Op het Bill Cosby-trappetje voor het huis

Tijdens ons verblijf in New York logeerden mijn vriend en ik in een appartement, niet in een hotel. We hadden een brievenbus om dagelijks te legen, vier vetplantjes om voor te zorgen en lakens om te wassen. Ook moest er af en toe een rol wc-papier gekocht worden. Kortom: we hadden dingen te doen die gewone New Yorkers ook doen in hun dagelijks leven. En daar waren we natuurlijk dolgelukkig mee.

Want de diepste wens van iedere toerist is om te worden gezien als bewoner, als native, en niet als diep-naïeve figuur met fototoestel, plattegrond en zonder notie van het ingewikkelde fooiensysteem. Dat is natuurlijk een belachelijke wens; dat je tijdens je vakantie, waarin je eindelijk niet in je dagelijkse sleur hoeft te verkeren, niets liever wilt dan door anderen gezien te worden als iemand die juist wél in zijn dagelijkse sleur zit. Maar goed, mensen hebben nu eenmaal rare wensen.

Dus waren we dolblij op de momenten dat we ons echte New Yorkers voelden. Dan zaten we bijvoorbeeld op het Bill Cosby-trappetje voor het huis, en dronken daar blikjes cola. Ik vond het ook belangrijk om diepe, persoonlijke relaties te ontwikkelen met de man van het wasserijtje naast ons huis en de ober van het restaurant waar we elke dag ontbeten. De man van het wasserijtje noemde mij na twee wasjes ‘baby’, wat een goed teken was, en de ober noemde mijn vriend ‘my friend’, wat ook een goed teken was.

Toen we al die vrienden hadden gemaakt, kwam de volgende stap: thuis Chinees eten bestellen. Wat is er New Yorkser dan in een appartement op de bank zitten, met allemaal van die stomende witte bakjes foe yong hai om je heen?

Ik belde een van de Chinezen van de honderden folders in de keukenla en zei dat ik ‘Ten Ingredients Hot Fun Noodles’ wilde, en nog wat dingen. Ik moest mijn telefoonnummer geven, zei de Chinese vrouw. Ik heb alleen een Nederlands mobiel nummer, zei ik, en gaf het haar. Woest gepuf en gesteun klonk aan de andere kant van de lijn. ‘Je nummer past niet in ons systeem!’, schreeuwde de vrouw kwaad. Ik probeerde het uit te leggen – geen Amerikaans nummer, wel zin in noedels, ik was echt betrouwbaar – maar de vrouw hing op.

We konden wel steeds doen alsof, maar uiteindelijk pasten we niet in het systeem.

Lees de columns van Aafop nrcnext.nl/aaf