Bolke de Beer is een uitbijter

Op welke leeftijd zijn we het vatbaarst voor grote ervaringen? In zijn boek ‘De heimweefabriek’ schreef Douwe Draaisma over de interview-serie ‘Het beslissende boek’ uit deze krant. Bij de publicatie van de complete serie op nrcboeken.nl vult hij zijn bevindingen aan.

Wat is een beslissende leeservaring? Wat precies kan een boek aan je leven veranderen? Het is bijna altijd een detail, zelden het hele boek dat deze uitwerking heeft. Sterker nog: de rest van het zo memorabele boek is meestal vergeten. Charlotte Mutsaers vertelde in het interview in de serie ‘Het beslissende boek’ dat ze bijna alles was vergeten van De man die zijn haar kort liet knippen, behalve dan die ene passage waarin Johan Daisne een leraar verliefd laat worden op een leerlinge. Toen begreep ze pas haar eigen gevoelens voor haar leraar Nederlands: „Dat zal het zijn, verliefdheid, wat mij overkomen is.”

De herinnering van Gerrit Krol is gericht op één personage. Hij haalde op een zaterdagmiddag De zachtmoedige van Dostojevski uit de leeszaal en herkende zich in een oudere pandjesbaas die als een dweil aan de voeten lag van een jong meisje: ‘Ik voelde: als ik eenmaal zo oud ben, dan ben ik ook zo.’

Leeservaringen zijn vaak beslissend, omdat ze iets verleggen in hoe je over jezelf denkt en soms zijn twee, drie zinnen daarvoor al genoeg.

Mutsaers was toen vijftien, Krol zestien. Dat was het eerste dat me opviel in al die leeservaringen: een afgetekend leeftijdseffect. Van 48 schrijvers kon je uitrekenen hoe oud ze waren toen ze hun beslissende boek lazen. Het patroon was duidelijk: driekwart van de schrijvers las zijn beslissende boek voor zijn 23ste. Daarna kwamen nog een paar dertigers en enkele veertigers, maar de mediaan voor het beslissende boek lag bij 19 jaar.

Turven

In Het beslissende boek kwamen alleen schrijvers aan het woord. In de nog eens 61 afleveringen die nu op nrcboeken.nl beschikbaar komen, figureren behalve schrijvers (en vertalers) ook politici, theatermakers, historici, sociologen, tekenaars en musici. Deze zo veel grotere en gevarieerdere steekproef aan leeservaringen nodigde uit tot opnieuw turven. Wat in ieder geval géén verschil maakt, zo bleek, is dat er ook voor de niet-schrijvers een ‘tijd’ is voor beslissende leeservaringen. Die begint als je veertien, vijftien bent en is tien jaar later weer voorbij. Er zijn natuurlijk uitbijters, zoals statistici dat noemen: Herman Kuiphof die al tegen de vijftig loopt als hij gegrepen wordt door De renner van Tim Krabbé, de fysicus Martinus Veltman die in de veertig is als hij Catch-22 van Joseph Heller leest of – de andere kant op – Rudi Fuchs die nog maar acht is als hij zich logerend bij zijn tante in Amsterdam door een stapel Bolke de Beer-boeken heenwerkt, maar de mediaan voor het beslissende boek ligt onveranderd bij 19 jaar. Een venster van tien jaar, van puberteit en adolescentie: als late twintiger ben je eigenlijk al te oud.

De nieuwe verzameling nodigt ook uit tot vergelijken. Een schrijver, ook al is het nog een schrijver in spe, heeft zijn beslissende leeservaring om zo te zeggen aan een collega te danken. Maar wat is voor een musicus, een theoloog of acteur een beslissende leeservaring? Er is geen enkele reden te bedenken waarom de clavecinist Ton Koopman niet op beslissende wijze geraakt zou kunnen worden door een gedicht van Baudelaire of de dichter Menno Wigman door een passage in een boek over Bach, maar in werkelijkheid ging het andersom en deze congruentie, dichter bij dichter, musicus bij musicus, is in dit corpus aan leeservaringen de regel. Regisseur Ivo van Hove vertelt over het werk van de toneelschrijver Jean Genet, tekenaar en architect Joost Swarte over de Franse tekenaar Gus Bofa, filosoof Raymond Benders over Schopenhauer. De congruentie kan natuurlijk ook van heel andere aard zijn, bijvoorbeeld als Paul Schnabel in Couperus’ De berg van licht enthousiaste beschrijvingen tegenkomt van de ‘perversies’ van het Romeinse rijk in de tweede eeuw na Christus. Schnabel: ‘Op die leeftijd doen boeken je erg veel, meer dan later in je leven. Je bent dan bezig met je seksualiteit, in mijn geval met je homoseksualiteit.’

Beslissende leeservaringen liggen opgeslagen in wat psychologen sinds een jaar of twintig het ‘autobiografische geheugen’ noemen. Dat is een literaire metafoor die recht doet aan de gedachte dat wat uit dat deel van ons geheugen wordt opgehaald altijd een versie is van wat we hebben beleefd. Wie zich probeert te herinneren wat een leeservaring voor hem of haar als 16-jarige betekende, herinnert zich niet de ervaring, maar de herinnering aan die ervaring, het zijn herinneringen aan herinneringen en dat maakt het verhaal over die ervaringen gevoelig voor wat er op volgde.

Bach

Menno Wigman probeert het melancholieke gevoel terug te halen dat hem ontvankelijk maakte voor Les fleurs du mal van Baudelaire, maar kan zich niet losmaken van de relativering die kwam met het ouder worden en die er inmiddels andere gedichten van heeft gemaakt. Ton Koopman was meer dan gegrepen door Johann Sebastian Bach, 48 praeludia van Brandts Buys, , maar beseft nu ook dat het theologische accent erin te sterk was.

Zo schuiven ongemerkt veel van je latere ervaringen en opvattingen je herinneringen binnen. Zou dat hier en daar ook niet hebben bijgedragen aan de soms schitterende congruenties tussen leeservaringen en de loopbaan die er op volgde? De historicus H.L. Wesseling las op zijn 13de De drie musketiers van Alexandre Dumas. De roman bevatte alles wat zijn jongenshart sneller deed kloppen: avontuur, spanning, het vriendschapsideaal, romantiek, d’Artagnan die als jongen uit de provincie naar de stad trekt met alleen een introductiebrief op zak, die hij dan ook nog kwijtraakt. Wesseling: ‘Met het lezen van De drie musketiers groeide bij mij een interesse voor Frankrijk. Het boek kan ook best een rol hebben gespeeld bij mijn latere keuze om geschiedenis te studeren.’ Inderdaad, kan best. Maar dat in het geheugen van de terugblikkende Wesseling juist deze lijn strak wordt getrokken, heeft misschien ook te maken met een in de Franse geschiedenis doorgebracht schrijversleven, waarin de herinnering aan een roman van – zeg – Walter Scott onmogelijk met een beslissende leeservaring verbonden kon zijn.

Zie www.nrcboeken.nl/series.