Compromis over uitzetten

Illegalen die in de gevangenis wachten op terugkeer naar hun thuisland mogen voortaan in de Europese Unie in principe niet langer dan zes maanden worden vastgehouden. Die termijn mag in uiterste gevallen worden opgerekt tot achttien maanden. Dat staat in de ‘terugkeerrichtlijn’ die het Europees Parlement gisteren heeft aangenomen. De richtlijn stelt ook minimumeisen aan de behandeling van illegalen in Europa. Linkse fracties in het parlement stemden tegen en mensenrechtenorganisaties protesteerden omdat zij vinden dat de richtlijn niet ver genoeg gaat. Europarlementariër Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD) heeft namens de liberale fractie in het parlement meegewerkt aan de totstandkoming van het compromis.

Bent u tevreden?

„Enorm. Na drie jaar onderhandelen hebben we eindelijk gemeenschappelijke regels over het vasthouden en uitzetten van illegale immigranten. Een effectief terugkeerbeleid is een belangrijke eerste stap in de richting van een allesomvattend Europees asielbeleid.”

Kunt u zich voorstellen dat anderen vinden dat de richtlijn niet ver genoeg gaat?

„De EU kampt al jaren met de aanwezigheid van miljoenen illegale immigranten. De behandeling van deze mensen is in een aantal landen, zoals Griekenland, Cyprus en Spanje, nog ver onder de maat. De richtlijn zal voor die landen grote consequenties hebben. Het staat nu bijvoorbeeld vast dat illegalen eerst dertig dagen krijgen om vrijwillig te vertrekken; er mag dus niet direct naar dwangmiddelen worden gegrepen. Ik ben het met Amnesty International eens dat we nog meer eisen konden stellen om illegalen beter te beschermen. Daar werden de lidstaten het echter niet over eens. Dan is het kiezen of delen: de status quo in stand houden of de richtlijn aannemen.”

Wat zijn de consequenties voor Nederland?

„Die zijn beperkt. Het komt in Nederland zelden voor dat illegalen langer dan zes maanden vastzitten. Maar Nederland had de terugkeertermijn nog niet wettelijk vastgelegd, net als zes andere landen. Dat moeten ze nu dus wel doen.”