‘We moeten plaatselijke Talibaan-succesjes niet opblazen’

De Talibaan sloegen de afgelopen dagen toe rond Kandahar. Een Nederlandse NAVO-generaal ter plekke vertelt wat er gebeurde.

Brigade-generaal Harm de Jonge Foto Peter Wiezoreck Brigade-generaal Harm de Jonge Foto: Peter Wiezoreck Wiezoreck, Peter

Hadden de Talibaan het allemaal zo gepland? De Nederlandse generaal Harm de Jonge, plaatsvervangend commandant van het NAVO-commando in Zuid-Afghanistan, denkt van niet. „We hebben niet de indruk dat dit de bedoeling was.”

Feit is dat de Talibaan afgelopen vrijdag een overval pleegden op de Sarposa-gevangenis in Kandahar. Honderden gevangenen werden bevrijd. Daarna verschansten de strijders zich aan de rand van de stad. Gisteren zette het Afghaanse regeringsleger, gesteund door NAVO-troepen, de tegenaanval in. Vanmorgen meldde de gouverneur van Kandahar dat de regio van Talibaan is gezuiverd. Honderden strijders zouden zijn gedood of gewond. Maar De Jonge meldt telefonisch vanuit Kandahar dat in het noorden van de Arghandab weliswaar vier dorpen na „relatief lichte gevechten” zijn ingenomen, maar dat in het zuiden Afghaanse en Canadese troepen op weerstand zijn gestuit. „De gevechten kunnen plaatselijk en tijdelijk bijzonder heftig zijn.”

Wat is er precies gebeurd?

„Vrijdagavond hebben we de ‘gevangenisplof’ meegemaakt. Daarna merkten we dat de stemming in Kandahar-stad buitengewoon terneergeslagen en pessimistisch was. Dat kwam vooral omdat Afghaanse troepen 48 uur lang niet optraden. De bevolking begon zich af te vragen of de Afghaanse overheid nog wel voor veiligheid kon zorgen in de stad.

„Zondagmiddag ontstond er enige paniek bij de Afghaanse autoriteiten zelf. Ahmed Wali Karzai, de broer van de president [en voorzitter van de provincieraad, red.], meldde dat er sprake was van honderden strijders, die acht dorpen hadden ingenomen. Dat getal had hij zo uit zijn mouw geschud, of was in ieder geval verschrikkelijk overdreven.

„Daarna zagen we een verheugende reactie van de Afghaanse veiligheidstroepen. Er werd circa duizend man versterking naar het zuiden gestuurd. De maandag hadden we nodig om uit te zoeken wat er precies aan de hand was. Op dinsdag hebben we besloten om 200 man van ISAF in de stad te laten patrouilleren. Tegelijkertijd heeft het Afghaanse leger honderden soldaten de stad in gebracht. Dinsdagavond sloeg de stemming in de stad om. Woensdag ging de tegenaanval van het Afghaanse leger van start. ISAF begeleidt alleen, zodat de Afghanen hun eigen gevecht tegen de opstandelingen kunnen voeren.”

Hoe gaat de situatie zich in de komende dagen ontwikkelen?

„Met een slag om de arm durven we te voorspellen dat de weerstand zal zijn verdampt. Maar er zijn ook indicaties dat dit mogelijk een afleidingsmanoeuvre is. We hebben informatie dat de tegenstander zelfmoordacties voorbereidt op overheidsgebouwen in de stad.”

Is dit een psychologische overwinning voor de Talibaan?

„De tegenstander heeft flink gescoord. Als je kijkt naar de feitelijkheden was het allemaal niet zo erg. Maar als het gaat om de steun van de bevolking is dit een enorme tegenslag voor de Afghaanse overheid. Waar het nu om gaat, is hoe de bevolking reageert op de tegenacties. Het is niet uit te sluiten dat de autoriteiten er in slagen om het vertrouwen terug te winnen.”

Maar de Afghaanse autoriteiten en ISAF kunnen de veiligheid in en rond Kandahar niet garanderen.

„Dat is het wezen van dit conflict. Onder de bevolking bevinden zich tegenstanders die niet zichtbaar zijn, maar op ieder moment de wapens kunnen oppakken. Maar ik bestrijd de lezing dat de Talibaan sterker worden. We moeten dergelijke plaatselijke succesjes niet opblazen. Je ziet dat het Afghaanse leger enorm is gegroeid. Het aantal grote veiligheidsincidenten is hetzelfde als vorig jaar. Maar de gevechten vinden plaats omdat het regeringsleger het initiatief neemt, niet de tegenstander. Dat is een groot verschil.”