Een orkaan bij Mexico en hup,betalen aan de pomp

Vijftien jaar geleden verbruikte de wereld 68 miljoen vaten olie per dag. Nu zijn dat er 86 miljoen.

De voorlopige oplossing is alleen meer produceren.

Een orkaan bij Mexico en hup, betalen aan de pomp Illustratie Marike Knaapen Knaapen, Marike

„Als we geen rijst eten, zuipen we diesel”, grijnst Wang Yanchao, eigenaar en chauffeur van een blauwe truck met lange oplegger. Hij heeft net ruim honderd liter diesel getankt op het gigantische bedrijventerrein van Sino Truck, één van de vijf grootste vrachtwagenfabrikanten ter wereld.

Wang maakt met zijn vrachtwagen deel uit van een konvooi van acht trucks met opleggers die fonkelnieuwe, rode bedrijfstrucks gaan bezorgen. Vanuit Jinan in de provincie Shangdong moet hij naar het duizend kilometer zuidelijker gelegen Shanghai rijden. En naar Guangzhou, een rit van 2.300 kilometer.

Vanuit het restaurant waar Wang en zijn bijrijder neef Nuo nog wat eten voor de nachtelijke rit zuidwaarts, is zichtbaar waardoor de Chinese olieconsumptie zo hard stijgt – en dat zal blíjven doen. De ene na de andere oplegger met nieuwe trucks in alle soorten en maten draait het bedrijfsterrein af, zwaar kreunend in wolken van stof en dieseldampen. In heel China verschijnen elk kwartaal 600.000 nieuwe vrachtwagens op de wegen. En allemaal hebben ze brandstof nodig.

Terwijl de olieprijzen deze week naar een nieuw record stegen (bijna 140 dollar per vat), begint de wereld zich te roeren. Vrachtwagenchauffeurs in Spanje, Groot-Brittannië en Nederland blokkeren wegen of voeren anderszins actie. De Franse president Nicolas Sarkozy dringt er bij de EU-leden op aan gezamenlijk de belasting op brandstof te verlagen. In Amerika willen politici de torenhoge winsten van oliemaatschappijen afromen. Aanstaande zondag komen olieproducerende en olieconsumerende landen in een spoedbijeenkomst in Saoedi-Arabië bijeen, om de extreem hoge olieprijzen te bespreken.

Dat de olieprijzen zo sterk stijgen, komt simpelweg door het uit elkaar lopen van vraag en aanbod. Anders gezegd: de vraag is de afgelopen tien jaar hard gestegen, met name in China – en de productie heeft dat mondiaal niet kunnen bijbenen. Sterker: het vermogen om in tijden van nood de productie snel op te voeren is zienderogen afgenomen.

Gevolg van de ontstane krapte is dat elke verstoring, ja zelfs alleen al de dreiging daarvan, een scherpe prijsreactie teweegbrengt. Verdachte ontwikkelingen in Iran, dreigende orkanen in de Golf van Mexico, problemen in Nigeria: hup, daar gaat de prijs weer omhoog, vaak aangemoedigd door speculatie. Voorlopig zien deskundigen aan de krapte geen einde komen. Zakenbank Goldman Sachs verwacht dat de markt nog krapper wordt. Het Russische energieconcern Gazprom voorspelt een olieprijs van 250 dollar per vat.

Vijftien jaar geleden verbruikte de wereld 68 miljoen vaten olie per dag (een vat is 159 liter). Nu zijn dat er 86 miljoen. Deze spectaculaire toename komt voor driekwart op naam van China, het Midden-Oosten en Amerika. Hoe kan dat?

1 China is de fabriek van de wereld geworden

Het land trekt enorme hoeveelheden grondstoffen naar zich toe, waaronder olie. Het moet de dorst van het snel toenemend aantal raffinaderijen, petrochemische installaties, kunstmestfabrieken, trucks, vliegtuigen en personenauto’s lessen. Daar komt bij dat China onlangs zwaar getroffen is door sneeuwstormen en aardbevingen. Elektriciteitscentrales die vooral op kolen draaien, zijn uitgevallen. Er is massaal overgestapt op dieselgeneratoren, wat de olieconsumptie verder heeft opgevoerd.

Ook zijn door de explosieve economische groei van China in betrekkelijk korte tijd tientallen miljoenen mensen door de inkomensgrens van 5.000 dollar per jaar gebroken. Dat is de grens waarbij ze zich meer luxe kunnen veroorloven: een auto, een koelkast, een westers eetpatroon. In China komen er nu elk kwartaal twee miljoen nieuwe personenauto’s bij. Er zijn duizend commerciële vliegtuigen in de lucht. Over vijftien jaar zijn dat er naar schatting vier keer zo veel.

2 Maar ook de economie van het Midden-Oosten groeit

Het Midden-Oosten is de olierijkste regio van de wereld. Met als gevolg dat bijvoorbeeld in Saoedi-Arabië aan de oostkust de industriestad Jubail uit de grond gestampt, in feite een complex van petrochemische fabrieken. Door de instroom van miljarden extra petrodollars expandeert de economie in de hele regio.

