We zijn vreemd in eigen land

Koptische christenen in Egypte zijn het geweld tegen hun gemeenschap beu.

De regering houdt stug vol dat er geen spanningen tussen moslims en christenen zijn.

Een koptische geestelijke laat zien hoe een klooster in Egypte werd aangevallen door moslims. Foto Reuters A Coptic Christian cleric shows the damage in a church burned during the clash between the Muslims and Coptics on Saturday, at the Abu Fana Monastery near the city of Minya, 400 km (248 miles) south of Cairo June 1, 2008. One Egyptian Muslim was killed and four Christians were wounded during the clash over disputed land, security sources said. REUTERS/Nasser Nuri (EGYPT) REUTERS

De Egyptische staatsveiligheidsdienst heeft massaal positie ingenomen voor de Sint Marcus kerk in het armzalige stadje Mallawi, aan de Nijl bijna 300 kilometer ten zuiden van Kairo. Enkele tientallen koptische christenen houden een protestactie voor de poort en eisen dat er een eind komt aan de aanvallen op hun gemeenschap. Agenten zijn bezig spandoeken te verwijderen. In de kerk krijgt pater Paulus van een politieofficier te verstaan dat hij de namen van de actievoerders schriftelijk moet overdragen.

„Ziet u, ze drukken liever een kleine demonstratie de kop in dan ons te beschermen”, zegt hij even later in zijn kantoor naast het gebedshuis. Hij doelt op een aanval op het Abu Fana-klooster in de nabijgelegen woestijn, begin deze maand. Monniken en christelijke bouwvakkers werden door moslims uit de omgeving beschoten, afgetuigd, ontvoerd en voor dood achtergelaten. „Allemaal omdat ze, nota bene met toestemming van de gouverneur, een muurtje om het klooster bouwden.”

De meest recente schermutseling staat niet op zichzelf. Het Abu Fana-klooster is in de afgelopen twee jaar herhaaldelijk aangevallen. Eerder deze week riep de koptische kerk in ongebruikelijk harde bewoordingen de Egyptische president Mubarak op zich garant te stellen voor de veiligheid van de koptische christenen.

In het zuiden van Egypte, waar relatief veel kopten leven, en in de noordelijke stad Alexandrië zijn er vaak gewelddadige conflicten tussen moslims en christenen. In veel gevallen zijn geruchten over een liefdesverhouding tussen een moslim en een christen de oorzaak. Anders betreft het ongewenste intimiteiten of de vermeende ontvoering van een meisje. Ook zijn verbouwingen van kerken vaak aanleiding voor gevechten.

De regering houdt stug vol dat er geen religieuze tegenstellingen zijn. Maar de massale inzet van de staatsveiligheidsdienst na elk incident duidt wel degelijk op onderhuidse spanningen en de angst voor sektarische geweldsuitbarstingen.

De overgrote meerderheid van de Egyptenaren is sunnitisch; naar schatting 6 tot 10 procent koptisch christen. Over het algemeen leven en werken moslims en christenen vreedzaam naast elkaar. De grondwet garandeert de vrijheid van geloofsovertuiging en gelijke behandeling. Maar kopten klagen al lang over discriminatie. Zo worden zij niet of nauwelijks aangenomen voor posities bij de politie, staatsveiligheidsdienst of de rechterlijke macht. En in tegenstelling tot moskeeën moeten voor uitbreidingen, verbouwingen of renovaties van kerken omslachtige procedures worden doorlopen en is toestemming van de gouverneur vereist.

Maar het geweld tegen kopten – en de manier waarop de politie reageert – baart de gemeenschap de meeste zorgen. „Ze doen altijd hetzelfde. Ze arresteren een paar moslims en een paar christenen om de indruk te wekken dat beide partijen evenveel schuld hebben”, zegt pater Paulus. „Dan dwingen ze een traditionele verzoeningsessie af waar iedereen elkaar de hand moet schudden en daarna, als beloning, laten ze de gevangenen weer gaan.”

Ook na de aanval op het Abu Fana-klooster zijn er zowel enkele moslims als christenen opgepakt, maar de koptische paus Shenouda III weigert de gebruikelijke verzoeningssessie te steunen. Hij eist dat de daders eerst worden veroordeeld. „Dit incident is extra gevaarlijk, omdat een van de aanvallers werd doodgeschoten”, verklaart Yusuf Sidhom, hoofdredacteur van het christelijke weekblad Watani. Hij vreest wraakacties van islamitische extremisten omdat in de media ten onrechte werd gemeld dat een van de monniken had geschoten.

Sidhom spreekt van een ziek milieu van armoede, overbevolking en werkloze jeugd waardoor mensen elkaar het licht in de ogen niet gunnen. „Veel moslims zijn ervan overtuigd dat kopten worden voorgetrokken door de staat. Ze denken dat president Mubarak onder Amerikaanse druk staat om de christenen te beschermen.” Dat gevoel wordt aangewakkerd door de welhaast onvoorwaardelijke steun van de koptische paus aan het regime van Mubarak.

Op hun beurt voelen veel kopten zich juist gediscrimineerd door de overheid en geïntimideerd door de voortdurende islamisering van de maatschappij. „Als reactie trekken veel christenen zich terug binnen de muren van de kerk”, aldus Sidhom. „Hun hele sociale leven speelt zich af rond de kerk, ze worden conservatiever en zetten zich af tegen de islamitische meerderheid.” Hij meent dat de koptische kerk daarbij een kwalijke rol speelt. „Kerkvaders moedigen dit alleen maar aan, want hoe meer mensen bij hen bescherming zoeken, des te machtiger wordt de kerk”, aldus de journalist, die regelmatig de woede van de paus over zich afroept. „De mensen moeten juist worden aangemoedigd om meer naar buiten te treden zodat ze geen vreemden worden in hun eigen land.”

In de kerk van Mallawi knikt Ashraf bevestigend. „Onze ouders hebben ons altijd opgevoed met de boodschap dat we ons gedeisd moeten houden.” Hij noemt het een onnatuurlijke, maar noodzakelijke overlevingsstrategie. „Wanneer ik er thuis over begin, wijst mijn vader me altijd op de strijd in de jaren negentig.” Mallawi en het overkoepelende gouverneurschap Minia waren jarenlang het toneel van een bloedige strijd tussen de veiligheidsdienst en moslimextremisten die regelmatig terreuracties uitvoerden tegen kopten. „Alles wat met religie van doen heeft, ligt hier heel gevoelig. Het kleinste incident kan aanleiding zijn voor een geweldsuitbarsting”, aldus Ashraf. „Daarom moeten we dankbaar zijn voor de bescherming van de staat.”