R’dam turft sociale noden

Veel was al bekend, maar nog nooit was de informatie zo gedetailleerd voorhanden als nu. Als eerste en vooralsnog enige stad in Nederland inventariseerde Rotterdam nauwgezet de sociale noden van de ruim 584.000 bewoners. „Tot op straatniveau weten we nu exact waar de schoen wringt, en dus op welke manier we moeten interveniëren”, zegt wethouder Jantine Kriens (volksgezondheid en welzijn, PvdA).

De uitkomsten van de vandaag gepresenteerde Sociale Index onderstrepen vooral waarom Rotterdam met zeven postcodegebieden koploper is op de landelijke lijst van veertig probleemwijken. De stad heeft de laatste jaren weliswaar vorderingen gemaakt, maar 25 van de in totaal 64 buurten staan nog altijd te boek als „sociaal kwetsbaar”. Zeven buurten, alle gelegen in Rotterdam-Zuid, scoren zelfs lager dan een vijf: Tarwewijk, Pendrecht, Bloemhof, Afrikaanderwijk, Hillesluis, Carnisse en Feijenoord.

Het onderzoek kostte de gemeente naar schatting 300.000 euro, en kwam tot stand op basis van objectieve (30 procent van de index) en subjectieve gegevens (70 procent). Voor dat laatste werden ruim 11.000 Rotterdammers ondervraagd over thema’s als opleidingsniveau, taalbeheersing, leefomgeving, sociale binding en buurtparticipatie.

Verrast zegt Kriens niet te zijn door de uitkomsten, wel door „de hier en daar ogenschijnlijke tegenstrijdigheden”. Opmerkelijk noemt zij vooral het feit dat in sommige delen van de stad het opleidingsniveau en de inkomens laag zijn „maar dat de onderlinge verbondenheid juist groot”. Daar wil het stadsbestuur gebruik van maken, stelt Kriens. „Als burgers bereid zijn elkaar te helpen, kunnen wij sneller en makkelijker preventief optreden.” Op basis van de sociale index stellen alle dertien deelgemeenten zogeheten wijkactieprogramma’s op.