Bloem

Rintje Bloem illustratie Sieb Posthuma Posthuma, Sieb

Rintje is aan het wandelen met oma. Ze lopen samen door de wei. Overal horen ze vogels en het ruikt naar nat gras. Het weiland staat vol met bloemen. Klaprozen, korenbloemen en margrieten.

„Waarom heet deze bloem boterbloem?” vraagt oma. Rintje weet het nog van de vorige wandeling. „Omdat de bloemblaadjes zo glimmen. Het is net alsof er boter op gesmeerd is!”

Oma bukt zich en geeft Rintje een paardenbloempluizenbol. „Je moet er een keer heel hard tegen blazen”, zegt ze. „De pluisjes die vast blijven zitten vertellen hoeveel kinderen je later krijgt.”

Rintje blaast heel hard. Bijna alle pluisje vliegen weg maar drie blijven er achter.

„Drie kinderen”, zegt oma. „Dat is gezellig!”

„En nu een slinger maken!” zegt Rintje. Hij plukt een hele bos madeliefjes en geeft ze aan oma.

Met een nagel maakt zij heel voorzichtig een klein gaatje in de steel van de madeliefjes. Dan steekt ze ze een voor een in elkaar en maakt zo een slinger voor Rintje en voor haarzelf.

„Nu gaan we even uitrusten in de zon”, zegt oma. Rintje kruipt dicht tegen haar aan. En terwijl hij naar de wolken kijkt, valt hij langzaam in slaap.