En daar komt bij dat de bevolking hard groeit, in Saoedi Arabië met meer dan 25 procent in nog geen vier jaar. Tieners bereiken in grote aantallen de leeftijd waarop ze auto mogen rijden. De autoverkoop groeit er jaarlijks met dubbele cijfers.

3En in de VS zijn meer mensen steeds meer autokilometers gaan rijden

Reed een auto in Amerika vijftien jaar geleden gemiddeld 10.800 kilometer per jaar, in 2005 was dat 12.500 kilometer. In Europa is hetzelfde gebeurd, maar zijn door wetgeving zuiniger auto’s op de markt gebracht.

Maar er verandert wel wat. Onlangs brak de prijs van benzine aan de Amerikaanse pomp door de magische grens van 4 dollar per gallon. Amerikanen ruilen hun SUV’s nu massaal in voor zuinigere modellen. Ook het aantal verreden kilometers daalt.

Dit komt behalve door de hoge benzineprijs ook door de hypotheekcrisis, die honderdduizenden Amerikanen in financiële problemen heeft gebracht. De afgelopen maanden begint de olieconsumptie in de VS af te nemen.

Normaal gesproken leidt een hoge olieprijs tot inflatie – en via renteverhoging uiteindelijk tot een recessie, zoals begin jaren tachtig in de wereld gebeurde. Door de afkoeling van de wereldeconomie zakt vervolgens de vraag naar olie in en daalt de prijs weer. Gewoonlijk ook voert de OPEC haar productie op, voordat een recessie kan toeslaan.

Maar dat is nu allemaal niet gebeurd, zegt Bassam Fattouh van het Oxford Institute for Energy Studies. De OPEC heeft haar productie maar heel beperkt opgevoerd, opdat de prijs niet helemaal door het plafond zou gaan. De reservecapaciteit is niet toegenomen – en blijft gering.

En volgens Eduardo Lopez, de belangrijkste analist van het het Internationale Energie Agentschap (IEA) in Parijs, doet zich nóg een nieuw fenomeen voor. Opkomende economieën als China lijken niet te worden aangestoken door de oliecrisis. „Het is voor het eerst dat we deze ontkoppeling zien”, zegt hij.

Dat komt: China schermt zijn markt van de dure olie af, door subsidies. Van de literprijs die vrachtwagenchauffeur Wang op het bedrijfsterrein van Sino Truck betaalt, kunnen zijn collega’s in Europa alleen maar dromen. Vandaag kost een liter diesel in China 5,28 yuan, omgerekend 49 cent. Een liter benzine is met 57 cent iets duurder.

Zouden de wereldmarktprijzen in China worden doorberekend, dan verdrievoudigen de prijzen aan de pomp. Het zou de groei van het goederenvervoer en de energie-intensieve industrie aantasten. En als Chinese boeren voor een liter diesel dezelfde prijs zouden moeten betalen als de boeren, vissers en vrachtwagenchauffeurs in Europa, dan exploderen de voedselprijzen. Dat zou in China nieuwe sociale onrust teweegbrengen. En de Chinese overheid kan zich de subsidies voorlopig probleemloos permitteren, gezien het begrotingsoverschot van 175 miljard euro.

Andere opkomende economieën zitten krapper bij kas. India, Maleisië, Thailand en Indonesië hebben daarom onlangs besloten hun brandstofsubsidies wél te verlagen. Maar het gebeurt slechts mondjesmaat, zegt Lopez van het IEA. In India zijn de brandstofprijzen met 10 procent verhoogd. „Dat kan de opkomende middenklasse makkelijk absorberen.”

Wat kan de olieprijzen structureel omlaag brengen? En daarmee het gevaar van inflatie bezweren en de wereld voor stagflatie, of erger: een economische crisis behoeden?

Op de korte termijn is er maar één oplossing, stelt het Centre for Global Energy Studies in zijn jongste olierapport. De OPEC moet haar olieproductie snel verhogen. De organisatie van dertien olie-exporterende landen houdt zelf al jaren vol dat ze genoeg doet. Maar wij, zegt Mohammed-Ali Zainy van het Londense instituut, „hebben de sterke overtuiging dat ze dat niet doen”.

Ook Ivo Bozon, hoofd van de energiedivisie van McKinsey, vraagt zich af waarom de OPEC haar productie niet verhoogt. „Ze verdienen gigantisch veel aan de olie”, zegt hij. Bovendien doen de landen in het Midden-Oosten niks om zuiniger met energie om te gaan. „In 2020 stoot de regio meer CO2 uit dan Europa. Het is bijna immoreel wat ze doen.”

In het Chinese Jinan heeft vrachtwagenchauffeur Wang andere zorgen. Verder naar het zuiden moet hij rekenen op steeds langere wachttijden bij de benzinestations, vertelt hij. „Ik heb vorige week twaalf uur gewacht bij een benzinestation in Guangdong. Normaal moet je een uur of twee, drie wachten voor je aan de beurt bent, nu een hele dag”, legt hij kuchend van het vele roken uit.

Twee dames in superkorte rokjes vragen of zij mee kunnen rijden naar Shanghai. Wang stuurt ze grommend weg. „Neef Nuo is net getrouwd en ik heb zijn vader beloofd goed op hem te letten.”

Lees meer over de olieprijsstijging en de gevolgen op nrc.nl/olie