Zo erg is het zonder nieuw verdrag ook weer niet

Nieuwsanalyse

Regeringsleiders van de EU zijn vandaag in Brussel voor crisisoverleg over Ierland, dat het nieuwe EU-verdrag verwierp. Maar is het erg als dat verdrag er niet komt?

Het is een ramp voor Europa dat de Ieren het nieuwe EU-verdrag hebben afgewezen. Europa wordt níet democratischer. Europa raakt verdeeld, gaat in ‘verschillende snelheden’ verder, valt misschien wel uit elkaar.

Wat moet de Franse president Nicolas Sarkozy, die zo’n zin had in het EU-voorzitterschap (vanaf 1 juli), met al zijn plannen voor Europa? En was al het werk van politici, ambtenaren en diplomaten van de afgelopen jaren voor niks?

Zo praten politici, ambtenaren en diplomaten. De EU-leiders, die vandaag en morgen in Brussel vergaderen, zullen het ook weer zeggen. Maar is het echt zo erg?

Voor één regeringsleider is het goed nieuws dat het verdrag zo goed als zeker niet op 1 januari 2009 kan ingaan, door de afwijzing van Ierland: Mirek Topolánek, premier van Tsjechië. Zijn land is de eerste helft van volgend jaar voorzitter van de EU.

Dat betekent: veel aandacht voor Tsjechië. En als premier van een klein land mag hij zes maanden lang namens de EU op de foto met de presidenten van de VS, Rusland en met andere wereldleiders.

Er zou, door het nieuwe verdrag, een vaste voorzitter van de EU-landen komen, een soort president. Iemand als de Britse oud-premier Tony Blair of de Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker. Wat had Topolánek dan nog moeten doen? In Brussel en in de hoofdsteden gaat het daar al maanden over. Dat zou ruzie worden. En dan zou het niet eenvoudiger worden.

Dat is wel waarom Europa nu al zeven jaar probeert iets te veranderen aan de manier waarop besluiten worden genomen. Door de uitbreiding met twaalf landen zou Europa „onbestuurbaar” worden, of zelfs „knarsend tot stilstand” komen. Dat zeiden politici, ambtenaren, diplomaten. Nu zeggen ze: het is enorm meegevallen. Europa heeft plannen, neemt beslissingen, legt boetes op.

De Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU, heeft 27 leden – uit elk land één. Dat is veel. In het nieuwe verdrag staat dat de Commissie daarom kleiner moet worden. Maar is 27 echt te veel? De wekelijkse vergaderingen van de Commissie zijn sinds de uitbreiding juist efficiënter geworden. De meeste beslissingen zijn al eerder genomen, door voorzitter José Manuel Barroso in overleg met maar een paar eurocommissarissen. Dat is makkelijker als je met velen bent. Onbestuurbaar werd het in elk geval niet.

Eurocommissarissen hebben één belang: Europa. Dat is de theorie. In de praktijk kijken ze ook naar hun eigen land. Voor de Ieren zou het een reden zijn geweest om tegen het verdrag te stemmen: ze zijn bang voor verlies aan invloed als ze niet altijd een ‘eigen’ commissaris hebben.

Gek genoeg zouden de Ieren hun commissaris nu, door hun ‘nee’, wel eens eerder kwijt kunnen raken. In het nieuwe verdrag staat dat de Commissie in 2014 kleiner moet worden. Maar als dat niet doorgaat, geldt de oude regel dat de Commissie in elk geval kleiner moet zijn dan het aantal lidstaten – volgend jaar al, na de verkiezingen voor het Europees Parlement. Hoe klein? Daarover moeten de lidstaten het dan nog eens worden. Er zijn in Brussel diplomaten die daar nu een idee over hebben: 26, zonder Ierland.

De belangrijke Duitse conservatieve Europarlementariër Elmar Brok is niet in voor zulke grappen. Hij zegt: „Het is een drama als het nieuwe verdrag niet doorgaat. Het zal heel moeilijk worden om de 27 bij elkaar te houden.”

Voor het Europees Parlement ís het ook een drama. Door het nieuwe verdrag zou het EP ook mogen meebeslissen over justitie, landbouw, asielbeleid, immigratie. Dat is niet alleen leuk voor parlementariërs. De besluiten zouden er ook anders door worden. Het Europees Parlement zou bijvoorbeeld meer rekening houden met privacy van burgers. En dat het Europees Parlement meer macht zou krijgen, is natuurlijk ook democratischer.

Behalve politici moeten ook veel lobbyisten er niet aan denken dat Europa weer jaren gaat praten over ‘institutionele hervormingen’. „Dat leidt af van onderwerpen die er echt toe doen”, zegt bijvoorbeeld directeur Jörgo Riss van Greenpeace in Brussel.

Het verdrag moet er komen, zei de Duitse bondskanselier Angela Merkel, voordat ze vandaag naar Brussel reisde. „Omdat we willen dat de EU verder uitbreidt”.

Is het nieuwe verdrag daar echt voor nodig? Praktisch gezien niet. Politiek gezien wél. Als je jarenlang zegt dat de regels veranderd moeten worden omdat er zo veel lidstaten zijn, kun je niet opeens iets anders zeggen.

Meer lidstaten betekent: meer landen die hun veto kunnen gebruiken. In het nieuwe verdrag verdwijnen sommige vetorechten. Wordt beslissen daardoor makkelijker? Een beetje. Maar ministers praten toch vaak door totdat ze het eens zijn, óók bij onderwerpen waar nu al geen veto’s meer kunnen worden gebruikt. Dat zal niet veranderen. Als Duitsland iets niet wil, zullen de andere landen daarnaar luisteren – veto of geen veto.

Maar stel, zegt een diplomaat, dat Europa straks die nieuwe ‘president’ heeft. Dan kan die namens Europa met andere wereldleiders onderhandelen over het klimaat. Of met de president van Rusland over energie. Dat is makkelijk, duidelijker en het geeft Europa meer invloed.

Maar niet als Europa dan toch weer verdeeld is. Commissievoorzitter Barroso wilde de afgelopen jaren ook wel praten met de Russische president Poetin over gascontracten, namens de Europese Unie. Als alle Europese lidstaten dat een goed idee hadden gevonden.

Kan een nieuwe EU-president meer? Misschien, als hij veel overtuigingskracht heeft. Maar het is lang niet zeker dat de regeringsleiders zo iemand hadden willen benoemen. Daar kunnen ze nu nog wat langer over nadenken.

Verdrag van Lissabon en ratificatieproces op nrc.nl/euverdrag