Op zoek naar respect van VN voor Srebrenica

Mag de Nederlandse rechter oordelen over de vraag of de VN en de Nederlandse staat aansprakelijk zijn voor genocide in Srebrenica? De landsadvocaat vindt van niet.

Een Bosnische forensische expert doet onderzoek bij een recentelijk ontdekt massagraf nabij Srebrenica. Foto AFP This picture taken on June 15, 2008 shows a Bosnian forensic expert working during the exhumation of a mass grave site discovered three weeks before in the village of Zeleni Jadar, 5 kilometers away from Center of Srebrenica, 120 kms north of Sarajevo. Forensic experts said on June 18, 2008 they had completed the exhumation of this mass grave believed to contain several dozen Bosnian Muslim victims of the 1995 Srebrenica massacre. AFP PHOTO AFP

„Kastje naar muur”, vraagt Kadira Hotic, „wat betekent dat?” De jonge Bosnische vrouw volgt het Srebrenica-proces in Den Haag en deze uitdrukking heeft ze opgevangen tijdens een schorsing. Advocaat Marco Gerritsen vat zo de twee, afzonderlijke, processen samen die deze week in het Paleis van Justitie zijn gevoerd. „De nabestaanden van de Srebrenica-genocide hebben – als het aan de landsadvocaat ligt – nergens een plek waar ze hun recht kunnen halen”, verzucht hij.

Na de val van de door de Verenigde Naties uitgeroepen safe area Srebrenica werden in juli 1995 8.000 moslims door de Serviërs vermoord. De Nederlandse VN-eenheid Dutchbat kon beloofde bescherming niet bieden. Om iedere aansprakelijkheid van de Staat der Nederlanden in het drama af te wenden, presenteerde landsadvocaat G.J. Houtzagers een juridische tweetrapsraket.

In een rechtszaak die maandag voor de rechtbank diende, legde Houtzagers alle verantwoordelijkheid bij de Verenigde Naties. De Staat is in 2002 aangeklaagd door nabestaanden van Bosnisch Dutchbat-personeel. De twee families verwijten de staat na de val van Srebrenica niets te hebben ondernomen om het eigen personeel in veiligheid te brengen. Landsadvocaat Houtzagers bestrijdt de aansprakelijkheid. Hij herhaalde de argumenten die hij al sinds 2002 hanteert: de Nederlandse VN-eenheid Dutchbat maakte deel uit van Unprofor – de VN-vredesmacht in Bosnië – en het bevel was overgedragen aan de VN. „Het handelen van Dutchbat moet overeenkomstig het internationaal recht worden toegekend aan de VN”, aldus de landsadvocaat.

Gisteren diende er een tweede Srebrenica-rechtszaak in Den Haag. Tien vrouwen en de Stichting Mothers of Srebrenica, die de belangen vertegenwoordigt van circa 6.000 nabestaanden, wil door de rechtbank vast laten stellen dat de VN en de Nederlandse staat aansprakelijk zijn voor genocide in Srebrenica. Het ging vooralsnog om de vraag of de Nederlandse rechter bevoegd is om deze zaak in behandeling te nemen. De Staat en de VN zijn van mening dat dit niet kan omdat de Verenigde Naties immuniteit genieten.

De onschendbaarheid van internationale organisaties is bedoeld om hun onafhankelijkheid te waarborgen en ligt vast in het VN-handvest. De onmogelijkheid tot vervolging moet voorkomen dat nationale rechters zich in de taken van de VN mengen. Zou dat wel kunnen, dan kan de VN niet effectief optreden tegen schending van de mensenrechten, aldus de landsadvocaat.

Een jaar geleden werden de VN gedagvaard. Maar de VN weigerden – met een beroep op de immuniteit – in de rechtszaal te verschijnen. „Deze houding getuigt van weinig respect tegenover de duizenden slachtoffers”, vindt advocaat Marco Gerritsen. „Ten overstaan van een onafhankelijke rechter wil de VN zich niet verantwoorden voor het niet voorkomen van de genocide in Srebrenica. Dat is juridisch, menselijk en moreel onaanvaardbaar.”

Zijn collega Axel Hagedorn bestrijdt dat de VN absolute immuniteit bezit en daarmee de enige organisatie in de wereld zou zijn die volstrekt boven de wet staat. Dat is, volgens Hagedorn, nooit de bedoeling geweest en zou voor de Nederlandse staat ook „onacceptabel” moeten zijn. „In het geval van het niet voorkomen van genocide – in combinatie met de overige schendingen van mensenrechten – dient de immuniteit van de VN te wijken”, betoogde Hagedorn.

Hij wees erop dat er binnen de VN geen juridische procedures zijn om recht te halen. „Een mogelijkheid van rechtsbescherming binnen het VN-systeem bestaat niet”, schreef de Duitse hoogleraar Jochen Frowein, een autoriteit op het terrein van het VN-Handvest, vorige week nog in een wetenschappelijk artikel. De Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) adviseerde de regering dat bij afwezigheid van een andere rechtsgang de toegang tot de rechter belangrijker is dan immuniteit. „Omdat die rechtsgang bij de VN ontbreekt, is de Nederlandse rechter bevoegd in deze kwestie”, zei Hagedorn.

De rechtbank laat op 10 juli weten of hij zich bevoegd acht de VN in dit proces te betrekken. Pas later volgt de inhoudelijke behandeling van de zaak. Anticiperend op dit vonnis adviseerde officier van justitie Liesbeth Schuyer gisteren de rechtbank zich onbevoegd te verklaren met een verwijzing naar de immuniteit van de VN.

Deze kwestie staat los van twee andere civiele zaken over Srebrenica, die maandag voor de rechtbank in Den Haag werden afgesloten. Daar was niet de val van de enclave relevant, maar het wegsturen van vluchtelingen van de Dutchbat-basis, waardoor ze in handen van de Serviërs kwamen en vermoord werden. In de zaak waarbij de staat is aangeklaagd door Hasan Nuhanovic, de tolk van Dutchbat, en de nabestaanden van Dutchbat-elektricien Rizo Mustafic wordt op 10 september uitspraak gedaan. Kadira Hotic, de jonge Bosnische vrouw die nu in Nederland woont, zal bij beide uitspraken aanwezig zijn. „Ik studeer rechten en het worden heel belangrijke vonnissen, zowel voor de nabestaanden als voor toekomstige VN-missies.”