Een Brussels troetelkindje zonder invloed

De Haagse wethouder Henk Kool schreef een rapport voor het Comité van de Regio’s, een Europees adviescollege. De Europese Commissie koestert het Comité, bewindslieden lezen de rapporten zelden.

De garage van het Haagse gemeentelijke reïntegratiebedrijf, waar mensen met een bijstandsuitkering worden opgeleid. Foto Johannes van Assem foto Johannes van Assem 16-06-2008 Leerlingen op een sociale werkplaatsÊin Den Haag, aan het Willem Dreespark 312. Assem, Johannes van

De werkplaats waar de basisprincipes van het werken met metaal worden gedoceerd is helemaal leeg. En in de ruimte ernaast - de garage - is één man de vloer aan het vegen.

Ook de rest van het Haagse gemeentelijke reïntegratiebedrijf aan het Willem Dreespark, waar mensen met een bijstandsuitkering volgens teammanager Maurice van Dijk „in de luwte weer kunnen leren werknemer te zijn”, is nagenoeg verlaten. Van Dijk zegt dat er de afgelopen maanden gemiddeld „tussen de twintig en dertig” cursisten waren, terwijl hij ruimte heeft voor zeker „zeventig tot tachtig”.

De huidige hoogconjunctuur, maar ook de recente reorganisatie bij de Haagse sociale dienst zijn volgens docent autotechniek Ton Visser oorzaken van de stilte. Wethouder Henk Kool (sociale zaken, PvdA) is verantwoordelijk voor die reorganisatie, waarbij het ‘work first’-principe werd ingevoerd. Bijstandsgerechtigden worden nu door de sociale dienst vaker en verplicht naar een betaalde baan geleid. „En wij zijn afhankelijk van de instroom van de sociale dienst”, aldus Van Dijk.

Volgens de wethouder heeft zijn aanpak succes. „Ik heb vierduizend mensen aan het werk geholpen”, zegt Henk Kool op zijn werkkamer in het Haagse stadhuis. Het aantal verstrekte bijstandsuitkeringen in Den Haag bevindt zich op een historisch dieptepunt en daalde sterker dan in andere grote steden.

Hoewel er ook kritiek is op de aanpak van Kool, de nadruk zou te veel liggen op goed bemiddelbare werklozen en de aanpak zou vaak niet leiden tot structureel werk, is de wethouder van mening dat het ‘work first’-beleid in Europa navolging moet krijgen. Namens het Brusselse adviesorgaan Comité van de Regio’s schrijft de Haagse wethouder aan beleidsmakers in de EU dat een aanpak tegen sociale uitsluiting onder meer moet inhouden dat „werklozen weer de de vloer op gaan volgens het ‘work first’-principe (..)”.

Het Comité van de Regio’s is een Europees advieslichaam. Het werd in 1992 opgericht om gemeenten en regio’s meer bij Brussels beleid te betrekken. Met zijn advies reageert Kool op een voorstel van de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU, over een EU-aanpak om werklozen die het verst van de arbeidsmarkt staan aan werk te helpen.

„Werkloosheid is een Europees probleem”, start Kool zijn uitleg over het rapport, dat gisteren werd aangenomen. Lokale en regionale overheden moeten volgens Kool hun sociale beleid zelf bepalen, Europa en nationale overheden moeten daarbij „vooral faciliteren”. In zijn advies aan het Comité van de Regio’s benadrukt hij dit keer op keer. Ook zegt de Haagse wethouder namens het Comité dat niet alleen werk- maar ook participatietrajecten deel moeten uitmaken van sociaal beleid. Mensen die niet kunnen werken, moeten niet vergeten worden, schrijft Kool. Opvallend is dat de kritiek op zijn beleid in Den Haag juist is dat hij voor die groep mensen te weinig aandacht heeft.

In principe kan de Europese Commissie adviezen van het Comité van de Regio’s naast zich neer leggen. Toch denkt Ben Hoetjes, hoogleraar regionaal beleid in internationaal perspectief aan de Universiteit Maastricht, dat de voorstellen van het adviesorgaan gewicht krijgen in beleidsplannen van de Europese Commissie. „Het Comité is van oudsher het lievelingetje van de Commissie”, zegt Hoetjes.

„De belangrijkste reden daarvoor is dat de Europese Commissie blij is met stemmen die niet aan nationale regeringen toebehoren”, aldus Hoetjes. Besluitvorming in Brussel wordt gedomineerd door nationale regeringen en ministeries. En in het politieke spel tussen nationale regeringen en de Europese Commissie is de laatste blij met een tegengeluid van lagere overheden.

Maar door de dominante positie van de centrale regeringen is de rol van het Comité van de Regio’s in Brussel uiteindelijk „niet erg groot”, zegt Hoetjes. Hoewel de Commissie graag luistert wordt de besluitvorming in de EU door ministers en regeringsleiders uit de lidstaten gedomineerd. En door hen worden de adviezen volgens Hoetjes „nauwelijks gelezen”.

„Iedereen doet z’n plas en alles bleef zoals het was.” Dat is volgens Kool hoe het meestal gaat met adviezen van het Comité van de Regio’s, waarin volgens hem slechts 40 van de 344 leden echt actief zijn. Kool: „Maar als je niets doet, weet je zeker dat er niets gebeurt.”

De Haagse wethouder vindt het echter geen probleem dat zijn advies hoogstwaarschijnlijk geen aardverschuiving („het gaat met hele kleine stapjes”) zal veroorzaken. Hij heeft ook andere doelen voor ogen. Zo wil Kool zijn stad in Brussel, en in de rest van Europa, profileren.

Zijn Europese activiteiten helpen Den Haag ook om Europese subsidiepotten aan te spreken, zegt Kool. „Pas als je je in het Europese circuit begeeft, merk je dat aanvragen voor subsidie alleen kans hebben als er zestigduizend keer het woord ‘duurzaam’ in staat.”

Kool gebruikt ‘Europa’ ook om zijn „soortelijk gewicht” in discussies met het Nederlandse kabinet te vergroten.

Zo heeft Kool heeft een conflict met staatssecretaris Aboutaleb dat draait om de vraag wie bevoegdheden heeft op het gebied van sociaal beleid. Aboutaleb wil met het kabinet de sollicitatieplicht voor tienermoeders met een uitkering afschaffen. Kool is daar woedend over en zegt geëmotioneerd dat Aboutaleb wat hem betreft „dood kan vallen.” „Oh jee, zo kan ik dat natuurlijk niet zeggen,” herstelt Kool zich, „maar voor mij is werk voor tienermoeders én hun kinderen de enige manier om aan de armoede te ontsnappen. En ik maak zelf wel uit hoe ik mijn beleid vormgeef.”