Missie in Afghanistan is juist succesvol

De NAVO-missie in Afghanistan doet het goed, vindt Pjotr Gontsjarov. Mede dankzij de NAVO is er vertrouwen in de centrale regering en een nationale verzoening lijkt mogelijk.

Alom heerst de opvatting dat de NAVO in Afghanistan haar greep op de Talibaan verliest. Veel pessimistische waarnemers vragen zich niet alleen af of de NAVO het vermogen bezit om vrede te brengen, maar ook of ze wel in staat is om de Afghaanse werkelijkheid het hoofd te bieden. Sommigen stellen dat de situatie snel van kwaad tot erger gaat en dat de NAVO en de regering van Hamid Karzai het alleen in Kabul voor het zeggen hebben – oftewel in hoogstens 10 procent van het Afghaanse grondgebied.

Toch omschrijven officiële Afghaanse zegslieden – de ministers van Defensie en van Binnenlandse en Buitenlandse Zaken – de huidige toestand in het land als veelbelovend en stellen zij dat de Talibaan maar 10 procent van het Afghaanse grondgebied beheersen. Deze uitspraken zijn dichter bij de werkelijkheid dan bovengenoemde opvattingen van waarnemers.

De meeste deskundigen die de toestand in Afghanistan beoordelen, gaan uit van de terreurdaden in Kabul. Deze aanslagen, vooral zelfmoordaanslagen (die niet bij de Afghaanse mentaliteit passen), kunnen nauwelijks worden beschouwd als een uiting van een georganiseerde politieke, godsdienstige of sociale beweging. De terreurdaden worden over het algemeen begaan door een handvol individuen en zijn daardoor moeilijk te bestrijden.

Er zijn nog andere factoren, zoals bijvoorbeeld de zware beschietingen van bestuurlijke provinciecentra, die ook moeilijk te voorkomen zijn, maar om een tegengestelde reden. Anders dan terreurdaden worden deze uitgevoerd door vrij grote strijdmachten.

De laatste massale aanval op Kabul blijkt te zijn uitgevoerd in december 2003. Maar hoe staat het met de zware beschietingen van bestuurscentra in de noordelijke provincies van Afghanistan, zoals Kunduz, Mazar-i-Sharif of Baghlan, die al niet stabiel waren in vredestijd, laat staan veilig in moeilijke tijden? Zelfs hier is het cijfer nul. En iedereen is het erover eens dat de toestand in het noorden vrij stabiel is, vergeleken bij het oosten en het zuiden.

Daar hebben de Talibaan en de Islamitische Partij van Afghanistan (IPA) van Gulbaddin Hekmatiyar, ook een bewapende tegenstander van Kabul, van oudsher een sterke positie, maar niet sterk genoeg voor een grootschalig offensief. Het ligt voor de hand om te vragen of het gewapende verzet van de Talibaan tegen het huidige bewind een sociale basis heeft en zo ja, hoe breed deze is.

De presidents- en parlementsverkiezingen hebben laten zien dat de koers van Karzai steun krijgt van het merendeel van de bevolking. Ook zijn zeer veel mensen blij met de aanwezigheid van de NAVO in hun land als waarborg voor veiligheid en toekomstige stabiliteit. Dit duidt op erg povere steun voor de Talibaan.

De afgelopen maanden hebben de leiders van de voormalige Noordelijke Alliantie besprekingen met de Talibaan en de IPA gevoerd over de mogelijkheid tot een verzoening tussen de rebellen en de centrale regering. Deze besprekingen zijn een mijlpaal. Ze zijn in feite gericht op nationale verzoening. Dit duidt op zelfvertrouwen bij de centrale regering en dat is zeker voor een deel te danken aan de NAVO.

ISAF heeft niet alleen gezorgd voor veiligheid in de gebieden waar een legertje andere internationale en nationale organisties zich inzette voor het herstel van de economie, de wederopbouw van scholen, ziekenhuizen en drinkwatervoorzieningen, en de opruiming van mijnen. ISAF moest Afghanistan ook helpen bij de opbouw van zijn eigen nationale leger, politie en hulpdiensten. En nu heeft Afghanistan zijn eigen leger en politie. En ze werken, zij het dan ook niet volmaakt.

Pjotr Gontsjarov is een Russische defensiedeskundige. Hij verbleef als militair Sovjet-adviseur 14 jaar in Afghanistan.© RIA Novosti