We zullen nooit meer met lava gooien meneer

Geen boze woorden over urennormen, stakingen of doorstroommogelijkheden.

Vandaag de laatste herexamens, maar ook een ode aan het vak Latijn.

We zullen nooit meer met lava gooien meneer. Illustratie Leonie Bos Bos, Leonie

„Haha, jouw senator is dood!”, juicht een hoogblond jongetje terwijl hij triomfantelijk een kaartje met nummer zeventien omhoog houdt. Met rode koppies van inspanning zit een vijftal andere jongetjes om een speelbord. „Jaaaa, hij krijgt een stuk lava op zijn kop”, gilt een ander die gehaast het bijpassende stuk lava opzoekt in de doos. Getergd draagt de bezitter van de senator zijn verlies en legt het kaartje op de kop, ten teken dat hij zijn senator niet op tijd heeft kunnen redden uit de stad Pompeii. „Dat is dan 500 denarii naar de klote! Was ik maar eerder begonnen met het evacueren van mensen in plaats van nog meer huizen kopen.”

Met veel plezier kijk ik naar het enthousiasme van deze aankomende leerlingen van ons gymnasium. Ze zijn bezig met het spelen van het bordspel Pompeii. Het spel is gebaseerd op de gebeurtenissen van 24 augustus van het jaar 79 voor Christus. Op die dag barstte totaal onverwachts voor de bevolking van de Romeinse stad Pompeï de vulkaan de Vesuvius uit. Pompeï werd bedolven onder een metersdikke laag vulkanische as en werd voor ons een perfecte archeologische tijdcapsule voor onderzoek naar het dagelijkse leven in een Romeinse stad.

Het spelen van het bordspel onder het genot van echte Romeinse lekkernijen is de afsluiter van ons project ‘Kr8voer’. Gedurende de afgelopen vier donderdagmiddagen heb ik samen met een collega een groep van 29 leerlingen uit groep acht van basisscholen uit Leeuwarden en omstreken kennis laten maken met ons gymnasium en de klassieke talen en culturen in het bijzonder. Het merendeel van hen zal ik volgend jaar als brugklasser terugzien en ik hoop dat ze zich dan met hetzelfde enthousiasme op de klassieke talen zullen storten.

Ik weet nu al dat het behouden van het enthousiasme voor de ene leerling gemakkelijker zal zijn dan voor de ander. Volgend jaar zullen ze erachter komen dat ik niet voor niets heb gezegd dat ze bij de klassieke talen hard moeten werken en hun leerwerk goed moeten bijhouden want Latijn en Grieks komt je niet zomaar aanwaaien. Latijn of oud-Grieks leer je niet passief uit een tv-programma of een computerspelletje, zoals dat bij bijvoorbeeld Engels wel het geval kan zijn. Latijn en oud-Grieks zijn dode talen, ze worden niet meer gesproken. Dat maakt het onderwijzen van de vakken soms ook wel een beetje lastig.

Waarom zou je talen leren die niet meer actief gesproken worden? Wanneer leerlingen of ouders mij deze vraag stellen zeg ik ze eerlijk waar het op staat. Het is een misvatting dat je klassieke talen in je pakket moet hebben gehad om een studie rechten of geneeskunde aan te vangen. Het is handig omdat je jezelf de terminologie sneller eigen kan maken, dat wel, maar noodzakelijk, nee. Toch levert het bestuderen van de klassieke talen je wel degelijk voordeel op. Bij geen enkele andere taal wordt zo veel aandacht besteed aan de grammatica en het analytisch lezen van teksten. Ik maak mijn leerlingen duidelijk dat de Latijnse of Griekse grammatica werkt als een soort gereedschap. Je moet eerst leren om het te gebruiken en dat kost tijd. Toch betaalt deze tijdsinvestering zich later dubbel en dwars terug. Als je eenmaal het gebruik ervan kent, kun je het vaak ook toepassen bij de andere moderne vreemde talen. Met een Engelse sleutel kun je een auto repareren, maar ook een vrachtwagen. Op die manier zijn de klassieke talen de ultieme hulptalen voor het aanleren van andere moderne talen.

