We hoeven niet beschermd te worden tegen de wetenschap 5

`Godsdienst beschermt de mens tegen de pretentie van de wetenschap alles te kunnen verklaren`, aldus de kop boven het artikel van Ger Groot. Als er echter één domein is dat deze pretentie niet heeft, dan is dat de wetenschap. Omgekeerd kan men de vraag stellen of godsdienst de mens beschermt tegen de pretentie van de godsdienst zelf om alles te kunnen verklaren. Juist daar wringt hem de schoen: in de nog maar al te vaak ingenomen positie dat godsdienst een pasklaar antwoord heeft waar de wetenschap voorzichtig en tastend vooruitgang probeert te boeken. Dat zekerheid wordt gesuggereerd op gebieden waar twijfel op zijn plaats is. Dat antwoorden voorhanden zouden zijn op plaatsen waar vragen geboden zijn. Dat het scheppingsverhaal het antwoord biedt op vragen die de evolutieleer (nog) niet kan beantwoorden.

Volgens Plato is het begin der wijsbegeerte verwondering. Maar het einde der wijsbegeerte is nog maar al te vaak godsdienst. Godsdienst die een zekerheid biedt waarmee de noodzaak tot het stellen van verdere vragen wordt opgeheven.

Nu weet ik ook wel dat er `moderne` gelovigen zijn voor wie wetenschap en godsdienst elkaar niet dwarszitten. Gelovigen voor wie het godsbegrip meer betrekking heeft op een subjectieve belevingswereld dan op een objectiveerbare werkelijkheid.

Of dit subjectieve godsbegrip `veel gangbaarder is dan het militant atheïsme gemakshalve veronderstelt` waag ik echter te betwijfelen. Vanwaar anders de voortdurende strijd tussen creationisten en evolutionisten? Christenen, islamieten en joden van orthodoxe of fundamentalistische signatuur zijn nog steeds gangbaar, evenals de intolerante en soms zelfs levensgevaarlijke manier waarop zij uiting geven aan hun opvatting dat het godsbegrip zich allerminst beperkt tot hun subjectieve belevingswereld.

Het zijn deze intolerante vormen van een transcendente Godsopvatting waartegen `militante atheïsten` - en niet alleen zij - zich teweerstellen. Voor de overige gelovigen geldt nog steeds het motto van Frederik de Grote van Pruisen: Jeder soll nach seiner Fasson selig werden.