De beste televisie van mei en juni

Nu het televisieseizoen, op voetbal, herhalingen en actualiteiten na, echt is afgelopen moeten de laatste twee maanden nog worden gewogen op de fruitschaal. Die bevat veel nieuwe appels en peren, vooral omdat twee door het jaar heen constant hoog presterende rubrieken in mei en juni enigszins teleurstelden.

De lijstaanvoerders van maart en april vielen nu beide buiten de top-5. Hollland Doc vertoonde relatief veel buitenlandse aankopen en documentaires over onderwerpen die me slechts met mate boeiden. Alleen Jeroen van Bergeijks Aan ons den arbeid: de Marokkanen van de beschuitfabriek (NPS) haalde het gebruikelijke niveau. Het dubbelportret van de eerste gastarbeiders en hun toenmalige leidinggevenden maakt duidelijk dat niemand te verwijten valt dat er veertig jaar geleden nu eenmaal anders werd gedacht over globalisering en integratie.

Tegenlicht (VPRO) had maar vier afleveringen, alle over het Midden-Oosten. Het gesprek van Joris Luyendijk met de Libanese schrijver Amin Maalouf was nuttig, maar het totaal bleef net te mager voor een toppositie.

Het komt niet vaak voor dat een dramaproductie bij de eerste vijf belandt. De nieuwe lichting telefilms was van sterk wisselende kwaliteit, met een enkele uitschieter, en dat nog wel van nagenoeg de enige die niet eerst in de bioscoop te zien was geweest. Opvallend is de sterk toegenomen kwaliteit van de serie Keyzer & De Boer, advocaten (KRO/NCRV). De houterigheid uit het eerste seizoen verdween, er wordt goed gespeeld, vooral door topacteurs in bijrollen, en de plots zijn nog wel kunstmatig, maar ze worden handig uitgeserveerd: vakwerk voor een niet al te veeleisend publiek.

Ook genoot ik van de herhaling van Waltz (VPRO/VARA/NPS), met minstens zo veel dood en seks als in de prestigieuze opvolger van dezelfde drie omroepen, Stellenbosch, maar dan beter gemotiveerd en steviger gesitueerd in een fictief circusmilieu. Mooi als drama op televisie niet kiest voor een gladde vorm en inhoud. Maar de non-fictie is toch weer sterker dan de sectoren amusement en drama.

5 (-) Over vaders en zonen (VPRO). Het tweede seizoen van Hugo Borsts ontmoetingen met moeizaam communicerende vaders en zonen, van wie er minstens één Bekende Nederlander moet zijn, biedt weinig verrassingen. Maar het is goed gemaakt (regie: Wilfried de Jong) en beslist authentiek.

4 (-) Buitenhof (VARA/NPS/VPRO). Onmisbaar achtergrondprogramma waarin maatschappelijke zwaargewichten met een echte visie rustig uit mogen praten. Van de drie presentatoren boekt Clairy Polak verreweg het grootste succes in het vinden van een balans tussen terughoudendheid en het toch niet verhullen van de eigen positie.

3 (-) Wijster (VARA). De beste telefilm koppelt in een autobiografisch scenario van Nicole Steggerda de treinkaping van 1975 aan een persoonlijk verhaal over een afwezige vader. Regisseur Paula van der Oest kan als geen ander in Nederland zo goed met dramatische nuances overweg.

2 (-) Profiel: Nico B. (HUMAN). Omstreden portret door Kees Vlaanderen van de voormalige skinhead die in 1983 Kerwin Duinmeijer doodstak. Het interview laat ruimte voor twijfel of hij echt nooit een racist is geweest, maar je komt dichtbij zijn tragiek. Dat komt vooral door het intimiteit creërende camerawerk van Peter Lataster, zeer ongebruikelijk in deze normaliter uit knip- en plakwerkkwootjes en archiefmateriaal opgebouwde rubriek.

1 (5) Metropolis (VPRO). Moderne televisie die snel vleugels krijgt. Lokale videocorrespondenten uit alle werelddelen maken ons deelgenoot van aspecten van het dagelijks leven. We zien vrouwelijke worstelaars in La Paz, taxiritten in Kabul en liefdesverdriet in Reykjavik en horen de laatste tophits uit Belgrado, Lusaka en Shanghai. De website is nog beter, maar de snelle montage en thematische ordening – overal wordt Elvis geïmiteerd – worden allengs effectiever. Zo krijgt de globalisering een gezicht.

Zaterdag 28 juni volgt een uitgebreide terugblik op het hele televisieseizoen.