‘Bacon is nu dé man’

Francis Bacons drieluik ‘Three studies for a self portrait’ uit 1975 wordt 30 juni door Christie’s geveild. Richtprijs 15 miljoen euro foto Christie’s Christie's

Dertig jaar geleden ruimde de Britse schilder Francis Bacon, een legendarische sloddervos, zijn atelier eens op. Toen hij het afval in een container wilde kieperen, vroeg Mac Robertson, een elektricien die soms klusjes voor hem deed, of hij de vuilniszakken mee mocht nemen. Omdat de kunstenaar soms met de klusjesman aan de zwier ging, mocht dat.

Het kleine Londense veilinghuis Ewbanks veilde begin vorig jaar de ‘collectie Robertson’, die bijna dertig jaar in een kelderbox opgeslagen had gelegen. De afgedankte brieven, foto’s, ongebruikte cheques en zes schilderijen waar Bacon uit onvrede flarden uit had gesneden, brachten het fenomenale bedrag van 1,4 miljoen euro op.

Die afvalveiling was een van de voorbodes van een heuse Bacon-hausse. Hoezeer de financiële beurzen de afgelopen anderhalf jaar ook in mineur waren, op de veiling regende het vijftien jaar na Bacons dood opeens records. Van 27 miljoen dollar vorig jaar februari schoot de topprijs voor een Bacon in drie reuzenstappen naar ruim 86 miljoen dollar. Dat laatste bedrag, de hoogste prijs voor een naoorlogs kunstwerk, werd betaald door de Russische miljardair Roman Abramovich voor een drieluik uit 1976.

„Richter en Fontana zijn ook enorm aan het stijgen, maar Bacon, hij is nu dé man”, zegt Siebe Tettero, hoofd moderne kunst bij Sotheby’s in Amsterdam. „Er zijn recent een paar grote overzichtstentoonstellingen van hem geweest. Die hebben verzamelaars de ogen geopend. Bacon is de schilder van oncomfortabele emoties. Nu zijn we pas bereid daarnaar te kijken.”

Volgende week biedt zowel Sotheby’s als Christie’s in Londen werk van Bacon aan. Sotheby’s veilt twee doeken: een klein portret van George Dyer, de partner van Bacon (geschatte opbrengst minstens 10 miljoen euro), en het doek Figure Turning uit 1962 (12,5 miljoen). Christie’s heeft een zelfportret in drie delen (15 miljoen).

De tien duurste Bacons zijn allemaal de afgelopen zestien maanden verkocht. Zeven door Sotheby’s, drie door Christie’s. Het gevecht tussen de twee veilinghuizen is in Engelse kranten al aangeduid als ‘The Battle of the Bacons’. „Het is vaak een kwestie van onderhandelen of je een werk krijgt”, zegt Jean-Paul Engelen, senior specialist op de afdeling naoorlogse en hedendaagse kunst bij Christie’s in Londen. „Een schilderij van Bacon is een smaakmaker in een veiling. Voor zo’n klantentrekker ben je bereid meer concessies te doen dan voor een meer inwisselbaar stuk.”

Dat betekent in de praktijk onderhandelen over de courtage, een garantiebedrag en soms ook een voorschot. „Wat dat betreft is de markt de afgelopen 15 jaar veel professioneler geworden”, zegt Engelen. Soms komen beide partijen er niet uit. Bij een van de Bacons uit de hiernaast afgedrukte toptien haakte Christie’s eens af omdat de verkopende partij een te hoge garantie eiste, zegt Engelen. „Onze achterliggende gedachte is toch altijd: geld verdienen.”

Beide concurrenten gebruiken de zelfde technieken om de markt op te warmen. Relaties benaderen waarvan bekend is dat ze belangstelling hebben voor een Bacon. Bijzondere catalogi maken. En private viewings. De doeken die komende week in Londen geveild worden, zijn op toernee geweest. Ze waren te zien in New York, Hongkong en Basel. En ook hebben ze bij een aantal grote klanten thuis gehangen. Engelen: „Nee, niet om te kijken of het goed bij de gordijnen kleurt. Maar om te zien of het werkt met de rest van de collectie.”