Olie niet goedkoper door onderonsje

Het heeft geen zin om door heimelijke afspraken met Saoedi-Arabië de prijs van de olie omlaag te krijgen. Voor de samenwerking tussen de Europese en de Amerikaanse Centrale Bank is dit ook heel schadelijk, betoogt Melvyn Krauss.

Tekening Siegfried Woldhek Woldhek, Siegfried

Jean-Claude Trichet, de president van de Europese Centrale Bank (ECB), kan geweldig toneelspelen. Tegenover de wereld doet hij alsof hij nauw samenwerkt met Ben Bernanke, zijn tegenhanger bij de Amerikaanse Centrale Bank, de Federal Reserve. Maar feitelijk liggen de zaken heel anders. Zo schijnt Trichet op dit moment ziedend te zijn op Bernanke, omdat die hem niets had verteld over een recente geheime monetaire overeenkomst tussen de Verenigde Staten en Saoedi-Arabië, die aanzienlijke gevolgen zal hebben voor de economie van de eurozone.

De Saoediërs die met hun munt, de rial, de Amerikaanse dollar volgen, zijn verre van gelukkig met de recente val van de dollar op de valutamarkten, omdat daardoor bij hen inflatie is geïmporteerd. Zij hebben de Amerikanen gedreigd hun munt te revalueren, tenzij de Amerikaanse monetaire autoriteiten de dollar ‘omhoogpraten’.

Vandaar dat George Bush en Bernanke vorige week riepen dat de dollar moest stijgen, en vandaar dat de Amerikaanse minister van Financiën Hank Paulson afgelopen weekeinde op de G8-top van ministers van Financiën in Osaka een peptalk hield over de dollar.

Deze ommekeer in het Amerikaanse dollarbeleid had de ECB niet ongelukkiger kunnen treffen. Gezien de verslechterende inflatiesituatie in de eurozone was men in de ECB geneigd toe te laten – of zelfs te stimuleren – dat de eurokoers stijgt, teneinde een verhoging van de rentevoet te voorkomen waarop de financiële markten niet bedacht waren.

Maar op de laatste bijeenkomst van de raad in juni, toen de euro de andere kant op ging, zag Trichet geen andere mogelijkheid dan aan te kondigen dat in juli waarschijnlijk een ‘kleine’ verhoging van de rente zou plaatsvinden. Wat er gebeurde was dat die ‘kleine’ aanpassing van de rente veel schade aanrichtte op de financiële markten, vooral bij banken die het toch al moeilijk hadden en die erop hadden gerekend dat de ECB in geen maanden de rente zou verhogen. Er werden forse verliezen geleden. Ofschoon in de nieuwe valutaomstandigheden, met de Amerikaanse autoriteiten die de dollar oppepten, een verhoging evident noodzakelijk was, had de uitvoering wel wat subtieler gemogen. De reputatie van de ECB dat zijn beleid voorspelbaar is, heeft zware averij opgelopen.

Geen wonder dus dat Trichet ziedend is op Bernanke. Als de ECB-president door zijn „goede vriend Ben” – zoals Trichet zijn tegenhanger van de Federal Reserve op persconferenties graag aanduidt – netjes was gewaarschuwd, was de renteverhoging veel soepeler uitgevoerd. Dan zou de reputatie van de ECB veel minder zijn beschadigd.

Niettegenstaande deze aanhoudende persoonlijke spanningen tussen de twee voornaamste centrale bankiers zijn Trichet en Bernanke, en de ministers van Financiën die het afgelopen weekeinde bijeen waren, het over één ding eens: de olieprijzen moeten op een veel lager niveau dan het huidige en ze moeten ook stabieler zijn.

Maar zoete broodjes bakken bij de Saoediërs over de dollarkwestie is niet de manier om iets aan de olieprijs te doen. De gangbare opvatting dat de olieprijs en de waarde van de dollar omgekeerd evenredig zijn, strookt niet met de feiten. Zo is de euro al drie maanden lang behoorlijk stabiel tegenover de dollar, met koersen variërend van 1,52 tot 1,60. In dezelfde periode is de prijs van een vat olie met zo’n 40 dollar (26 euro) omhooggeschoten. Hoe kan zo’n aanzienlijke stijging van de brandstofprijs te wijten zijn aan de waardevermindering van de dollar als de Amerikaanse munt amper van waarde is veranderd?

Het idee dat – om de olieprijs te stabiliseren – de daling van de dollar moet worden gekeerd, is propaganda die dient om de concessies van de Amerikanen aan de Saoediërs te verhullen. Het was geen toeval dat de Saoedi-Arabische aankondiging van een verhoging van hun productie van ruwe olie vrijwel samenviel met de peptalk van minister Paulson in Osaka.

Maar de markten trapten er niet in. De dag na die twee bekendmakingen steeg de olieprijs zelfs, en daalde de dollar.

Ook al beseft George Bush het kennelijk niet, de markten begrijpen anders wel heel goed dat, zolang de VS en andere westerse landen geen energiebeleid voeren dat hun afhankelijkheid van buitenlandse olie vermindert, heimelijke overeenkomsten met de Saoediërs in achterkamertjes hen niet voor schurkachtige olieprijzen zullen behoeden.

Melvyn Krauss is verbonden aan het Hoover-instituut van Stanford University.