‘Nieuwe wegen kunnen 10 procent goedkoper’

Infrastructuur wordt zelden gefinancierd door private partijen. Oud-minister Ruding adviseert hier iets aan te doen. Kan Rijkswaterstaat eigenlijk wel wegen aanleggen?

Oud-minister van Financiën Ruding. Foto Roel Rozenburg Den Haag:1.11.6 Onno Ruding. © foto/Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

Het staat er. „De commissie betwijfelt of de overheidsorganisaties voldoende zijn toegerust om hun zware taken bij aanleg en onderhoud van infrastructuur optimaal te verrichten.” Er is het nodige mis met de aanleg van wegen, aldus het advies Op de goede weg en het juiste spoor van de Commissie Private Financiering van Infrastructuur, vorig jaar op aandringen van de Tweede Kamer ingesteld. Voorzitter is CDA’er Onno Ruding, voormalig minister van Financiën, gepensioneerd bankier van de Amerikaanse Citibank en voorzitter van het CEPS, het Center for European Policy Studies in zijn woonplaats Brussel.

Staat hier nu dat Rijkswaterstaat geen wegen kan aanleggen?

„Er staat wat er staat. We hebben er lang over gepraat. En we staan helemaal achter deze zin. Het is niet bedoeld om af te breken, maar om mensen te stimuleren. We zeggen niet dat ze nog geen meter weg aan kunnen leggen. Wel denken we dat een combinatie van overheid én de private sector een beter resultaat oplevert. Het gaat dikwijls om ingewikkelde projecten. Het is een feit dat bij de rijksoverheid onvoldoende continuïteit is op het gebied van deskundigheid en ervaring. Dat betreur ik. Men huurt externe hulp in. Dat is duur en je bouwt er ook geen ervaring mee op. De private sector heeft dat wel in huis. Dat kun je combineren.”

U pleit voor een actiever gebruik van private financiering bij wegenaanleg. Wat zijn de voordelen?

„De automobilist heeft er voordeel van. Die zal profiteren van een snellere aanleg van wegen. Ook de kwaliteit wordt verbeterd, want nu duren wegwerkzaamheden langer dan nodig. Er zijn ook financiële voordelen bij het Rijk. Vertragingen verdwijnen door de marktwerking. Ook wordt de productie goedkoper. De 10 tot 15 miljard euro waarover tot 2020 wordt gesproken bij pps-projecten (publiek-private samenwerking, red.) kan ten minste 10 procent goedkoper. Die besparing kan worden gebruikt voor infrastructuur: meer geld voor wegen en spoor. En de private partijen doen dit natuurlijk niet voor mijn blauwe ogen. Als ze de projecten goed uitvoeren, dan kunnen ze een gunstig rendement van hun investering halen.”

Hoe komt het dat Nederland zó weinig private financiering heeft?

„In tien jaar tijd zijn dat slechts vier projecten geweest. Dat heeft ons verbaasd. Het heeft te maken met wederzijds argwaan en wantrouwen tussen overheid en private sector. Het heeft ook te maken met de terughoudendheid van de rijksoverheid zelf. Het Rijk heeft een slimme methodiek ontwikkeld om te bepalen wanneer publiek-private samenwerking bij een project gunstig uitvalt. In praktisch alle gevallen wijst de eigen methodiek uit dat het gunstig is qua kosten en tijd. Toch komt het zelden tot een conform besluit. Daar kunnen redenen voor zijn. Dat moet je als Rijkswaterstaat uitleggen. Maar dat gebeurt niet. Dat is zeer frustrerend voor de particuliere sector, die wel dure offertes heeft gemaakt.”

Wat zou de oorzaak kunnen zijn?

„Onzekerheid, wellicht. Stel dat er gedonder komt, dan is men bang om kritiek op het besluit te krijgen. Maar als je alles publiek wilt bouwen, dan loop je ook het risico op kritiek. Kijk naar de Betuwelijn. Het is dus koudwatervrees. Men is bang zich aan koud water te branden. Verder zijn de transactiekosten erg hoog. De kosten van voorbereiding van publiek-private samenwerking werken remmend. Dat heeft te maken met het geringe aantal projecten. U kunt als aannemer best een dure deskundige op het gebied van publiek-private samenwerking in dienst hebben als de kosten worden gespreid over veel projecten. Maar als er maar één project per twee jaar is, dan gaat zo’n man weg.”

Wil Nederland wel private financiering? Is er politieke weerzin tegen privatiseren?

„Private financiering is absoluut iets anders dan privatiseren. De overheid blijft betrokken bij ieder project. Als het jou als overheid niet bevalt, dan zet je je handtekening niet onder het contract. Dan is het einde oefening. Ik wil er verder op wijzen dat wij dit advies hebben gemaakt op verzoek van de politiek. Een Kamermeerderheid heeft gevraagd om meer infrastructuur via private financiering.”

Betekent private financiering niet het beperken van de politieke macht?

„De politiek moet in een vroeg stadium worden betrokken bij de besluitvorming. Vervolgens wordt er een contract gesloten. Wat we niet kunnen verbieden, is dat drie jaar later politieke wispelturigheid optreedt vanwege andere ideeën over de samenleving. Maar wat wij dan wel vastgelegd willen hebben, is dat de overheid verplicht is de schade die daardoor ontstaat te vergoeden.”

Hoe wilt u de private partijen aantrekken?

„Wij doen een dringend beroep op de twee ministeries, Financiën en Verkeer en Waterstaat, om met de pensioenfondsen afspraken te maken. Zodat zij één groot bedrag ter beschikking stellen dat vervolgens in een fonds kan worden beheerd en waaruit verschillende projecten kunnen worden betaald. Als dat lukt, krijg je een echte doorbraak.”

Zijn er ook nadelen?

„Er is in het verleden kritiek geweest, onder meer van de Algemene Rekenkamer, op de publiek-private samenwerking bij de Wijkertunnel. De risico’s waren eenzijdig bij de private financier gelegd, en daarbij ook de grote voordelen voor de financier. In het contract was afgesproken dat de hoogte van de vergoeding van het Rijk aan de private financier afhankelijk was van het aantal auto’s dat van de tunnel gebruik zou maken.

„Dat bleken er zo veel te zijn, dat die vergoeding erg hoog werd. Maar de situatie is nu anders. Wij vinden dat je zulke contracten niet moet sluiten. Het gaat gewoon niet aan om als rijksoverheid te proberen alle risico’s eenzijdig af te schuiven naar de private kant. Je moet het risico leggen bij de partij die er invloed op kan uitoefenen.”

    • Arjen Schreuder