Spaanse stroomprijs jarenlang te laag

De Spaanse elektriciteitstarieven zijn veel te lang veel te laag gebleven. De regering heeft de prijzen kunstmatig aan een limiet gebonden, ook al zijn de kosten van het opwekken van elektriciteit gestegen. Als gevolg daarvan hebben de Spanjaarden ongeremd elektriciteit gebruikt. Intussen zagen de elektriciteitsbedrijven zich gedwongen stroom te verkopen tegen gereguleerde prijzen, die de kosten niet dekten. Het verschil tussen wat het de bedrijven kost om elektriciteit te produceren en wat ze ervoor mogen vragen, het zogenoemde ‘tarieftekort’, is de afgelopen jaren tot 15 miljard euro opgelopen.

De enige manier om het probleem aan te pakken is een scherpe prijsverhoging. Maar dat idee is niet bepaald populair onder Spaanse politici. Het Spaanse ministerie voor de Industrie heeft slechts een stijging van het gemiddelde elektriciteitstarief met 5,6 procent voorgesteld. Maar dat is bij lange na niet genoeg om het probleem op te lossen.

Analisten schatten dat de prijzen met minimaal 25 procent zouden moeten stijgen om de kosten van het opwekken van stroom te dekken. En dan heb je de extra kosten van het financieren van het ‘tarieftekort’ nog niet eens meegerekend. Een tekort dat vandaag wordt veroorzaakt, zal moeten worden goedgemaakt door toekomstige prijsstijgingen, uitgesmeerd over een periode van tien jaar. Dat is oneerlijk tegenover toekomstige consumenten, want zij betalen dan de rekening voor elektriciteitsgebruikers uit het verleden, plus rente.

Het tarieftekort is ook schadelijk voor de elektriciteitsbedrijven. Zij dragen het risico van het financieren van het toekomstige tekort. Toen er nog voldoende kredietmogelijkheden voorhanden waren, ondervonden de Spaanse nutsbedrijven geen problemen bij het securitiseren van het tekort op de obligatiemarkten, en konden zij het geld van tevoren incasseren. Maar de tijden zijn veranderd. De Spaanse toezichthouder op de energiesector, die belast is met de coördinatie van de securitisatie, is er bij de meest recente obligatieveiling slechts in geslaagd de helft van de benodigde 2,7 miljard euro binnen te halen. Elektriciteitsmaatschappijen zullen langer moeten wachten tot ze hun geld krijgen, waardoor onzekerheid zal ontstaan over hun winst-en-verliesrekening.

In theorie zal het tekort blijven groeien totdat de gereguleerde tarieven in 2010 verdwijnen – de door de Europese Unie afgedwongen deadline voor prijsliberalisering in Spanje. Politici schuiven het probleem simpelweg voor zich uit tot de deadline zich aandient. In de praktijk zal de Spaanse economie de komende twee jaar waarschijnlijk een scherpe groeivertraging ondergaan, zodat de regering het in 2010 wellicht niet meer zal aandurven om stappen te ondernemen.

Fiona Maharg-Bravo