Eurofoot: inbrekers slaan hun slag

Veel dieven zien hun kans schoon nu de Zwitserse politie, tot haar eigen frustratie, bijna al haar mankracht moet inzetten voor het EK voetbal. Toch zijn agenten na een inbraak snel op de plaats delict.

Rond vier uur ’s nachts forceert de dief met een schroevendraaier het werkkamerraam. Hij springt naar binnen, schudt een zwarte boodschappentas die hij ziet staan leeg en loopt ermee het huis in – op zoek naar sieraden en geld. Er liggen acht mensen te slapen.

De eerste deur die hij tegenkomt, is van de kamer van de oppas. De deur geeft niet mee. Hij duwt harder. De oppas, een lichte slaper, wordt wakker. Ze denkt dat het een slaapdronken kind is en begint hun namen te roepen. Ze knipt het licht aan en komt haar bed uit.

De dief rent terug het kantoor in en springt door het versplinterde raam naar buiten.

Later steelt hij elders in de straat euro’s, Zwitserse franken en dollars. Eerder die nacht blijkt hij bij de Saoedische buren ook een zijdeur te hebben opengebroken. Uit de slaapkamer van de ronkende heer des huizes pikte hij twee horloges en twee laptops.

Voordat het Europees kampioenschap voetbal deze maand begon, verspreidde de politie aan de goudkust langs het meer van Genève (paradijs voor bankiers, VN’ers en ‘belastingvluchtelingen’ uit de Europese Unie) huis aan huis brochures vol tips voor inbraakpreventie. „Het voetbalfeest kan mensen met slechte bedoelingen aantrekken”, stond er. Immers: „Iedereen wordt door de wedstrijden in beslag genomen.”

Zwitsers zijn gezagsgetrouw, zeker als ze bij de politie werken. Maar met dat ‘iedereen’ bedoelde de politie ook zichzelf. Wie Zwitserse agenten kent, weet hoe gefrustreerd ze zijn dat vrijwel al hun mankracht en middelen voor ‘Eurofoot’ zijn gemobiliseerd. Vakanties zijn afgezegd, verloven ingetrokken. Hele bureaus zijn gesloten omdat alle agenten bij stadions en fanzones zijn ingezet. In voetbalsteden Bern, Bazel, Zürich en Genève patrouilleert ongekend veel politie.

Zwitserland hield een trauma over aan de G8-top in 2003, toen overal rellen uitbraken waarop de politie van dit brave land niet was voorbereid. Ditmaal is de Zwitsers er alles aan gelegen om de boel onder controle te houden. Vlak voor het EK kregen Zwitserse hooligans – of wat ervoor doorgaat – thuis per brief een waarschuwing van de politie dat ze bekend waren en in de gaten werden gehouden.

„Oh la la, een inbraak”, zegt de kantonale gendarme die ’s ochtends zodra het bureau open is de telefoon opneemt. „Excuses, maar het kan even duren voor we komen. We zijn onderbemand vanwege het voetballen. En u bent de enige niet.”

Veertig minuten later rijdt de politieauto de straat al in. Bij eerdere inbraken bij deze correspondent, de afgelopen jaren in Brussel, kwamen de agenten pas ’s avonds opdagen – nadat ze een paar keer waren gebeld met de vraag waar ze bleven. En toen daar eens een auto gestolen was, meldde hetzelfde Brusselse wijkbureau dat het handgeschreven proces-verbaal drie maanden na dato in de computer was ingetikt zodat het signalement nu landelijk verspreid kon worden. Wat zo’n detail al niet over een land kan zeggen.

Maar deze twee Zwitsers in hun blauwe uniform zeggen beschaamd: „Sorry dat we zo laat zijn.”

Dieven weten dat Zwitserse politiebureaus onderbemand zijn, leggen ze uit. Dus nu slaan ze toe. Cijfers worden om veiligheidsredenen nu niet vrijgegeven. Maar veel inbrekers komen uit Frankrijk. Die racen dan met hun buit de grens over. Maar ter zake: „Vannacht kwam er een telefoontje van iemand uit uw straat. Die zag een verdacht persoon lopen. We zijn uitgerukt en hebben iemand gearresteerd. Mogen we voetafdrukken nemen?”

Telefoon. Het politiebureau in Lausanne. „Mevrouw, hoe zag uw zwarte tas eruit?”

Een man arriveert met een koffer vol kwastjes en poeder. Voor de afdrukken.

De Marokkaanse chauffeur van de buurman komt opgewonden zijn verhaal doen. Hoe de dief bijvoorbeeld het geld van zijn werkgever – een prins – op het nachtkastje liet liggen, en alleen de horloges weggriste. „Wij wonen hier al achttien jaar. Dit is de eerste inbraak. Maar ja, met die open grenzen komen alle zwarten illegaal Zwitserland in.”

Afrikanen, bedoelt hij?

„Ja, les noirs.”

Hij is toch zelf ook Afrikaan?

„Haha, ja.”

Van de opmerking dat Zwitserland pas vanaf oktober meedoet aan de opengrenzenpolitiek van de Schengenzone, is hij evenmin onder de indruk.

Later melden de agenten dat de horloges en laptops gevonden zijn in een auto met Bern-kenteken en Tsjechische papieren.

Die middag repareert een mannetje het kapotte raam.

Als aan het eind van de dag de stadions en ‘fanzones’ weer vollopen met voetballiefhebbers, komt het laatste telefoontje van de politie: de arrestant is inderdaad de inbreker van de drie huizen. „We komen uw tas terugbrengen.”

Van een bedankje wil de politieman niets horen. „Het was mazzel dat we werden getipt. Dat is niet onze verdienste.”

Maar er is iets dat hem nóg meer dwarszit. En wel dat ze bij de politie, wegens het voetballen, te zeer onderbemand zijn om die tas nu metéén te komen terugbrengen.