Stiekem blij om vertrek Marijnissen

Agnes Kant heeft zich gisteren kandidaat gesteld om Jan Marijnissen op te volgen.

Een minder sterke leider: kansen voor PvdA, GL en D66.

Niemand zei natuurlijk blij te zijn om van deze concurrent te zijn verlost. De collega-fractieleiders waren dinsdag in hun eerste reactie allemaal lovend over Jan Marijnissen. Een markante man, een politiek instituut, een vaderfiguur in de Tweede Kamer. Toch was het voelbaar: met het vertrek van Marijnissen liggen er volop kansen om zetels van de SP af te snoepen. Opluchting ook, want als Jan Marijnissen in zijn langzame tred naar de interruptiemicrofoon liep, dacht iedereen: nu opletten, nu alert zijn. Van Marijnissen kon je in het debat niet winnen, wel verliezen.

De SP is Jan Marijnissen en Marijnissen is de SP. Een sterk merk. De combinatie van fabrieksarbeider en politiek denker maakt hem uniek. Gisteren stelde fractielid Agnes Kant zich kandidaat om fractievoorzitter te worden. Ingewijden binnen de SP hielden er gisteren rekening mee dat zij de enige kandidaat zal blijken te zijn. Maar wie hem ook zal opvolgen, aan Marijnissen kan niemand tippen. De man die de Socialistische Partij mede oprichtte en langzaam maar zeker opbouwde tot de derde partij van het land, met 50.000 leden, vertegenwoordigd in honderden gemeenteraden, voortdurend actievoerend in wijken en buurten.

Hoe zal de eerste machtwisseling in twintig jaar binnen de SP verlopen en hoe zal het electoraat daarop reageren?

Niemand weet nog het antwoord, al zien de concurrenten allemaal gewenste scenario’s voor zich: de SP zal eenzelfde glijvlucht doormaken als D66, de PvdA wint de rode kiezers voor een belangrijk deel terug, de ontevredenen der natie die de laatste keer SP stemden, stappen over naar Rita Verdonk of Geert Wilders, de conservatieve SP-stemmers die hechten aan fatsoen en respect gaan naar het CDA.

SP’ers verklaren vanzelfsprekend met vertrouwen het post-Marijnissentijdperk te betreden. „Natuurlijk wordt het moeilijk zonder deze grote man. Maar Jan treedt op een goed moment terug”, zegt Agnes Kant, de gedoodverfde opvolger van Marijnissen. En Tiny Kox, SP-fractievoorzitter in de Eerste Kamer: „Men zal nog weleens raar opkijken als men merkt hoe stevig we staan.” Marijnissen zelf kon ook niet anders dan zeggen dat het allemaal goed zal komen: „We gaan straks door de dertig” – het zetelaantal dat de SP bij de volgende verkiezingen hoopt te halen.

Daar lijkt het nu nog niet op. In de peilingen loopt de partij fors terug. Van de huidige 25 zetels zouden er zomaar tien af kunnen gaan. Bij de SP zelf wordt er laconiek over gedaan: het is geen campagnetijd. Geert Wilders en Rita Verdonk trokken het afgelopen half jaar veel aandacht. En het eerste jaar van het kabinet-Balkenende IV had de SP nog voorzichtig oppositie gevoerd; Marijnissen had de coalitie het voordeel van de twijfel gegund en de sterk gegroeide fractie moest zich inwerken. Maar dat was na een jaar voorbij, de SP-leider kondigde aan dat het speelkwartier voorbij was.

De partij gaat inmiddels weer tekeer, tegen plannen om op de AWBZ te bezuinigen, tegen het uitkleden van de thuiszorg, tegen de commissie-Bakker die zekerheden van werknemers wil beperken. Van dat oppositiegeluid zal de SP weer moeten profiteren, zeker als het dit kabinet door de economische tegenwind niet lukt met het beloofde ‘zoet’ te komen.

Dat de kiezer dit decennium op drift is geraakt, pakte voor de SP goed uit. Zeker eenderde van het electoraat zweeft alle kanten op, daarnaast stapt eenzelfde groep makkelijk over naar een partij in hetzelfde politieke spectrum. Dus met een andere, minder sterke leider liggen er kansen voor PvdA, D66 en GroenLinks.

De vergelijking met de ontwikkeling die D66 doormaakte – van 24 zetels ooit, naar 3 nu – gaat mank. De SP hangt weliswaar erg aan Jan Marijnissen maar is ook sterk geworteld in het land en een geoliede machine in het actievoeren. Dat geeft de partij een stevige basis. Denk je nou echt, zo zegt senator Kox, dat de partij op één man steunt? „Dat zou wel heel treurig zijn. Natuurlijk doet het terugtreden van Jan pijn, natuurlijk zal dat wennen zijn en natuurlijk zal er weleens wat minder soepel gaan. Maar dat lossen we heus wel op.”

Extra risico voor de SP is dat Marijnissen niet helemaal vertrekt: hij blijft Tweede Kamerlid en partijvoorzitter. De laatste functie combineerde hij met het fractievoorzitterschap. Hij is recentelijk op het congres herkozen en zal nog zeker anderhalf jaar aanblijven. Partijsecretaris Hans van Heijningen zegt dat de partij zich nu moet beraden hoe de belangrijke partijpolitieke functies verdeeld moeten worden. „We moeten nu dus een ‘politiek leider’ toevoegen, iemand die de fractie leidt en het gezicht is. Tot nu toe vielen het politiek leiderschap en het voorzitterschap samen, dat is de komende tijd anders. Daar moeten we het met elkaar over hebben.”

Zelf zegt Marijnissen dat hij goed beseft dat hij niet het ‘orakel van Oss’ moet worden. Maar intern zal bij elke beslissing die de partijleider neemt, de vraag zijn wat Marijnissen er van vindt. Hij zal zich in de fractie moeten dwingen niet met zijn altijd sterke lichaamstaal aan te geven wat hij vindt.

Het zal voor de waarschijnlijke opvolger, Agnes Kant, moeilijk worden Marijnissen te evenaren: ze kan scherp debatteren, maar mist de humor en het relativeringsvermogen die haar voorganger zo kenmerkten. Kant is altijd wat verbeten, wil in het debat gelijk krijgen. Ze heeft zich de laatste jaren, mede dankzij de mediatraining die de fractieleden elkaar geven, wel op dat vlak ontwikkeld.

Het terugtreden van Marijnissen biedt de SP ook kansen. De vragen over het maoïstische verleden van de partijleider zijn niet meer relevant. Door de periode waarin het nooit lukte enige vorm van samenwerking met de PvdA aan te gaan, kan – in theorie – een streep worden gezet. De SP kan doorgroeien naar een partij die de luiken opengooit, die minder een anti-Europees profiel heeft, die wel regeringsverantwoordelijkheid kan dragen.