Pool (2)

Nog nooit iemand thuis in de kamer zo oorverdovend voor een doelpunt van Duitsland horen juichen als vorige week. Dat was zoonlief Milan, die zijn EK-pool serieus neemt en 2-1 voor Kroatië had. Bij de 2-0 voor Kroatië wist-ie al dat het goed ging komen: „Duitsland wordt steeds beter, papa.” Hij is 7 jaar en zijn voornaamste doel is mij voorbijgaan in de stand.

Voor de vijfde keer achtereen organiseer ik met een vriend een voetbalpool bij een eindtoernooi. Deze keer zijn er 76 deelnemers: familie, vrienden, hun familie en hun collega’s.

Waarom doet iemand mee aan een voetbalpool? De ervaring leert dat deelnemers aan een pool grofweg twee verschillende strategieën hebben. Zij die de feestvreugde willen verdubbelen en zij die troost zoeken.

Er zijn er natuurlijk ook die denken te weten wat ze invullen, maar die categorie kun je niet serieus nemen. Het is in ieder geval geen strategie.

De feestverdubbelaars gokken dat Nederland Europees kampioen wordt. Als dat gebeurt, heb je een geweldige tijd en dan gaat het ook nog eens goed met je pool. Yes!

De troostzoekers gokken dat Duitsland Europees kampioen wordt. In dat geval ben je gedekt als die saaie Duitsers ondanks hun gebrek aan techniek toch weer winnen, want nou ja, dan gaat het wel lekker met je pool. Perfect!

Wie meedoet aan een pool zit kortom altijd goed.

Maar, zoals maandag beschreven in deze rubriek, uit Amerikaans onderzoek blijkt dat de combinatie van kijken en wedden ongelukkiger maakt dan sportwedstrijden kijken zonder te wedden. Wegens de stress. Zou het? Je kunt het niet tegenspreken, want je kunt niet je eigen controlegroep zijn. Wat vooral is aangetoond, is de boeddhistische waarheid dat zo weinig mogelijk doen het beste is in het leven. Wie de kans op emoties uitsluit, leeft in vrede.

Aan de andere kant, wat vóór de voetbalpool spreekt: een nieuwe generatie juicht voor Duitsland. Dat geeft geen slecht gevoel.

Ron Rijghard