Rotterdam kijkt in een virtuele spiegel

Rotterdam toont het komende najaar virtuele impressies van de stad. Op tien metrostations kunnen burgers hun eigen filmpjes en foto’s terugzien op grote digitale schermen.

De schermen zoals ze in de metrostations komen De schermen zoals ze in de metrostations komen. Foto Marcel Rozenburg Rozenburg, Marcel

Het was een fraaie term die anderhalf jaar geleden op het Rotterdamse stadhuis werd gelanceerd: stadsburgerschap. Daar zou het de komende jaren om gaan in de tweede stad van Nederland, doceerde wethouder Orhan Kaya (Participatie en Cultuur, GroenLinks) bij de presentatie van zijn integratienota. Wat het stadsbestuur bedoelde met het aan de Middeleeuwen ontleende begrip liet zich volgens Kaya eenvoudig verklaren: „Het gaat om meedoen, niet om uitsluiten.”

Zeker in het multiculturele Rotterdam (584.000 inwoners) staan te veel mensen aan de zijlijn, weet Kaya. Ze werken niet of nauwelijks, leven daardoor veelal in armoede en kampen vaak met taalachterstand. Maar hoe deze gepolariseerde havenstad (47 procent migranten, 174 nationaliteiten) te verenigen?

Maak diezelfde stad zichtbaar en dus toegankelijk voor bewoners. Dat is de achterliggende gedachte van het vorige week gepresenteerde medium City Media Rotterdam (CMR). Vanaf 1 oktober gaat het bedrijf, gevestigd in de Schiecentrale op de Lloydpier, zeven dagen per week beelden uitzenden op digitale beeldschermen in het drukke metrostation Beurs op de Coolsingel. Impressies van, over en uit de stad. Ook burgers mogen bijdragen leveren. Of dat nu een filmpje is of een bijzondere foto. „Graag zelfs, want we willen uitgroeien tot het spiegelbeeld van Rotterdam en zijn bewoners”, zegt hoofdredacteur Oscar Steens over de Nederlandse primeur.

Het glasvezelnetwerk moet volgend jaar uitgebreid worden naar negen andere metrostations. Per locatie wordt bekeken hoeveel videoschermen er worden geplaatst, in samenwerking met de regionale vervoersmaatschappij RET. Elk scherm kan een eigen programmering (narrowcasting) krijgen, aldus Steens. „Service op maat, dat is ons uiteindelijke streven”, zegt hij.

In eerste instantie zendt City Media Rotterdam uit van zes uur ’s ochtends tot één uur ’s nachts, met voor elk dagdeel een zogeheten herhalingsloop van vijftien minuten die is afgestemd op ‘de sfeer en het moment van de dag’ en de doelgroep. Met andere woorden: informatie over kamerverhuur op metrostations waar veel studenten komen, Feyenoordnieuws op de dagen dat de voetbaltrots van Zuid speelt en de supporters zich met het openbaar vervoer naar de Kuip verplaatsen.

Steens hanteert „negen redactionele pijlers”, variërend van het lokale nieuws en weerbericht tot ‘het vrije volk: Rotterdammers in alle soorten en maten’. Het aantal reclameminuten hoopt hij tot een minimum te beperken. Een gortdroge opsomming van de culturele agenda staat hem evenmin voor ogen. „Natuurlijk doen we wat in de sfeer van aankondigingen, en aan reclame ontkomen we ook niet. Maar beide mogen de oorspronkelijke content niet verdringen. Kwaliteit staat voorop. .”

Wethouder Mark Harbers (economie, VVD) verrichtte vorige week de opening in de voormalige elektriciteitscentrale, en dat was geen toeval. City Media Rotterdam past immers naadloos in het nieuwe economische beleid, waarbij Rotterdam vooral geld steekt in drie als ‘kansrijk’ bestempelde sectoren: het medische cluster, het havenindustrieel complex en de creatieve economie (zie inzet). De gemeente investeert bijna vier miljoen euro in CMR. Na 2010 moeten Steens en zijn acht medewerkers zichzelf bedruipen.

Maar hoe naïef is het om te veronderstellen dat een interactief digitaal platform de participatie en dus de cohesie bevordert in Rotterdam? Harbers reageert gelaten op die vraag. „Ik geloof heilig in deze moderne vorm van communicatie. Jij en ik lezen een krant of volgen op een andere manier het nieuws, maar je wilt niet weten hoeveel Rotterdammers verstoken blijven van hetgeen zich in hun directe woonomgeving afspeelt. Die voelen zich dus ook niet of nauwelijks verbonden met hun stad. Maar diezelfde mensen zitten doorgaans wel in de metro.”

Lees meer over CMR op:www.citymediarotterdam.nl