel ontruimen, SEON is van de wietplantages’), naar het huis van een vriend.

Aanbellen. Geen reactie. Ishje staat nu midden op straat. ‘Eh pussy!’

Een donkere jongen in blauw trainingspak doet open. Hij heet Turbo en kijkt verbaasd. ‘Van waar kom je?’

‘Ik ben klaar, ik ben vrij.’

‘Wat ga je doen?’

‘Chillen. Rasta zat er ook. Hij heeft z’n uitspraak al gekregen. Maar nu ben ik bottom, scare, heb niks. Nog een paar barkie, dan is doekoe op. Maak je klaar, dan zie ik je straks.’

Turbo knikt en sluit de deur.

Thuis hijst Ishje zich in een spijkerbroek. Het Bewijs van Ontslag gaat mee. Zijn vriendin wil hij om drie uur weer zien. Discussie? Geen discussie. Bellen met wat vrienden en weer naar het winkelcentrum. Daar heeft zich voor een belhuis aan de overkapte winkelpassage inmiddels een groep jongens verzameld. Ishje begroet er een alsof-ie hem door het hoofd schiet. Beetje dollen. En dan het laatste nieuws.

Over een jongen die z’n eigen broertje sloeg (‘Als-ie drongoe is doet-ie sowieso raar’), over pipa’s, vechten en niffie trekken en over politie die je paranoia maakt.

De meesten zeggen vaak te moeten zitten. De oudste, 27, ‘noem me Finnie’, zat verreweg het meest. ‘Voor domme dingen. Vechtpartijen, verboden wapenbezit, je kent het wel.’ Alleen voor dealen is hij, dacht hij, nooit veroordeeld.

Maar nu is Finnie er klaar mee. Vorig jaar mocht hij zijn driejarige zoontje weer eens zien en nu is hij een man. Een man drinkt geen whisky meer op straat om daarna met twintig jongens rotzooi te trappen, een man drinkt whisky in kleine kring en gaat daarna gewoon naar huis. ‘Ik ben wakkergeschud. Heb plannen, weet je. Volgende week examen basisdiploma Beveiliging. Mijn zevende diploma al. Maar ik wacht nog op een stageplek. En dat duurt lang. Al drie weken sta ik buiten nu.’

Een rollator passeert de jongens. ‘Dag buurvrouw.’ Een grijze dame knikt Finnie vriendelijk toe. Wat Ishje mist is motivatie en begeleiding, vervolgt hij. ‘Iedereen hitst elkaar op. Ze hebben d‘r eentje nodig die zegt: ‘Ik heb direct werk na de gevangenis. Waarom kun jij dat niet?’’

Ishje loopt naar voren. Het Bewijs van Ontslag wapperend in zijn hand. ‘Wat ik nodig heb is een vergoeding van de staat.’ Het groepje lacht. Later: ‘Ik klaag toch ook niet over mensen die wél werken?’

Bijna twaalf uur. Ishje en Turbo verlaten de groep voor een glaasje whisky bij Ishje thuis. Moeder dweilt de slaapkamer. Ishje staat alweer bij de voordeur. ‘Mam, we gaan nog even de stad in.’

Zelfde route richting metro. De gevangenis is Ishje vergeten. Glen Mills, dát was pas rottig. ‘Daar zeggen ze: doe dit, doe dat. Voor wat? In de gevangenis doe je gewoon je ding.’

Wat dat betekent? ‘Heb je geld dan zit je goed. Je kunt er alles kopen. Hasj, hasj, hasj, hasj, hasj. De hele dag stoned voor de tv.’

Bovendien: ‘Hoe vaker je hebt gezeten, des te gemakkelijker het wordt. Je weet wat je te wachten staat. Een inkomstenpakket, brood, suiker, tv en een wc.’

En: ‘Je kent steeds meer mensen. Hoe meer mensen je kent, hoe meer je kunt regelen.’

Eigenlijk, vult Turbo aan, is het daarbinnen één grote familie. ‘Veel is gratis. Want die is neef van die en die is weer bevriend met die.’

Alleen de terugkeer hè, dan is het geld wel op. En ja, je moet toch eten. ‘We leven hier niet in Afrika.’ En dus schudt Ishje wat handen in de metro en gaat hij nu wat zaakjes regelen. Pottenkijkers ongewenst.

Metrohalte Wibautstraat. Ishje stapt uit en is verdwenen. Drie uur na zijn vrijlating is Ishje weer back in business. <

    • Freek Schravesande