Zeker in het huidige onderwijs is het voor leerlingen erg belangrijk om goed analytisch te kunnen lezen. Erg veel van de opgaven die zij in de lesmethoden en examenopgaven voorgeschoteld krijgen, bestaan uit grote lappen tekst waar de essentie van de opgave uit gehaald moet worden. Tegenwoordig is het blijkbaar al nodig bij het maken van een eindexamen scheikunde een woordenboek Nederlands bij de hand te hebben, omdat anders de opgaven te moeilijk zouden kunnen zijn. Deze grote lappen tekst in eindexamenopgaven druisen direct in tegen de omgang van veel leerlingen met geschreven tekst. Als leerlingen informatie nodig hebben, zoeken ze eerst op internet. Ze zijn gewend om via een korte zoekopdracht in Google snel bondig geformuleerde informatie te vinden, een boek lezen duurt gewoon te lang. Maar hierdoor gaat hun vaardigheid van het lezen van lang geformuleerde zinnen wel achteruit. Het stap voor stap vertalen van een Latijnse of Griekse zin duurt dan misschien lang, maar het leert je wel nauwkeurig kijken naar de essentie van een tekst. Deze vaardigheid komt je eigenlijk van pas bij elke willekeurige vervolgstudie. Het bestuderen van klassieke talen heeft dus wel degelijk zin, alleen je moet even doorzien waaruit dat nut bestaat.

Toen ik mijn studie Klassieke Talen aan de Rijksuniversiteit Groningen begon was ik niet direct van plan om docent te worden. Ik vond het gewoon leuk om met de klassieken bezig te zijn. Ik zou wel zien waar ik uiteindelijk terecht zou komen. Na een korte invalperiode op een gymnasium in Groningen ben ik in het vak blijven hangen. Eigenlijk is het een uit de hand gelopen studentenbijbaan. Ik merkte dat ik het leuk vond om mijn kennis aan mijn leerlingen over te dragen en duidelijk te maken dat de invloed van de klassieken nog dagelijks om ons heen te merken is. En belangrijker, de leerlingen vinden het ook leuk om in die kennis van mij te mogen delen. Regelmatig komen leerlingen met artikelen over archeologie of oude geschiedenis bij me. Meestal behandel ik deze artikelen aan het begin van de les en hang vervolgens het artikel op het prikbord in het lokaal. Leerlingen die zelf voor input zorgen, wat wil je als docent nog meer? Ze zien zelf dat er parallellen te trekken zijn tussen Oudheid en heden. Een les in de bovenbouw over Cicero ‘ontaardt’ als snel in een discussie over het gebruik van retorische trucs in de verkiezingstoespraken van Barack Obama. Hoezo zijn de klassieke talen stoffig en zit je alleen maar met je neus in de boeken? Hup, beamer aan, YouTube, zoektermen: Obama en speech. We zappen door de toepspraak ‘A more perfect Union’ op zoek naar retorische trucs. Aan het eind van het uur heb ik niet de les gedraaid die ik wilde draaien, maar mijn leerlingen zijn wel constructief bezig geweest. Ik weet dat zij vanaf dit moment beter bedacht zijn op de sturende kracht die retorica in toespraken kan hebben. Op die manier is een les Cicero toepasbaar op de verkiezingsstrijd in Amerika.

En het grappige is, in het enthousiasme van deze bovenbouwleerlingen zie ik nog steeds hetzelfde enthousiasme terug als van die aankomende brugklassertjes. Laten we het zo houden. Hier sneuvelt senator Clinton alleen niet door een plak lava, maar door de woorden van haar democratische medekandidaat.

Ernst Buurma (1978) studeerde klassieke talen en mediaevistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Vanaf 1999 is hij werkzaam in het onderwijs, tegenwoordig op het gymnasium Beyers Naude te Leeuwarden.