De ingenieurs van de zandbak

Moeder hou de kinders binnen. Elektronicagigant Siemens schuimt, zo werd deze week bekend, in Duitsland de kleuterscholen af op zoek naar technisch talent in de dop. De reden: het aantal techneuten in Duitsland neemt schrikbarend af, en er is grote behoefte bij het bedrijfsleven aan een blijvende stroom van nieuwe ingenieurs.

Daarom moeten aanleg en enthousiasme zo vroeg mogelijk worden opgespoord. Zeker in Duitsland, waar de productie van hoogwaardige technologie en industriële machines en componenten een grote rol speelt in de economie. De vraag naar Duits fabricaat is zo constant dat de export relatief weinig heeft geleden onder de stijging van de euro. Dat is veel waard, en het is er Siemens en branchegenoten alles aan gelegen om dat zo te houden.

Ook in Nederland is er al langer ongerustheid over het aantal scholieren dat exacte vakken of een technische richting kiest. Zo klonk deze week nog een pleidooi voor het meester-gezelmodel dat in Duitsland nog steeds in zwang is. Maar waarom zou het bedrijfsleven zo omslachtig ingrijpen in het onderwijssysteem als het zelf de oplossing kan leveren?

Voor veel getalenteerde studenten is de keus simpel: geld en moeite wijzen overdonderend in de richting van het management. Managers verdienen veel meer: een typische manager voor logistiek, planning, kwaliteit of marketing, torent wat inkomen betreft uit boven een volwaardige TU-ingenieur. En dat terwijl, met alle respect, de moeilijkheidsgraad van de meeste andere academische studies achter de komma wegvalt vergeleken bij wat studenten aan de TU of bij wis- en natuurkunde en andere technische richtingen verstouwen.

Makkelijker maken lukt per definitie niet. En dus is er logischerwijs maar één manier om het aantal ingenieurs en andere techneuten te verhogen: betaal ze beter, veel beter. Niet alleen omdat ze dat verdienen, maar ook omdat het de status van hun beroep verhoogt.

Waarom doen grote ondernemingen dat dan niet? Dat is een kwestie van onderhandelen, en daar zijn de exacte geesten misschien wel niet zo goed in. Iemand die nu kiest voor een exacte academische richting doet dat, gezien de wanverhouding tussen inspanning en beloning, uit pure liefde voor het vak – zeker niet uit materialisme.

Daar kan een onderneming munt uit slaan, en dat heeft wellicht stukje bij beetje bijgedragen tot de huidige onderbetaling. Generaties van ingenieurs zijn te bescheiden geweest. Hoog tijd dat zij door hun werkgevers worden behoed voor hun eigen bedeesdheid.

Maarten Schinkel