NAVO-operatie wordt steeds ontregeld

Nieuwsanalyse

Met hun acties weten de Talibaan keer op keer de regering van Afghanistan en haar westerse bondgenoten in verlegenheid te brengen.

Canadese militairen van de NAVO-missie ISAF patrouilleren in het district Arghandab, ten noorden van Kandahar, dat ze gisteren op de Talibaan heroverden. Foto Reuters Canadian soldiers from the NATO-led International Security Assistance Force (ISAF) patrol in the Arghandabd district of the southern city of Kandahar June 19, 2008. Afghan and NATO-led forces cleared out Taliban militants from the outskirts of Kandahar city on Thursday, killing or wounding hundreds of the insurgents, the provincial governor said. REUTERS/Ismail Sameem (AFGHANISTAN) REUTERS

Opnieuw is de afgelopen dagen gebleken hoe kwetsbaar de grootscheepse operatie is die van Afghanistan een stabiel land moet maken. Keer op keer slagen de Talibaan erin de Afghaanse regering en de internationale troepen in verlegenheid te brengen. En terwijl de toestroom van Talibaanstrijders uit buurland Pakistan aanhoudt, neemt de Pakistaanse bereidheid aan dat probleem iets te doen alleen maar af.

Vooral in het zuiden van Afghanistan lukt het de regering-Karzai niet haar gezag te vestigen. Bijgestaan door gevechtshelikopters moesten honderden militairen van het Afghaanse leger en de NAVO gisteren en vandaag in actie komen om – op niet meer dan vijftien kilometer van de belangrijke stad Kandahar – enkele dorpen te ontzetten die in handen van de Talibaan waren gevallen.

Bijna zeven jaar nadat de Talibaan door de Amerikanen waren verdreven uit wat toen de hoofdstad was van hun ‘Islamitische Emiraat’, de geboorteplaats van hun beweging, waren ze dus weer terug aan de poorten van Kandahar. Ondanks de massale militaire aanwezigheid van de NAVO, die buiten de stad een grote basis heeft, hadden de opstandelingen dus zó ver kunnen komen.

„Ons volgende doel is Kandahar”, zei een woordvoerder van de Talibaan onlangs. „Maar we gaan niet in de aanval met raketten en zware mortieren, we gaan in de stad bepaalde doelwitten uitzoeken.” Tot een inname van de stad zal dat niet leiden. Maar vrijdag lieten ze al zien hoe effectief dat soort goed gekozen acties kunnen zijn, met de spectaculaire aanval op de grote gevangenis van de stad. Meer dan 1.000 gevangenen konden ontsnappen, onder wie zo’n 300 a 400 Talibaanstrijders.

Vanochtend deelde de gouverneur van de provincie Kandahar mee dat het offensief geslaagd was en dat alle opstandelingen waren verdreven. Bij de bombardementen en gevechten van de afgelopen dagen zouden bovendien honderden Talibaan zijn gedood en gewond.

Ook de NAVO toonde zich vanochtend tevreden, en zei op een persconferentie in Kabul dat de operatie in de „afsluitende fase” was. „Deze operatie onderstreept de zwakte van de opstandelingen om op strategisch niveau een bedreiging te vormen voor de vooruitgang in Afghanistan”, aldus een woordvoerder.

Maar daarmee is de strijd nog niet gewonnen, ook niet in de dorpen in kwestie. „We boeken vooruitgang”, legde een woordvoerder van het Afghaanse ministerie van Binnenlandse Zaken gisteren uit, „maar er is geen zichtbare aanwezigheid van de vijand. Er is geen echte frontlinie.” Zo kunnen de Talibaan nu verdreven zijn, om op een moment naar keuze weer toe te slaan.

Tegen dat probleem lopen de Amerikanen en hun bondgenoten al aan sinds 2001. Na het bliksemoffensief dat de Amerikanen na ‘9/11’ inzetten, waren de Talibaan ook niet echt verslagen – ook al leek het daar wel op – maar verdreven. Talibaan die de strijd hadden overleefd wisten in groten getale te ontkomen naar Pakistan, waar ze zich in de tribale grensgebieden ongestoord konden hergroeperen.

Nog altijd is het gemak waarmee opstandelingen vanuit hun toevluchtsoorden in Pakistan kunnen opereren een van de grootste obstakels bij het stabiliseren van Afghanistan. Zowel president Karzai als de Amerikaanse regering hebben Pakistan daarom keer op keer bezworen, met toenemend ongeduld, dat daar hoognodig tegen opgetreden moet worden.

Karzai dreigde deze week zelfs dat hij Talibaanstrijders desnoods tot over de grens zou achtervolgen om ze aan te pakken – meer een uiting van zijn frustratie dan een reële mogelijkheid.

De invloed van Washington in Pakistan heeft onlangs een zware slag gekregen: in Pakistan is grote verontwaardiging ontstaan over Amerikaanse luchtaanvallen in de tribale regio’s, vorige week, waarbij elf Pakistanen omkwamen die deel uitmaken van de paramilitaire Frontier Corps. Hoewel de Amerikanen hiervoor hun verontschuldigingen hebben aangeboden, is duidelijk dat de kwestie de toch al geringe Pakistaanse bereidheid de Talibaan aan te pakken verder ondergraaft. Het zal eerder de steun in Pakistan vergroten voor vredesakkoorden met de stamleiders die de Afghaanse Talibaan gastvrijheid bieden.

De Amerikaanse Rekenkamer stelde in april in een rapport dat de Verenigde Staten nog altijd geen alomvattend plan hebben om de terroristische dreiging uit het Pakistaanse grensgebied aan te pakken. Het aantal aanslagen in Afghanistan is dit jaar tot nu toe aanzienlijk hoger dan in 2007 – en veel van de daders blijken uit kampen in Pakistan te komen.

Strategisch overwicht bereiken de Talibaan daarmee inderdaad niet, zoals de NAVO stelt. Maar, of het nu gaat om de mislukte aanslag op Karzai of de recente acties bij Kandahar, ze ontregelen de Afghaanse regering en haar bondgenoten er wel mee.