Beroepskeuze volgens de commissie-Bakker

Ergens halverwege mijn vwo-tijd (we hebben het nu over de jaren zeventig) werden mijn klasgenoten en ik onderworpen aan een beroepskeuzetest, die mij nog helder voor ogen staat. Het was een test die vooral onze voorkeuren in kaart bracht met vragen als:

Wat doe je liever met bloempotten? a) Beschilderen, b) Verkopen of c) Ontwerpen? Filmmuziek maken lijkt me a) Heel leuk, b) Best aardig of c) Helemaal niks.

Ik herinner mij hoe ik zat te tobben over mijn gebrek aan capaciteiten op allerlei vlak. Filmmuziek maken was natuurlijk prachtig, maar als je – ondanks ijver en vele jaren pianoles – niet verder kwam dan een acceptabele uitvoering van Für Elise, dan kon je toch niet invullen dat je het geweldig zou vinden om filmmuziek te maken? Straks zouden ze je nog aanraden om je in te schrijven bij het conservatorium. Ik paste mijn preferenties aan mijn capaciteiten aan, wat mij kwam te staan op een eng psychologisch rapport, waarvan ik de inhoud van lieverlee gelukkig heb verdrongen.

Achteraf bleek ik een vooruitziende blik te hebben gehad, want tijdens de economische crisis van de jaren tachtig was er in de wijde omtrek geen werkgever te vinden die belangstelling had voor onze voorkeuren.

Ook onze capaciteiten waren trouwens zelden interessant. Er was in de jaren tachtig bijvoorbeeld nauwelijks werk in het onderwijs, dus na een opleiding aan de toenmalige pabo ging je pedagogiek studeren aan de universiteit, je koos voor een tweede hbo-opleiding, of je vond een partner, kreeg een kind en verzoende je met een bestaan als nugger.

Nugger? Nugger. De term komt uit het deze week verschenen rapport van de commissie-Bakker en staat voor ‘niet werkende niet-uitkeringsgerechtigde’. Waarom de commissie-Bakker heeft willen breken met de gewoonte dergelijke mensen aan te duiden als huisvrouw, ofwel, sekseneutraler, als huisvrouw (m/v) dan wel, nog sekseneutraler, als huisvrouw/man is mij een raadsel.

Wellicht heeft de commissie gemeend dat het introduceren van een nieuwe afkorting de discussie over emancipatie een nieuwe glans zou kunnen geven. Niet dat afgezaagde ‘huisvrouwen moeten betaald werk gaan zoeken’, gevolgd door Rouvoetachtige reflexen over kinderen, leesmoeders en veilige nesten, maar een fris debat met als inzet: hoe krijgen wij de nuggers aan de slag? Misschien is hier ook sprake van de invloed van het bedrijfsleven – commissievoorzitter Bakker is directeur van TNT Post – waar het vast gebruik is om eens in de zoveel tijd van bedrijfsnaam en van logo te veranderen (om redenen die ik eerlijk gezegd ook niet altijd begrijp).

Jongeren leerden in de jaren tachtig dat het geen zin had om er vastomlijnde voorkeuren op na te houden. Na een studie geologie schoolde je je direct om tot iets met computers en dan kon je in vakanties altijd nog wat gaan wroeten in de aardkorst. Jongeren leerden ook dat het weinig zin had traditionele deugden te koesteren, zoals loyaliteit ten opzichte van je werkplek of je baas. Alles was tijdelijk en menige baas was vooral blij als je zelf ontslag nam, zodat hij zich een reorganisatie kon besparen.

Deze barre tijden zijn voorgoed voorbij, want vanaf 2010 komen we volgens de commissie-Bakker terecht in een periode van blijvende arbeidsschaarste. In alle sectoren van de arbeidsmarkt gaan mensen met pensioen en het aantal potentiële nieuwe werknemers dat aantreedt per jaar blijft sterk achter bij de aantallen uittreders. In het onderwijs en in de zorg voorziet de commissie een enorm tekort aan leerkrachten, verpleegkundigen en ziekenverzorgenden.

Hoezeer dit ook een serieus probleem is, ik was vooral blij voor de jongere generaties van nu. Zij zouden – zo dacht ik – waarschijnlijk wel hun eigen preferenties en ambities kunnen volgen; zij zouden zich niet voortdurend hoeven om- en bijscholen, want hun toekomstige bazen zouden natuurlijk allang blij zijn als zij de strijd om de nieuwe werknemers zouden kunnen winnen. Als zij geoloog wilden worden, of bloempotdecorateur, of filmcomponist, dan zou dat haalbaar moeten zijn. Zij zouden bovendien weer loyaal mogen zijn, zij zouden zich probleemloos mogen hechten aan hun baan, hun omgeving en hun baas.

Maar niets is minder waar. Het rapport van de commissie-Bakker draagt een boodschap uit die in de jaren tachtig niet had misstaan. Het hoger onderwijs moet niet teveel vaste studies aanbieden die opleiden tot een bepaald vak, maar allerlei keuzetrajecten en modules op maat. Jonge mensen moeten zich voorbereiden op instabiele carrières met fluctuaties in inkomen, waarin veelvuldig bijgeleerd zal moeten worden. Werknemers moeten er nog steeds rekening mee houden dat zij kunnen worden afgedankt en worden aangespoord te werken aan hun eigen ‘employability’. Een baan voor het leven was in de jaren tachtig een ijdele droom en dat wordt, ondanks de arbeidsschaarste, blijkbaar niet echt anders vanaf 2010. Jonge mensen moeten sparen in een individueel spaarpotje, dat als werkbudget wordt aangeduid. Daarmee moeten zij zich laten om-, her- en bijscholen, en daarmee kunnen ze korte perioden als nugger overbruggen.

Massawerkloosheid was niet leuk voor de werknemer, maar arbeidsschaarste in de visie van de commissie-Bakker, is misschien niet eens zoveel beter.

Naar een toekomst die werkt, advies van de Commissie Arbeidsparticipatie, via www.regering.nl Eerdere columns van Margo Trappenburg op www.margotrappenburg.nl

Reageren kan op nrc.nl/trappenburg